Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3319

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
AMS 25/7215
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling proceskosten na intrekking beroep wegens besluit UWV

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Nadat het UWV alsnog op 18 december 2025 een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in. De rechtbank heeft vervolgens het verzoek om veroordeling van het UWV in de proceskosten beoordeeld.

De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen binnen de procedure. Op grond daarvan is het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan verzoekster. De vergoeding is vastgesteld op € 467,-, gebaseerd op een vast bedrag per proceshandeling en een factor 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak.

Daarnaast is het UWV verplicht het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter T.L. Fernig-Rocour en griffier S.A. Adriaanse op 2 april 2026 zonder zitting.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 467,- aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens het alsnog nemen van een besluit.

Uitspraak

TRECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/7215

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. B.M. de Wolff).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder [1] . Zij heeft dat beroep ingetrokken omdat verweerder op 18 december 2025 een besluit op de aanvraag heeft genomen.
2. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat hij zich niet verzet tegen veroordeling in de proceskosten.
3. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [2]

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
5. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [3]
Is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen?
6. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is.
7. Op 10 december 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder. Verweerder heeft vervolgens op 18 december 2025 een besluit genomen. Hiermee is verweerder tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoekster vergoeden?
8. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Bpb als volgt berekend.
9. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 467,-.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
10. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. [4] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.L. Fernig-Rocour, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Adriaanse, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2026.
griffier
rechter
de rechter is buiten staat deze
beslissing te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op haar aanvraag om een herbeoordeling van een (ex-)werknemer in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
2.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
4.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.