Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3325

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
12089803
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:274 lid 1 sub c BWArt. 7:274c lid 4 BWArt. 7:272 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming jongerenwoning na maximale huurperiode van zeven jaar

In deze zaak vordert woningstichting Eigen Haard de ontruiming van een jongerenwoning die door de huurder al zeven jaar wordt bewoond. De huurovereenkomst betreft een jongerenhuurovereenkomst die volgens artikel 7:274 lid 1 sub c jo Pro. artikel 7:274c BW na vijf jaar kan worden opgezegd wegens dringend eigen gebruik door de verhuurder. De verhuurder wil de woning opnieuw aan een jongere verhuren.

De huurder heeft de maximale wettelijke verlenging van twee jaar benut, waardoor de totale huurperiode zeven jaar bedraagt. De kantonrechter stelt vast dat op grond van de wet geen verdere verlenging mogelijk is en dat de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst in een bodemprocedure waarschijnlijk zal worden toegewezen.

Gezien de woningnood wordt aan de huurder een ontruimingstermijn van zes weken toegekend. De huurder moet de huur blijven betalen tot het moment van daadwerkelijke ontruiming. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat de huurder misbruik van recht maakt door de ontruiming te willen uitstellen zonder juridische grond.

De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming, betaling van de huur vanaf 1 maart 2026 tot en met de maand van ontruiming, en tot betaling van de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen zes weken en betaling van huur vanaf 1 maart 2026, met uitvoerbaarheid bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12089803 \ KK EXPL 26-93
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 1 april 2026
in de zaak van
WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Eigen Haard,
gemachtigde: mr. M.E. Zwaan,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. J.H.J. Evers, kantonrechter, bijgestaan door mr. L.W. Oosthoek als griffier.
Aanwezig zijn:
- Namens Eigen Haard, mr. M.E. Zwaard (Bedrijfsjurist) en mr. J.P. van Oudenhoven als gemachtigde,
- [gedaagde] .
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
Eigen Haard heeft bij dagvaarding gevorderd [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van de jongerenwoning gelegen aan de [adres] (hierna: het gehuurde), betaling van de huursom vanaf 1 maart tot en met de maand waarin de ontruiming feitelijk plaatsvindt en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
1.2.
De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.
1.3.
Partijen hebben een jongerenhuurovereenkomst gesloten. Op grond van artikel 7:274 lid 1 sub c jo Pro. artikel 7:274c Burgerlijk Wetboek (BW) kan een jongerenhuurovereenkomst na vijf jaar worden opgezegd wegens dringend eigen gebruik aan de zijde van de verhuurder. Het dringend eigen gebruik is in dit geval gelegen in de doelstelling van Eigen Haard om de woning opnieuw aan een jongere te verhuren. Artikel 7:274c lid 4 BW biedt een mogelijkheid om de jongerenhuurovereenkomst na het verstrijken van vijf jaar nog eens met twee jaar te verlengen, en dat is in dit geval ook gebeurd. [gedaagde] heeft in totaal al zeven jaar in het gehuurde gewoond. Op grond van de wet zijn er geen mogelijkheden tot verlenging meer. Daarom is aannemelijk dat een vordering van Eigen Haard tot beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Dit betekent dat de vordering tot ontruiming van het gehuurde in dit kort geding al kan en zal worden toegewezen.
1.4.
In de huidige woningnood ziet de kantonrechter aanleiding om aan [gedaagde] een ontruimingstermijn van zes weken toe te staan.
1.5.
[gedaagde] moet de huur blijven betalen tot het moment dat hij de woning heeft verlaten. De vordering tot betaling van de huursom vanaf 1 maart 2026 tot en met de maand waarin de ontruiming feitelijk plaatsvindt wordt toegewezen.
1.6.
Eigen Haard heeft gevorderd dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat het vonnis meteen zou kunnen worden uitgevoerd, ook als hoger beroep wordt ingesteld. Naar het oordeel van de kantonrechter staat artikel 7:272 lid 1 BW Pro er in dit specifieke geval niet aan in de weg om dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Zoals gezegd bestaan er op grond van de wet geen mogelijkheden tot verlenging van de jongerenhuurovereenkomst meer. Door zich te blijven verzetten tegen het einde van de huurovereenkomst en de ontruiming op niet rechtens te respecteren gronden, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat [gedaagde] hierdoor enkel de huurperiode maximaal wil oprekken en de beëindiging van de huur en de ontruiming van het gehuurde uit te stellen. [gedaagde] maakt in zoverre dan ook misbruik van recht. De kantonrechter verklaart de gehele beslissing daarom uitvoerbaar bij voorraad.
1.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Eigen Haard worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
139,00
- salaris advocaat
577,00
- nakosten
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
890,52

2.De beslissing

De kantonrechter
2.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen zes weken na dit vonnis de woning aan de [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Eigen Haard zijn, en de sleutels af te geven aan Eigen Haard,
2.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Eigen Haard te betalen de (geïndexeerde) huursom vanaf de eerste dag van elke nieuwe maand, te beginnen per 1 maart 2026, tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt,
2.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 890,52, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
2.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. J.H.J. Evers en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.