Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3315

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
13.085499.24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 28 SrArt. 31 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevangenisstraf en bestuursverbod voor grootschalige oplichting door dakdekker

De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het oplichten van 61 klanten van zijn dakdekkersbedrijf, het witwassen van €253.230,29 en het opzettelijk gebruik van een vals geschrift. Verdachte vroeg aanbetalingen voor dakwerkzaamheden die nooit werden uitgevoerd, terwijl hij zich voordeed als een betrouwbare ondernemer. De rechtbank oordeelde dat verdachte misbruik maakte van het vertrouwen van klanten en het verwachtingspatroon in de branche.

De rechtbank achtte bewezen dat verdachte de aanbetalingen ontving zonder de materialen te bestellen of de werkzaamheden uit te voeren. Ook werd vastgesteld dat verdachte het geld witwaste door contante opnames en overboekingen naar een Tsjechisch pokerbedrijf en een casinohotel. Daarnaast gebruikte verdachte een vals huurcontract om zich in te schrijven op een adres waar hij niet woonde.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, en een bestuursverbod van 5 jaar voor het besturen van een bouw- en dakdekkersonderneming. Tevens werden de vorderingen van 61 benadeelde partijen grotendeels toegewezen, met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel. De redelijke termijn was overschreden, maar dit werd slechts geconstateerd zonder gevolgen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en een bestuursverbod van 5 jaar wegens oplichting, witwassen en valsheid in geschrifte.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13.085499.24
Datum uitspraak: 2 april 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
wonende op het adres [adres 1] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 5 maart en 2 april 2026. Op laatstgenoemde zitting heeft de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting gesloten en aansluitend uitspraak gedaan.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. U.E.A. Weitzel, en van wat verdachte en zijn raadsvrouwen, mr. B. Roodveldt en mr. S. Mabrouk, advocaten te Zaandam, naar voren hebben gebracht. De rechtbank heeft ook kennis genomen van wat door of namens de benadeelde partijen naar voren is gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
1. het oplichten van in totaal 61 klanten van zijn dakdekkersbedrijf;
2. het witwassen van in totaal € 253.230,29; en
3. opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 bij dit vonnis.
In de tenlastelegging van feit 1 staat bij het 9de gedachtestreepje ‘ [naam 1] ’, maar de rechtbank zal dit verbeterd lezen als ‘ [benadeelde partij 1] ’. Bij het 10de gedachtestreepje staat ‘ [naam 2] ’, maar de rechtbank zal dit verbeterd lezen als ‘ [benadeelde partij 2] ’. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

3.Waardering van het bewijs

3.1.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie vindt bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het oplichten van 61 klanten, het eenvoudig witwassen van € 253.230,29 en valsheid in geschrifte.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging stelt dat geen sprake is van oplichting, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. Gelet daarop is ook niet bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan witwassen. Maar ook als de rechtbank oplichting wel bewezen acht, kan witwassen niet worden bewezen omdat verdachte ten tijde van de in de tenlastelegging, onder feit 2, genoemde gedragingen nog niet wist dat hij de toegezegde werkzaamheden niet zou uitvoeren.
Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging geen verweer gevoerd.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Feiten en omstandigheden
De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. [1]
Feit 1 en feit 2
Verdachte is indirect bestuurder en indirect enig aandeelhouder van [bedrijf 1] B.V. [2] Het dossier bevat 61 aangiften van mensen die [bedrijf 1] B.V. opdracht hebben gegeven om werkzaamheden aan het dak te verrichten en aan [bedrijf 1] B.V. een aanbetaling hebben gedaan. De eerste betaling vond plaats op 4 november 2022 en de laatste betaling op 20 mei 2023. [3] De 61 aangevers hebben gezamenlijk in totaal € 278.096,62 aanbetaald aan [bedrijf 1] B.V. [4] Tien van de 61 mensen zijn bij naam genoemd in de tenlastelegging. Uit hun aangiften komt het volgende naar voren.
Aangeefster [benadeelde partij 3] heeft (als zaaksvoerder van [bedrijf 2] B.V.) op 4 november 2022 op verzoek van [bedrijf 1] B.V. een aanbetaling gedaan van € 13.781,90 om dakpannen te kunnen aankopen. Overeengekomen was dat de dakpannen in april 2023 zouden worden geplaatst. Op de factuur van de aanbetaling staat vermeld ‘werkzaamheden uitvoeren 17-04-2023’ en dat materialen worden besteld na ontvangst van de aanbetaling. [5]
Aangever [benadeelde partij 4] heeft op 24 januari 2023 een aanbetaling gedaan van € 11.555,50. Op de factuur van de aanbetaling staat vermeld ‘Werkzaamheden uitvoeren in de week van 10-07-2023’ en dat materialen worden besteld na ontvangst van de aanbetaling. [6]
Aangever [benadeelde partij 5] heeft op 20 januari 2023 een aanbetaling gedaan van € 5.783,80. Op grond van de overeenkomst zouden de werkzaamheden begin juli 2023 uitgevoerd worden. [7]
Aangever [benadeelde partij 6] heeft – vanuit zijn bedrijf [bedrijf 3] – op 16 januari 2023 de factuur van de aanbetaling van € 7.153,52 betaald. Op de factuur van de aanbetaling staat vermeld ‘werkzaamheden uitvoeren in de week van 12-06-2023’ en dat materialen worden besteld na ontvangst van de aanbetaling. [8]
Aangever [benadeelde partij 7] heeft over [bedrijf 1] B.V. en verdachte verklaard dat verdachte wist waarover hij sprak en erg vakkundig klonk. De offerte was volledig en de website van [bedrijf 1] B.V. zag er betrouwbaar uit. Op 18 januari 2023 heeft hij een aanbetaling gedaan van € 6.763,90. Op de factuur van de aanbetaling staat ‘Werkzaamheden uitvoeren in de week van 03-07-2023’ en dat materialen worden besteld na ontvangst van de aanbetaling. [9]
Aangever [benadeelde partij 8] heeft op 27 februari 2023 een aanbetaling verricht van € 10.159,16. Op de factuur van de aanbetaling staat ‘Werkzaamheden uitvoeren in de week van 12-07-2023’ en dat de materialen worden besteld na ontvangst van de aanbetaling. [10]
Aangever [benadeelde partij 9] heeft over verdachte verklaard dat hij allemaal advies gaf en dat hij klonk alsof hij er verstand van had. Omdat verdachte het idee gaf dat hij het dak zou kunnen vervangen, hebben [benadeelde partij 9] en haar man [man van benadeelde partij 9] met verdachte afspraken gemaakt voor het vervangen van het dak in juli 2023. [benadeelde partij 9] heeft op 12 maart 2023 een aanbetaling gedaan van € 5.069,90. Op factuur van de aanbetaling staat ‘Werkzaamheden uitvoeren in de week van 24-07-2023’ en dat materialen worden besteld na ontvangst van de aanbetaling. [11]
Aangever [benadeelde partij 10] heeft op 30 maart 2023 een aanbetaling gedaan van € 4.963,42. Op de factuur van de aanbetaling staat ‘Werkzaamheden uitvoeren in de week van 01082023’ en dat materialen worden besteld na ontvangst van de aanbetaling. [12]
Aangever [benadeelde partij 1] heeft op 5 april 2023 een aanbetaling gedaan van € 5.783,80. Telefonisch was afgesproken dat de werkzaamheden op 8 augustus 2023 zouden beginnen. [13]
Aangever [benadeelde partij 2] heeft op 20 mei 2023 een aanbetaling gedaan van € 6.534,-. Op de factuur van de aanbetaling staat ‘Werkzaamheden uitvoeren in de week van 28-08-2023’ en dat de materialen worden besteld na ontvangst van de aanbetaling. [14]
Verdachte heeft verklaard dat de meeste klanten bij [bedrijf 1] B.V. uitkwamen doordat ze op Google zochten naar een dakdekker en/of via Homedeal of Solvari. Vervolgens belde verdachte op om een afspraak te maken om langs te komen en een offerte op te maken. Als de offerte vervolgens werd geaccepteerd, vroeg hij om een aanbetaling te doen en plande hij een datum voor de werkzaamheden in. Verdachte werkte altijd met een aanbetaling, naar eigen zeggen om de benodigde materialen te kunnen bestellen. Deze gang van zaken was volgens verdachte altijd gelijk, ook bij de 61 aangevers in het dossier. Verdachte heeft verder verklaard dat op de data waarop de werkzaamheden bij de aangevers volgens de afspraken uitgevoerd zouden worden, er geen materialen waren, er geen mensen waren geregeld die het werk zouden gaan uitvoeren en dat de geïnde aanbetalingen uitgegeven waren. [15]
Verdachte heeft ook verklaard dat hij dakpannen bestelde bij [bedrijf 4] uit [plaats 1] . [16] Door een van de aangevers in deze zaak, [benadeelde partij 11] , is e-mailcorrespondentie met [bedrijf 4] overgelegd. [eigenaar bedrijf 4] schrijft op 18 juli 2023 dat de laatste factuur aan [bedrijf 1] B.V. van 9 november 2022 dateert en dat [bedrijf 1] B.V. nadien geen dakpannen bij hen heeft besteld. [17]
De aanbetalingen worden gedaan op twee verschillende bankrekeningen, te weten [ING-rekening] (hierna: de ING-rekening) en [KNAB-rekening] (hierna: de KNAB-rekening). [18] Een zestal aangevers voldoet de aanbetaling op de KNAB-rekening (in totaal € 18.682,40). Kort na ontvangst van deze aanbetalingen worden grote bedragen contant opgenomen, overgeboekt en/of uitgegeven. Op de ING-rekening zijn betalingen te zien van de 55 andere aangevers. Deze bijschrijvingen worden veelal direct contant opgenomen. Verder blijken grote bedragen te zijn overgemaakt aan een Tsjechisch pokerbedrijf of opgenomen in een hotel waarin een casino is gevestigd. [19]
Feit 3
De gemeente Amsterdam heeft een inschrijving van verdachte ontvangen. Verdachte heeft zich met behulp van DigiD ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie [de rechtbank begrijpt: Basisregistratie personen] op het adres [adres 2] en daarbij een huurcontract overgelegd. [20] Het huurcontract is op 5 april 2023 ondertekend en hierin is opgenomen dat verdachte de genoemde woning met ingang van 5 april 2023 gaat huren van stichting Ymere. [21] Een medewerker van woningbouwvereniging Ymere heeft verklaard dat de betreffende woning bij hen in beheer is en dat deze woning sinds begin 2023 gerenoveerd wordt. De woning is door Ymere niet aan verdachte verhuurd en het huurcontract is niet opgesteld overeenkomstig de vaste lay-out van huurovereenkomsten die Ymere hanteert. [22]
3.3.2.
Overwegingen
Feit 1
Beoordelingskader [23]
De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van oplichting is vereist dat de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling in het leven heeft willen roepen teneinde daarvan misbruik te maken. Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, en moet die ander daardoor zijn bewogen tot de afgifte van (bijvoorbeeld) een goed, in deze zaak het overmaken van een geldbedrag voor de dakwerkzaamheden.
Bij het oplichtingsmiddel ‘samenweefsel van verdichtsels’ gaat het in de kern om gesproken en/of geschreven uitingen die bij die ander een op meer dan een enkele leugenachtige mededeling gebaseerde onjuiste voorstelling van zaken in het leven kunnen roepen. Van 'meer dan een enkele leugenachtige mededeling' is niet alleen sprake indien meerdere duidelijk van elkaar te scheiden leugens kunnen worden aangewezen, maar daarvan kan ook sprake zijn als een leugenachtige mededeling van voldoende gewicht is, in combinatie met andere aan de verdachte toe te rekenen omstandigheden die tot misleiding van het beoogde slachtoffer kunnen leiden, zoals het misbruik van een tussen de verdachte en het beoogde slachtoffer bestaande vertrouwensrelatie.
Bij het oplichtingsmiddel ‘het aannemen van een valse hoedanigheid’ gaat het er in de kern om dat het handelen van de verdachte ertoe kan leiden dat bij de ander een onjuiste voorstelling van zaken in het leven wordt geroepen met betrekking tot de 'persoon' van de verdachte, in het bijzonder wat betreft diens hoedanigheid, waarbij die onjuiste voorstelling in het leven wordt geroepen teneinde daarvan misbruik te maken. De in de rechtspraak wel gebruikte formulering dat een verdachte zich als een 'bonafide' deelnemer aan het rechtsverkeer heeft gepresenteerd, is met betrekking tot het aannemen van een valse hoedanigheid slechts relevant als zo een presentatie als bonafide (potentiële) wederpartij berust op voldoende specifieke gedragingen die in de desbetreffende context erop zijn gericht bij het beoogde slachtoffer een onjuiste voorstelling van zaken in het leven te roepen teneinde daarvan misbruik te maken.
Dat het bij de strafbaarstelling van oplichting gaat om gevallen waarin de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling van zaken in het leven wil roepen teneinde daarvan misbruik te kunnen maken, brengt mee dat aldus niet slechts het vertrouwen wordt beschermd van die ander tegen vermogensnadeel dat hij lijdt, maar ook meer algemeen het vertrouwen dat het publiek ten behoeve van het maatschappelijk en economisch verkeer tot op zekere hoogte mag stellen in de oprechtheid waarmee anderen aan dit verkeer deelnemen. Dit laatste komt in de rechtspraak van de Hoge Raad tot uitdrukking in verschillende voor de beoordeling van het gewicht van het gehanteerde oplichtingsmiddel relevant geachte omstandigheden als: het misbruik maken van een in het maatschappelijk verkeer geldend verwachtingspatroon, het verstrekken van onbruikbare contactgegevens of het veelvuldig herhalen van identieke gedragingen in relatie tot telkens weer andere (beoogde) slachtoffers.
Toepassing van het beoordelingskader op deze strafzaak
Uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden is een gedragspatroon zichtbaar. Verdachte hanteerde een vaste handelswijze, waarbij een klant eerst overtuigd moest worden om aan [bedrijf 1] B.V. een opdracht te geven voor een dakrenovatie. Hiertoe moest het vertrouwen worden gewekt dat verdachte/ [bedrijf 1] B.V. de werkzaamheden daadwerkelijk naar tevredenheid kon en zou uitvoeren. De klanten kregen vervolgens een factuur toegestuurd met het verzoek een aanbetaling te doen. Op de factuur wordt een concrete periode genoemd waarbinnen de werkzaamheden worden uitgevoerd en verder wordt vermeld dat de benodigde materialen worden besteld zodra de aanbetaling is voldaan.
Tegenover deze voorstelling van zaken aan de klanten staat dat er, na ontvangst van de aanbetaling, niets is gebeurd om te bewerkstelligen dat de werkzaamheden op de afgesproken momenten daadwerkelijk uitgevoerd zouden kunnen worden. Zo blijkt uit de correspondentie met [eigenaar bedrijf 4] dat er geen dakpannen zijn besteld. Uit het dossier volgt evenmin dat verdachte andere materialen heeft ingekocht ten behoeve van het uitvoeren van de opdrachten.
Kijkend naar de op de voorschotfacturen genoemde data waarop de werkzaamheden zouden worden uitgevoerd, valt op dat een groot aantal werkzaamheden werd gepland door heel Nederland in de maanden juni, juli en augustus. Zo verplichtte verdachte zich jegens een aantal aangevers om in de week van 19 juni 2023, werkzaamheden uit te voeren aan daken van een zevental huizen in Zwolle, Hilversum, Nieuwegein en Rotterdam. In de week van 10 juli 2023 gaat het om dakwerkzaamheden aan zes huizen in Amersfoort, Hilversum, Zeist en Kwadijk. Uit niets blijkt dat verdachte voldoende personeel had ingepland om deze werkzaamheden op verschillende locaties daadwerkelijk uit te kunnen voeren.
Verder overweegt de rechtbank dat verdachte door het vragen van een aanbetaling, ook misbruik heeft gemaakt van een geldend verwachtingspatroon. Het is immers niet ongebruikelijk dat door bonafide dakdekkers ten behoeve van de aanschaf van bouwmaterialen een aanbetaling wordt verlangd. Deze mededeling door verdachte, gevolgd door de factuur wekt dan ook de verwachting bij klanten dat er materiaal wordt besteld teneinde de gewenste werkzaamheden te verrichten. Doordat verdachte wel de aanbetaling heeft geïncasseerd, maar vervolgens niets heeft gedaan dat gericht is op daadwerkelijke dakdekkerswerkzaamheden, heeft verdachte van dit verwachtingspatroon misbruik gemaakt.
Niet gebleken is dat verdachte gedurende de tenlastegelegde periode of in de maanden mei, juni, juli, augustus en september 2023 één enkele opdracht heeft uitgevoerd. Hierin ziet de rechtbank een bevestiging dat verdachte van meet af aan niet voornemens was de aangenomen werkzaamheden te verrichten.
De hierboven geschetste handelingen van verdachte kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden bestempeld dan het oplichten van zijn klanten door het aannemen van een valse hoedanigheid en het gebruik maken van een samenweefsel van verdichtsels. Verdachte heeft zich immers voorgedaan als betrouwbare dakdekker, nam opdrachten tot het verrichten van werkzaamheden aan, maakte afspraken en deed beloftes teneinde zijn klanten over te laten gaan tot een aanbetaling. Verdachte heeft zich echter op geen enkele manier ingespannen om zich aan deze opdrachten, afspraken en beloftes te houden waardoor hij een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen. Hierbij heeft hij misbruik gemaakt van het verwachtingspatroon dat wordt gevormd door de algemene gebruiken in de dakdekkersbranche, waarin men op basis van goed vertrouwen handelt omdat de wederpartij bepaalde specifieke kennis en expertise heeft en een aanbetaling voor de benodigde materialen gebruikelijk is.
De rechtbank acht dan ook ten aanzien van alle 61 aangevers bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting.
Feit 2
De rechtbank acht bewezen dat verdachte het tenlastegelegde geldbedrag heeft witgewassen. De tenlastelegging ziet op het witwassen van de aanbetalingen. Hiervoor heeft de rechtbank overwogen dat verdachte deze aanbetalingen door oplichting heeft verkregen. Daarmee staat vast dat de geldbedragen uit verdachtes eigen misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte dit wist. De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van de verdediging dat verdachte ten tijde van de witwasgedragingen nog niet wist dat hij de werkzaamheden niet zou gaan uitvoeren. Uit de overwegingen bij feit 1 volgt dat dat verdachte van begin af aan niet van plan was om de werkzaamheden uit te gaan voeren.
Verdachte heeft de geldbedragen voorhanden gehad. Daarnaast heeft hij een deel van dit geld omgezet (door het contant op te nemen) en overgedragen en/of gebruikt (door het geld over te boeken of uit te geven). De omstandigheid dat uit de bewijsmiddelen bij feit 1 blijkt dat een hoger bedrag aan aanbetalingen is ontvangen dan het in de tenlastelegging genoemde witwasbedrag, staat aan de bewezenverklaring van dat lagere bedrag niet in de weg.
Feit 3
De rechtbank acht bewezen dat verdachte opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals geschrift. De huurovereenkomst is vals, omdat Ymere de woning niet aan verdachte heeft verhuurd. Deze overeenkomst is gebruikt bij de inschrijving van verdachte op het bewuste adres. Omdat bij deze inschrijving gebruik is gemaakt van de DigiD van verdachte, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte deze inschrijving heeft verricht.

4.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3.3 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
Feit 1
in de periode van 4 november 2022 tot en met 20 mei 2023 in Nederland,
met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels,
­ [benadeelde partij 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten in totaal 13.781,90 euro, en
­ [benadeelde partij 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten in totaal 11.555,50 euro, en
­ [benadeelde partij 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten in totaal 5.783,80 euro, en
­ [benadeelde partij 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten in totaal 7.153,52 euro, en
­ [benadeelde partij 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten in totaal 6.763,90 euro, en
­ [benadeelde partij 8] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten in totaal 10.159,16 euro, en
­ [benadeelde partij 9] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten in totaal 5.069,90 euro, en
­ [benadeelde partij 10] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten in totaal 4.963,42 euro, en
­ [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten in totaal 5.783,80 euro, en
­ [benadeelde partij 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten in totaal 6.534,- euro, en
­ andere personen tot de afgifte van één of meer andere geldbedragen (pagina 247 - 262)
door
­ die personen via een advertentie te benaderen en/of te interesseren en/of
­ die personen te informeren dat het dak onderhoud nodig heeft en/of
­ zich voor te doen als een bonafide ondernemer en/of een kredietwaardige ondernemer en/of een ondernemer die bereid was en/of de intentie had en/of in staat was (binnen de overeengekomen termijn) de (overeengekomen) werkzaamheden te verrichten en/of af te ronden,
­ met die personen een overeenkomst/opdracht te sluiten, waarbij verdachte zich (onder meer) verplichtte tot het verrichten van werkzaamheden en/of het aankopen en/of (af)leveren van (bouw)materialen,
­ die personen mede te delen dat er -voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden- (aan)betalingen gedaan moesten worden ten behoeve van de aankoop van materialen, en/of
­ met die personen in de genoemde periode middels facturen concrete afspraken te maken betreffende de uitvoering van de werkzaamheden,
waardoor die personen werden bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl verdachte de overeengekomen materialen niet heeft aangekocht, althans in beperkte mate heeft aangekocht en de overeengekomen werkzaamheden niet heeft uitgevoerd;
Feit 2
in de periode van 4 november 2022 tot en met 20 mei 2023 in Nederland, een geldbedrag van in totaal253.230,29 euro, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of van dat geldbedrag gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf;
Feit 3
op of omstreeks 5 april 2023 te Amsterdam opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
­ een huurovereenkomst met stichting Ymere, huurder(s), betreffende het pand [adres 2] gedateerd 5 april 2023,
als ware het echt en onvervalst, door zich met dit geschrift in te laten schrijven op het adres [adres 2] in de Basisregistratie personen (BRP).
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5.De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
In het bijzonder overweegt de rechtbank met betrekking tot de kwalificatie van (eenvoudig) witwassen nog als volgt. Voor zover de ontvangen aanbetalingen (in de bewezenverklaarde periode) zijn opgenomen (omgezet), overgedragen of uitgegeven (gebruikt), is sprake van witwassen. Alleen voor zover het geld aan het eind van de (tenlastegelegde en) bewezen periode nog op de bankrekening van [bedrijf 1] B.V. stond, is sprake van alleen het voorhanden hebben van een geldbedrag dat onmiddellijk afkomstig is uit een eigen misdrijf. Voor dat deel van de bewezenverklaring is sprake van eenvoudig witwassen.

6.De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de straffen

7.1.
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 137 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en met de bijzondere voorwaarden die door de reclassering worden geadviseerd, een taakstraf van 240 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.
Daarnaast vordert de officier van justitie dat verdachte voor 5 jaar wordt ontzet uit het recht een bouw- en dakdekkersonderneming te mogen besturen en dat het vonnis openbaar wordt gemaakt door toezending aan de Kamer van Koophandel, ter effectuering van het bestuursverbod.
7.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht geen grotere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten (43 dagen). De op te leggen straf zou aangevuld kunnen worden met een voorwaardelijke gevangenisstraf en/of een taakstraf.
7.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf op van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd. Daarnaast zal de rechtbank een bestuursverbod van 5 jaar opleggen en het vonnis openbaar laten maken door het aan de Kamer van Koophandel toe te sturen. Hiervoor vindt de rechtbank het volgende van belang.
Verdachte heeft in een periode van ongeveer een half jaar 61 klanten opgelicht door hen aanbetalingen te laten verrichten voor werkzaamheden die hij nooit zou gaan (laten) uitvoeren. Als gevolg van zijn handelen heeft verdachte € 278.096,72 aan betalingen opgestreken. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen dat hij als – ogenschijnlijk – betrouwbare en kundige dakdekker had opgewekt bij klanten. Daarnaast heeft verdachte de ontvangen geldbedragen witgewassen, met als gevolg dat er weinig meer over is van het geld. Kort na het moment dat aangevers geen contact meer kunnen krijgen over de opdrachten die verdachte uitvoeren zou, heeft hij zich met behulp van een valse huurovereenkomst ingeschreven op een adres waar hij niet woonde, waardoor hij uit zicht van de aangevers kon blijven.
Uit het dossier komt dan ook het beeld naar voren dat verdachte weloverwogen en calculerend te werk is gegaan, zonder zich op één moment te bekommeren om de gevolgen van zijn handelen voor anderen. Hij had alleen oog voor zijn eigen (financiële) positie en heeft zijn klanten ernstig financieel benadeeld. Dit beeld wordt ook versterkt doordat het dossier aanwijzingen bevat dat verdachte ook op andere wijze zijn eigen financiële belang ten koste van anderen vooropstelt. Zo is vanaf begin 2022 door de onderneming van verdachte geen aangifte omzetbelasting ingediend, terwijl wel btw-facturen zijn verstuurd en geïncasseerd. Verdachte heeft geen enkel inzicht getoond in het laakbare van zijn handelen. Integendeel; hij heeft zich als slachtoffer van omstandigheden gepresenteerd. Dit baart de rechtbank zorgen.
Bij het bepalen van de hoogte van de straf kijkt de rechtbank ook naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daarvoor kijkt de rechtbank naar de oriëntatiepunten van het LOVS. Die noemen als vertrekpunt bij een zaak met een benadelingsbedrag tussen de 250.000 en de 500.000 euro een gevangenisstraf van 12 tot 18 maanden. Het benadelingsbedrag in deze zaak ligt aan de onderkant van deze categorie, zodat de rechtbank een gevangenisstraf van 12 maanden als vertrekpunt neemt.
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van verdachte. Hieruit volgt dat geen sprake is van recente relevante eerdere veroordelingen. Het strafblad is dus geen reden om naar boven toe van het vertrekpunt af te wijken.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten, zoals dat ook tot uitdrukking komt in de hoogte van het vertrekpunt, niet kan worden volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Daarvoor zijn de feiten op zichzelf te ernstig en de rechtbank ziet in de persoon van verdachte of zijn proceshouding ook geen aanleiding om hier fors van af te wijken.
In het bijzonder maakt ook de omstandigheid dat verdachte als gevolg van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf tijdelijk niet in staat is om te werken (en dus ook tijdelijk geen geld kan verdienen om benadeelde partijen terug te betalen) niet dat afgezien moet worden van een onvoorwaardelijk strafdeel. Dat er nog schulden zijn die terugbetaald moeten worden is inherent aan fraudezaken waarbij benadelingsbedragen als de onderhavige aan de orde zijn. Dit gegeven is dan ook verdisconteerd in de oriëntatiepunten en op zichzelf geen reden om af te zien van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Met het opleggen van een straf wordt ook niet alleen het strafdoel van rechtsherstel gediend, maar daarnaast spelen ook strafdoelen als vergelding en (generale) preventie een rol.
De rechtbank ziet naast het opleggen van een onvoorwaardelijk strafdeel ook aanleiding om een voorwaardelijk strafdeel en een bestuursverbod op te leggen. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een groot herhalingsgevaar. Net als de reclassering betwijfelt de rechtbank of verdachte de ernst van zijn handelen inziet en de op te leggen betalingsverplichtingen zullen een forse financiële last op verdachte leggen. De wens van verdachte om in de toekomst wederom vanuit een eigen onderneming dakdekkerswerkzaamheden aan te bieden, baart de rechtbank in dit opzicht zorgen. Met het opleggen van een fors voorwaardelijk strafdeel met een lange proeftijd hoopt de rechtbank een extra drempel op te werpen om opnieuw strafbare feiten te plegen. Het op te leggen bestuursverbod zorgt ervoor dat verdachte niet in staat is om een rechtspersoon te misbruiken door schulden in het vermogen van de rechtspersoon te laten ontstaan. Tegelijkertijd wordt verdachte daardoor niet gehinderd om in loondienst werkzaamheden te verrichten. Voor een effectieve werking van het beroepsverbod zal de rechtbank ook gelasten dat het vonnis openbaar gemaakt zal worden door toezending daarvan aan de Kamer van Koophandel.
De rechtbank stelt tot slot vast dat de redelijke termijn van twee jaar is overschreden. Verdachte is op 12 maart 2024 in verzekering en de rechtbank doet uitspraak op 2 april2026. Gelet op deze beperkte overschrijding volstaat de rechtbank het de constatering ervan.

8.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

8.1.
De vorderingen
In totaal hebben 62 benadeelde partijen een vordering ingediend om geleden schade vergoed te krijgen. Ten aanzien van alle 62 benadeelde partijen geldt dat zij de aanbetaling die zij aan [bedrijf 1] B.V. hebben betaald, terug willen hebben. Een deel van de benadeelde partijen heeft daarnaast een vergoeding voorandere materiële schade, immateriële schade en/of betaling van proceskosten gevorderd.
Een overzicht van alle vorderingen is als
bijlage 3aan dit vonnis gehecht.
8.2.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie stelt dat de meeste vorderingen in zijn geheel toegewezen kunnen worden, vermeerderd met de wettelijke rente, en heeft gevorderd dat ten aanzien van deze vorderingen de schadevergoedingsmaatregel opgelegd wordt. Voor zover door een benadeelde partij ook al een deel van de wettelijke rente expliciet is gevorderd, dient de wettelijke rente op de gebruikelijke manier over het totaal toegewezen bedrag toegekend te worden.
Ten aanzien van een deel van de vorderingen ligt het deels anders. De door [benadeelde partij 2] (vordering 1) gevorderde incassokosten hebben betrekking op een civiele procedure en volgen niet uit het plegen van het strafbare feit, zodat die moeten worden afgewezen. De door [benadeelde partij 12] (vordering 15) gevorderde immateriële schade moet worden afgewezen. De door [benadeelde partij 4] (vordering 27) gevorderde proceskosten zien op een faillissementsaanvraag en moeten daarom worden afgewezen. De door [benadeelde partij 13] (vordering 37) gevorderde immateriële schade dient te worden afgewezen. De gevorderde incassokosten komen wel voor toewijzing in aanmerking. De vordering van [benadeelde partij 14] (vordering 38) moet worden afgewezen, omdat deze benadeelde partij al een civiel vonnis en dus al over een executoriale titel beschikt. De vordering van [bedrijf 2] B.V./ [benadeelde partij 3] (vordering 39) kan worden toegewezen voor zover terugbetaling van de aanbetaling wordt gevorderd. Wat betreft de overige (im)materiële posten dient deze benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard te worden.
De aangifte van [benadeelde partij 15] is niet meegenomen in deze zaak en om die reden moet deze benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard.
8.3.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft een groot aantal van de vorderingen niet betwist, in het bijzonder waar het de gedane aanbetalingen betreft. Voor zover door benadeelde partijen apart wettelijke rente is gevorderd, dient de rechtbank die post af te wijzen en alleen de wettelijke rente over het toegewezen deel van de vordering toe te wijzen.
De door [benadeelde partij 2] (vordering 1) gevorderde incassokosten zien op een separate procedure en moeten worden afgewezen. De benadeelde partij [bedrijf 3] / [benadeelde partij 6] (vordering 14) moet niet-ontvankelijk worden verklaard omdat er geen machtiging is waaruit blijkt dat [benadeelde partij 6] de gemachtigde van de onderneming is die de overeenkomst is aangegaan. De door [benadeelde partij 12] (vordering 15) gevorderde immateriële schade moet worden afgewezen. Subsidiair moet worden aangesloten bij de Rotterdamse schaal. De door [benadeelde partij 4] (vordering 27) gevorderde juridische kosten hebben betrekking op een faillissementsaanvraag en moeten worden afgewezen. De door [benadeelde partij 13] (vordering 37) gevorderde incassokosten en immateriële schade moeten worden afgewezen. De vordering van [benadeelde partij 14] (vordering 38) moet worden afgewezen, omdat deze benadeelde partij al over een executoriale titel beschikt door een civiel vonnis. De vordering van [bedrijf 2] B.V./ [benadeelde partij 3] (vordering 39) kan alleen worden toegewezen voor wat betreft de gevorderde aanbetaling. Voor wat betreft de overige materiële kosten dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard. De gevorderde immateriële schade moet worden afgewezen. De benadeelde partij [bedrijf 5] B.V./ [benadeelde partij 16] (vordering 61) dient niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat er geen formele machtiging of uittreksel van de Kamer van Koophandel is waaruit blijkt dat [benadeelde partij 16] gemachtigd is de B.V. te vertegenwoordigen.
Tot slot moet de door benadeelde partij [benadeelde partij 15] gevorderde immateriële schade worden afgewezen.
8.4
Oordeel
Benadeelde partij [benadeelde partij 15]
De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde partij 15] niet-ontvankelijk verklaren, omdat deze vordering niet ziet op een van de 61 aangiftes waarop de tenlastelegging en bewezenverklaring betrekking hebben.
Vorderingen van bedrijven
Ten aanzien van een drietal vorderingen is de aanbetaling betaald door een bedrijf. Het gaat om de vordering van [bedrijf 3] , ingediend door [benadeelde partij 6] (vordering 14), de vordering van [bedrijf 2] B.V., ingediend door [benadeelde partij 3] (vordering 39) en de vordering van [bedrijf 5] B.V., ingediend door [benadeelde partij 16] (vordering 61).
De rechtbank acht de natuurlijke personen bevoegd om namens deze ondernemingen een vordering in te dienen. [benadeelde partij 3] heeft ter terechtzitting uittreksels uit de Kamer van Koophandel overgelegd, waaruit genoegzaam is gebleken dat zij de B.V. mag vertegenwoordigen. [bedrijf 3] betreft een eenmanszaak en daarom acht de rechtbank eigenaar [benadeelde partij 6] bevoegd de vordering in te dienen.
Met betrekking tot [bedrijf 5] B.V. is geen uittreksel of machtiging beschikbaar waaruit rechtstreeks volgt dat [benadeelde partij 16] de B.V. mag vertegenwoordigen. Wel blijkt uit de aangifte dat [benadeelde partij 16] een onderneming genaamd [bedrijf 5] B.V. heeft, en dat hij de directeur is van [bedrijf 5] B.V. (wensenformulier). De verdediging heeft alleen opgemerkt dat er geen machtiging of uittreksel is, maar zij heeft geen concreet bezwaar aangevoerd tegen de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [benadeelde partij 16] . [24] Tegen deze achtergrond is onvoldoende betwist dat [benadeelde partij 16] [bedrijf 5] B.V. mag vertegenwoordigen, zodat de rechtbank hiervan uitgaat.
Benadeelde partij [benadeelde partij 14] (vordering 38)
Uit de stukken van de zaak blijkt dat een vordering tot terugbetaling van de benadeelde partij in een civiele zaak tegen [bedrijf 1] B.V. is toegewezen, omdat [bedrijf 1] B.V. de overeengekomen aannemingsovereenkomst niet is nagekomen en deze door de benadeelde partij is ontbonden. Naar het oordeel van de rechtbank staat dit civiele vonnis er echter niet aan in de weg dat de vordering van de benadeelde partij in de strafzaak wordt behandeld. Deze vordering is namelijk gericht tegen een andere partij (verdachte als natuurlijk persoon) en berust op een andere grondslag (onrechtmatige daad).
Hoewel sprake is van een verschillende schulden, is de geleden schade hetzelfde (het bedrag van de aanbetaling). Dit brengt mee dat wat op grond van de strafzaak aan de benadeelde partij wordt betaald, in mindering dient te komen op wat in de civiele zaak door de vennootschap betaald dient te worden en omgekeerd.
Aanbetalingen
Alle benadeelde partijen vorderen de gedane aanbetaling als materiële schade (voor zover die niet (deels) door een verzekering is vergoed). De schade vloeit voort uit de oplichting door verdachte, die daarmee onrechtmatig heeft gehandeld. De posten zijn niet betwist en zullen daarom worden toegewezen.
De rechtbank wijst de wettelijke rente over het toegewezen schadebedrag toe vanaf de dag waarop de aanbetaling is verricht. In die gevallen (vorderingen 14 en 49) waarin dit niet vastgesteld kan worden, zal de rechtbank de wettelijke rente vanaf de datum waarop de vordering is ingediend toewijzen.
Overige materiële schade en proceskosten
[bedrijf 2] B.V. (vordering 39) vordert vergoeding voor inkomstenverlies en huurkosten voor een opslag en een bedrijfsruimte. De benadeelde partij wordt voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de behandeling hiervan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De vordering is onvoldoende onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij kan dit deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Een aantal benadeelde partijen (vorderingen 1, 22, 27, en 37) vordert betaling van incasso- en/of proceskosten. Uit de toelichting volgt dat het niet gaat om gemaakte kosten in het kader van de onderhavige civiele vorderingen, zodat de benadeelde partijen voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. De benadeelde partijen kunnen dit deel van hun vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Tot slot hebben enkele benadeelde partijen (vorderingen 1, 37 en 44) een concreet bedrag aan wettelijke rente gevorderd over een deel van de periode, naast de gebruikelijke wettelijke rente over de gehele vordering. De rechtbank zal het concrete bedrag afwijzen, omdat steeds onduidelijk is hoe dit bedrag is berekend. De wettelijke rente over het toegewezen bedrag zal de rechtbank wel steeds toewijzen.
Immateriële schade
Een aantal benadeelde partijen vordert vergoeding van immateriële schade (vorderingen 15, 37 en 39). Deze benadeelde partijen worden voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard omdat de behandeling hiervan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De vordering is onvoldoende onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partijen kunnen dit deel van hun vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Schadevergoedingsmaatregel
In het belang van de benadeelde partijen wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd. Het aantal dagen gijzeling dat op basis van de geldende LOVS-afspraken hoort bij de toegewezen bedragen overstijgt het wettelijke maximum van 365 dagen. De rechtbank zal het aantal dagen per vordering daarom evenredig matigen, zodat het totaal 365 dagen betreft.

9.Beslag

Onder verdachte zijn verschillende elektronische apparaten en/of digitale gegevensdragers in beslag genomen. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat deze in beslag genomen voorwerpen aan verdachte teruggegeven kunnen worden. De rechtbank ziet geen aanleiding anders te beslissen, zodat de rechtbank de teruggave zal gelasten.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 28, 31, 36f, 57, 225, 326, 339, 420bis en 420bis.1 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

11.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
Feit 1
oplichting, meermalen gepleegd
Feit 2
witwassenen
eenvoudig witwassen
Feit 3
opzettelijk gebruik maken van vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Hoofdstraf
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een proeftijd van 3 jaar vast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
1.
Meldplicht bij reclassering
dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen vijf dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland, locatie [plaats 2] , op het [adres 3] .
2.
Ambulante behandeling
dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door de forensische GGZ of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt.
De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op de persoonlijkheidskenmerken van verdachte.
3.
Aflossing schulden
dat verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen.
Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
Bijkomende straffen (feit 1)
- Ontzet verdachte van het recht tot uitoefening van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon voor de duur van 5 (vijf) jaar.
- Gelast de openbaarmaking van deze uitspraak door toezending daarvan aan de Kamer van Koophandel.
De kosten van deze openbaarmaking worden geschat op nihil.
Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
-
Benadeelde partij [benadeelde partij 15]
Verklaart [benadeelde partij 15] niet-ontvankelijk in haar vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
-
Benadeelde partijen (vorderingen 1 tot en met 61)
Wijst de vorderingen van de benadeelde partijen toe tot de bedragen genoemd in
bijlage 4, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten de data genoemd in
bijlage 4, tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan de benadeelde partijen.
Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Wijst de vorderingen af voor zover dit is vermeld in
bijlage 4.
Bepaalt dat de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk zijn in hun vordering, zoals aangegeven in
bijlage 4.
Legt verdachte de verplichting op om ten behoeve van de benadeelde partijen aan de Staat de bedragen genoemd in
bijlage 4te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten de data genoemd in
bijlage 4, tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van het aantal dagen, genoemd in
bijlage 4. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.
Beslag
Gelast de teruggave aan verdachte van:
2 1 STK Videorecorder (G6474591)
3 1 STK Computer (G6474560)
4 1 STK Computer (G6474567)
5 1 STK Computer (G6474570)
6 1 STK Telefoontoestel (G6474576)
7 1 STK Telefoontoestel (G6474578)
8 1 STK Telefoontoestel (G6474583)
9 1 STK Telefoontoestel (G6474573)
Dit vonnis is gewezen door
mr. H.J. Bos, voorzitter,
mrs. M. Nieuwenhuijs en G.J.M. Kruizinga, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C. Wolswinkel, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 april 2026.
[…]
Bijlage 2– Aanbetalingen
Nummer
Aangever
Aanbetaling
Pagina
1
[benadeelde partij 2]
€ 6.534,00
271
2
[benadeelde partij 17]
€ 1.996,50
279
3
[benadeelde partij 18]
€ 4.573,80
287
4
[benadeelde partij 19]
€ 2.734,60
296
5
[benadeelde partij 20]
€ 1.490,72
305
6
[benadeelde partij 21]
€ 3.223,44
310
7
[benadeelde partij 22]
€ 3.412,20
320
8
[benadeelde partij 23]
€ 1.936,00
356
9
[benadeelde partij 24]
€ 6.969,60
372
10
[benadeelde partij 25]
€ 1.996,50
381
11
[benadeelde partij 26]
€ 1.996,50
383
12
[benadeelde partij 27]
€ 4.561,70
399
13
[benadeelde partij 28]
€ 3.097,60
421
14
[benadeelde partij 6] ( [bedrijf 3] )
€ 7.153,52
429
15
[benadeelde partij 12]
€ 2.453,88
448
16
[benadeelde partij 29]
€ 7.330,18
457
17
[benadeelde partij 30]
€ 6.195,20
476
18
[benadeelde partij 31]
€ 4.501,20
521
19
[benadeelde partij 32]
€ 4.646,40
531
20
[benadeelde partij 33]
€ 3.967,59
549
21
[benadeelde partij 34]
€ 2.492,60
587
22
[benadeelde partij 35]
€ 2.988,70
606
23
[benadeelde partij 36]
€ 2.946,35
608
24
[benadeelde partij 37]
€ 4.162,40
626
25
[benadeelde partij 38]
€ 2.698,30
637
26
[benadeelde partij 39]
€ 2.855,60
649
27
[benadeelde partij 4]
€ 11.555,50
668
28
[benadeelde partij 7]
€ 6.763,90
675
29
[benadeelde partij 40]
€ 1.996,50
708
30
[benadeelde partij 41]
€ 6.201,25
717
31
[benadeelde partij 42]
€ 1.815,00
734
32
[benadeelde partij 43]
€ 9.438,00
759
33
[benadeelde partij 44]
€ 10.091,40
776
34
[benadeelde partij 45]
€ 6.691,30
789
35
[benadeelde partij 5]
€ 5.783,80
808
36
[benadeelde partij 46]
€ 5.435,32
830
37
[benadeelde partij 13]
€ 4.186,60
846
38
[benadeelde partij 14]
€ 5.166,70
870
39
[benadeelde partij 3] ( [bedrijf 2] B.V.)
€ 13.781,90
913
40
[benadeelde partij 8]
€ 10.159,16
923
41
[benadeelde partij 11]
€ 7.804,50
939
42
[benadeelde partij 47]
€ 6.292,00
952
43
[benadeelde partij 1]
€ 5.783,80
970
44
[benadeelde partij 9]
€ 5.069,90
984
45
[benadeelde partij 10]
€ 4.963,42
1005
46
[benadeelde partij 48]
€ 4.899,29
1044
47
[benadeelde partij 49]
€ 4.473,37
1057
48
[benadeelde partij 50]
€ 3.872,00
1068
49
[benadeelde partij 51]
€ 3.463,02
1075
50
[benadeelde partij 52]
€ 2.831,40
1107
51
[benadeelde partij 53]
€ 2.785,42
1115
52
[benadeelde partij 54]
€ 2.783,00
1129
53
[benadeelde partij 55]
€ 2.751,54
1148
54
[benadeelde partij 56]
€ 2.547,05
1187
55
[benadeelde partij 57]
€ 2.706,77
1161
56
[benadeelde partij 58]
€ 2.492,60
1195
57
[benadeelde partij 59]
€ 2.383,70
1207
58
[benadeelde partij 60]
€ 2.219,14
1219
59
[benadeelde partij 61]
€ 1.990,45
1230
60
[benadeelde partij 62]
€ 3.530,78
1249
61
[benadeelde partij 16] ( [bedrijf 5] B.V.)
€ 4.472,16
1258
Totaalbedrag
€ 278.096,72
Bijlage 3– Vorderingen benadeelde partij
Aangifte
Benadeelde partij
Categorie
Schadepost
Schadebedrag
1
[benadeelde partij 2]
Materieel
Aanbetaling
€ 6.534,00
Wettelijke rente
€ 87,66
Incasso (incl. btw)
€ 849,06
Proceskosten
Proceskosten
€ 1.524,00
2
[benadeelde partij 17]
Materieel
Aanbetaling
€ 1.996,50
3
[benadeelde partij 18]
Materieel
Aanbetaling
€ 4.573,80
4
[benadeelde partij 19]
Materieel
Aanbetaling
€ 2.734,60
5
[benadeelde partij 20]
Materieel
Aanbetaling
€ 1.490,72
6
[benadeelde partij 21]
Materieel
Aanbetaling
€ 3.223,44
7
[benadeelde partij 22]
Materieel
Aanbetaling
€ 3.412,20
8
[benadeelde partij 23]
Materieel
Aanbetaling
€ 1.936,00
9
[benadeelde partij 24]
Materieel
Aanbetaling
€ 6.969,60
10
[benadeelde partij 25]
Materieel
Aanbetaling
€ 1.996,50
11
[benadeelde partij 26]
Materieel
Aanbetaling
€ 1.996,50
12
[benadeelde partij 27]
Materieel
Aanbetaling
€ 4.561,70
13
[benadeelde partij 28]
Materieel
Aanbetaling
€ 3.097,60
14
[bedrijf 3] /
[benadeelde partij 6]
Materieel
Aanbetaling
€ 7.153,52
15
[benadeelde partij 12]
Materieel
Aanbetaling
€ 2.453,88
Immaterieel
Immaterieel
€ 1.000,00
16
[benadeelde partij 29]
Materieel
Aanbetaling
€ 7.330,18
17
[benadeelde partij 30]
Materieel
Aanbetaling
€ 6.195,20
18
[benadeelde partij 31]
Materieel
Aanbetaling
€ 4.501,20
19
[benadeelde partij 32]
Materieel
Aanbetaling
€ 4.646,40
20
[benadeelde partij 33]
Materieel
Aanbetaling
€ 3.967,59
21
[benadeelde partij 34]
Materieel
Aanbetaling
€ 2.492,60
22
[benadeelde partij 35]
Materieel
Aanbetaling
€ 2.988,70
Incasso
€ 46,25
23
[benadeelde partij 36]
Materieel
Aanbetaling
€ 2.946,35
24
[benadeelde partij 37]
Materieel
Aanbetaling
€ 4.162,40
25
[benadeelde partij 38]
Materieel
Aanbetaling
€ 2.698,30
26
[benadeelde partij 39]
Materieel
Aanbetaling
€ 2.855,60
27
[benadeelde partij 4]
Materieel
Aanbetaling
€ 11.555,50
Proceskosten
Proceskosten
€ 1.639,00
28
[benadeelde partij 7]
Materieel
Aanbetaling
€ 6.763,90
29
[benadeelde partij 40]
Materieel
Aanbetaling
€ 1.996,50
30
[benadeelde partij 41]
Materieel
Aanbetaling
€ 6.201,25
31
[benadeelde partij 42]
Materieel
Aanbetaling
€ 1.815,00
32
[benadeelde partij 43]
Materieel
Aanbetaling
€ 9.438,00
33
[benadeelde partij 44]
Materieel
Aanbetaling
€ 10.091,40
34
[benadeelde partij 45]
Materieel
Aanbetaling
€ 5.191,30
35
[benadeelde partij 5]
Materieel
Aanbetaling
€ 5.783,80
36
[benadeelde partij 46]
Materieel
Aanbetaling
€ 5.435,32
37
[benadeelde partij 13]
Materieel
Aanbetaling
€ 4.186,60
Incasso
€ 543,66
Wettelijke rente
€ 371,60
Immaterieel
Immaterieel
€ 500,00
38
[benadeelde partij 14]
Materieel
Aanbetaling
€ 5.166,70
39
[benadeelde partij 3] /
[bedrijf 2] B.V.
Materieel
Aanbetaling
€ 13.781,90
Inkomensverlies
€ 47.934,68
Huur opslag
€ 12.302,00
Huur bedrijfsruimte
€ 8.842,00
Immaterieel
Immaterieel
€ 3.600,00
40
[benadeelde partij 8]
Materieel
Aanbetaling
€ 10.159,16
41
[benadeelde partij 11]
Materieel
Aanbetaling
€ 7.804,50
42
[benadeelde partij 47]
Materieel
Aanbetaling
€ 6.292,00
43
[benadeelde partij 1]
Materieel
Aanbetaling
€ 5.783,80
44
[benadeelde partij 9]
Materieel
Aanbetaling
€ 5.069,00
Wettelijke rente
€ 247,67
45
[benadeelde partij 10]
Materieel
Aanbetaling
€ 4.963,42
46
[benadeelde partij 48]
Materieel
Aanbetaling
€ 4.899,29
47
[benadeelde partij 49]
Materieel
Aanbetaling
€ 4.473,37
48
[benadeelde partij 50]
Materieel
Aanbetaling
€ 3.872,00
49
[benadeelde partij 51]
Materieel
Aanbetaling
€ 3.463,02
50
[benadeelde partij 52]
Materieel
Aanbetaling
€ 2.831,40
51
[benadeelde partij 53]
Materieel
Aanbetaling
€ 2.785,42
52
[benadeelde partij 54]
Materieel
Aanbetaling
€ 2.783,00
53
[benadeelde partij 55]
Materieel
Aanbetaling
€ 2.751,54
54
[benadeelde partij 56]
Materieel
Aanbetaling
€ 2.547,05
55
[benadeelde partij 57]
Materieel
Aanbetaling
€ 2.706,77
56
[benadeelde partij 58]
Materieel
Aanbetaling
€ 2.492,60
57
[benadeelde partij 59]
Materieel
Aanbetaling
€ 2.383,70
58
[benadeelde partij 60]
Materieel
Aanbetaling
€ 1.219,14
59
[benadeelde partij 61]
Materieel
Aanbetaling
€ 1.990,45
60
[benadeelde partij 62]
Materieel
Aanbetaling
€ 3.530,78
61
[bedrijf 5] B.V./
[benadeelde partij 16]
Materieel
Aanbetaling
€ 4.472,16
[benadeelde partij 15]
Materieel
Aanbetaling
€ 4.719,00
Immaterieel
Immaterieel
€ 3.240,00
Bijlage 4– Beslissingen op vorderingen benadeelde partij
Aangifte
Benadeelde partij
Schadepost
Beslissing
Wettelijke
rente
Gijzeling
(dagen)
1
[benadeelde partij 2]
Aanbetaling
€ 6.534,00
20-5-2023
8
Wettelijke rente
Afwijzen
Incasso
(incl. btw)
N-O
Proceskosten
N-O
2
[benadeelde partij 17]
Aanbetaling
€ 1.996,50
2-5-2023
3
3
[benadeelde partij 18]
Aanbetaling
€ 4.573,80
14-12-2022
7
4
[benadeelde partij 19]
Aanbetaling
€ 2.734,60
22-11-2022
4
5
[benadeelde partij 20]
Aanbetaling
€ 1.490,72
25-11-2022
2
6
[benadeelde partij 21]
Aanbetaling
€ 3.223,44
3-1-2023
5
7
[benadeelde partij 22]
Aanbetaling
€ 3.412,20
14-12-2022
5
8
[benadeelde partij 23]
Aanbetaling
€ 1.936,00
2-1-2023
3
9
[benadeelde partij 24]
Aanbetaling
€ 6.969,60
9-12-2022
9
10
[benadeelde partij 25]
Aanbetaling
€ 1.996,50
25-4-2023
3
11
[benadeelde partij 26]
Aanbetaling
€ 1.996,50
24-4-2024
3
12
[benadeelde partij 27]
Aanbetaling
€ 4.561,70
14-12-2022
7
13
[benadeelde partij 28]
Aanbetaling
€ 3.097,60
18-2-2023
4
14
[bedrijf 3] /
[benadeelde partij 6]
Aanbetaling
€ 7.153,52
27-5-2024
9
15
[benadeelde partij 12]
Aanbetaling
€ 2.453,88
16-2-2023
3
Immaterieel
N-O
16
[benadeelde partij 29]
Aanbetaling
€ 7.330,18
23-2-2023
9
17
[benadeelde partij 30]
Aanbetaling
€ 6.195,20
11-4-2023
8
18
[benadeelde partij 31]
Aanbetaling
€ 4.501,20
24-1-2023
7
19
[benadeelde partij 32]
Aanbetaling
€ 4.646,40
15-12-2022
7
20
[benadeelde partij 33]
Aanbetaling
€ 3.967,59
21-2-2023
6
21
[benadeelde partij 34]
Aanbetaling
€ 2.492,60
22-11-2022
4
22
[benadeelde partij 35]
Aanbetaling
€ 2.988,70
9-1-2023
4
Incasso
N-O
23
[benadeelde partij 36]
Aanbetaling
€ 2.946,35
17-2-2023
4
24
[benadeelde partij 37]
Aanbetaling
€ 4.162,40
26-4-2023
6
25
[benadeelde partij 38]
Aanbetaling
€ 2.698,30
15-1-2023
4
26
[benadeelde partij 39]
Aanbetaling
€ 2.855,60
19-1-2023
4
27
[benadeelde partij 4]
Aanbetaling
€ 11.555,50
25-1-2023
12
Proceskosten
N-O
28
[benadeelde partij 7]
Aanbetaling
€ 6.763,90
19-1-2023
9
29
[benadeelde partij 40]
Aanbetaling
€ 1.996,50
25-4-2023
3
30
[benadeelde partij 41]
Aanbetaling
€ 6.201,25
22-2-2023
8
31
[benadeelde partij 42]
Aanbetaling
€ 1.815,00
6-5-2023
3
32
[benadeelde partij 43]
Aanbetaling
€ 9.438,00
24-11-2022
11
33
[benadeelde partij 44]
Aanbetaling
€ 10.091,40
31-1-2023
11
34
[benadeelde partij 45]
Aanbetaling
€ 5.191,30
16-12-2022
7
35
[benadeelde partij 5]
Aanbetaling
€ 5.783,80
20-1-2023
8
36
[benadeelde partij 46]
Aanbetaling
€ 5.435,32
16-11-2022
8
37
[benadeelde partij 13]
Aanbetaling
€ 4.186,60
29-1-2023
6
Incasso
N-O
Wettelijke rente
Afwijzen
Immaterieel
N-O
38
[benadeelde partij 14]
Aanbetaling
€ 5.166,70
17-11-2022
7
39
[benadeelde partij 3] /
[bedrijf 2] B.V.
Aanbetaling
€ 13.781,90
4-11-2022
14
Inkomensverlies
N-O
Huur opslag
N-O
Huur
bedrijfsruimte
N-O
Immaterieel
N-O
40
[benadeelde partij 8]
Aanbetaling
€ 10.159,16
27-2-2023
11
41
[benadeelde partij 11]
Aanbetaling
€ 7.804,50
16-12-2022
9
42
[benadeelde partij 47]
Aanbetaling
€ 6.292,00
23-12-2022
8
43
[benadeelde partij 1]
Aanbetaling
€ 5.783,80
5-4-2023
8
44
[benadeelde partij 9]
Aanbetaling
€ 5.069,00
12-3-2023
7
Wettelijke rente
Afwijzen
45
[benadeelde partij 10]
Aanbetaling
€ 4.963,42
30-3-2023
7
46
[benadeelde partij 48]
Aanbetaling
€ 4.899,29
30-3-2023
7
47
[benadeelde partij 49]
Aanbetaling
€ 4.473,37
21-3-2023
6
48
[benadeelde partij 50]
Aanbetaling
€ 3.872,00
3-1-2023
6
49
[benadeelde partij 51]
Aanbetaling
€ 3.463,02
26-4-2024
5
50
[benadeelde partij 52]
Aanbetaling
€ 2.831,40
31-1-2023
4
51
[benadeelde partij 53]
Aanbetaling
€ 2.785,42
15-3-2023
4
52
[benadeelde partij 54]
Aanbetaling
€ 2.783,00
29-12-2022
4
53
[benadeelde partij 55]
Aanbetaling
€ 2.751,54
1-2-2023
4
54
[benadeelde partij 56]
Aanbetaling
€ 2.547,05
20-2-2023
4
55
[benadeelde partij 57]
Aanbetaling
€ 2.706,77
9-3-2023
4
56
[benadeelde partij 58]
Aanbetaling
€ 2.492,60
24-11-2022
3
57
[benadeelde partij 59]
Aanbetaling
€ 2.383,70
2-1-2023
3
58
[benadeelde partij 60]
Aanbetaling
€ 1.219,14
22-3-2023
2
59
[benadeelde partij 61]
Aanbetaling
€ 1.990,45
13-4-2023
3
60
[benadeelde partij 62]
Aanbetaling
€ 3.530,78
27-3-2023
5
61
[bedrijf 5] B.V./
[benadeelde partij 16]
Aanbetaling
€ 4.472,16
9-3-2023
6
[benadeelde partij 15]
Aanbetaling
N-O
Immaterieel
N-O
Totaal
€ 274.995,82
365

Voetnoten

1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld wordt verwezen naar pagina’s uit ‘PV VGL digi (p. 1-1383) d.d. 15-03-2024’. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Bijlagen bij een proces-verbaal van aangifte, p. 571 en 576.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 247-262 (een korte weergave van de 61 aangiften). De individuele processen-verbaal van aangifte zijn inclusief bijlagen in het dossier gevoegd op p. 2631259.
4.Bijlage 2 bevat een lijst van aangevers, het bedrag van de aanbetaling en de vindplaats daarvan in het dossier.
5.Proces-verbaal van aangifte (inclusief bijlagen), p. 906, 912 en 913.
6.Proces-verbaal van aangifte (inclusief bijlagen), p. 652 en 667.
7.Proces-verbaal van aangifte (inclusief bijlagen), p. 792.
8.Proces-verbaal van aangifte (inclusief bijlagen), p.424, 429, 430 en 435.
9.Proces-verbaal van aangifte (inclusief bijlagen), p. 669 en 673.
10.Proces-verbaal van aangifte (inclusief bijlagen), p. 917 en 921.
11.Proces-verbaal van aangifte (inclusief bijlagen), p. 975 en 984.
12.Proces-verbaal van aangifte (inclusief bijlagen), p. 1002 en 1006.
13.Proces-verbaal van aangifte (inclusief bijlagen), p. 954.
14.Proces-verbaal van aangifte (inclusief bijlagen), p. 263, 264 en 271.
15.Verklaring van verdachte op de zitting van 5 maart 2026.
16.Verklaring van verdachte op de zitting van 5 maart 2026.
17.Proces-verbaal van aangifte (inclusief bijlagen), p. 941.
18.Proces-verbaal van bevindingen, p. 237.
19.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1265-1266.
20.Proces-verbaal van aangifte (inclusief bijlage), p. 243.
21.Proces-verbaal van aangifte (inclusief bijlage), p. 245.
22.Proces-verbaal van bevindingen, p. 1269.
23.Ontleent aan ECLI:NL:HR:2016:2889.
24.Vergelijk: ECLI:NL:HR:2004:AR3043.