Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3332

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
11995982
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230h lid 2 sub d BWArt. 4 lid 2 Richtlijn 93/13/EEGArt. 3 lid 1 Richtlijn 93/13/EEGArt. 6:96 BWArt. 6:96 lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering en toetsing prijsbeding in geneeskundige behandelovereenkomst

De stichting Acibadem vordert betaling van onbetaalde facturen voor medische behandelingen die de gedaagde in januari en februari 2025 heeft ondergaan. Ondanks sommaties heeft de gedaagde niet betaald en voert hij aan dat hij de facturen te laat heeft gezien vanwege een verblijf in Turkije.

De kantonrechter toetst ambtshalve het prijsbeding in de geneeskundige behandelovereenkomst aan het consumentenrecht en de Richtlijn oneerlijke bedingen. Hoewel het prijsbeding niet transparant is omdat vooraf geen concrete prijsinformatie is verstrekt, wordt het niet als oneerlijk beoordeeld omdat de patiënt uiteindelijk slechts de vergoeding van de zorgverzekeraar en het eigen risico hoeft te betalen.

De vordering wordt verminderd met reeds betaalde € 50,00 en toegewezen tot een bedrag van € 411,51, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De gedaagde wordt tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering tot betaling van € 411,51 plus rente, incassokosten en proceskosten wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11995982 \ CV EXPL 25-16813
Vonnis van 26 maart 2026
in de zaak van
de stichting
STICHTING ACIBADEM INTERNATIONAL MEDICAL CENTER,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Acibadem,
gemachtigde: mr. G.J.C. Rooijmans-Schakenraad (CollactiveBMK Incasso B.V.)
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 26 november 2025, met producties,
  • het proces-verbaal van mondeling antwoord van 11 december 2025,
  • het instructievonnis van 22 januari 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen,
  • de akte van Acibadem met een eis vermindering.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Namens de gemachtigde is mr. G.J.C. Rooijmans verschenen. [gedaagde] is niet verschenen, ondanks dat hij daartoe behoorlijk is opgeroepen. Acibadem heeft verklaard dat partijen een betalingsregeling zijn overeengekomen. Vervolgens is om een vonnis gevraagd en hiervoor is een datum bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[gedaagde] heeft in januari en februari 2025 vier medische behandelingen ondergaan bij Acibadem. Hiervoor heeft Infomedics twee facturen verstuurd op 3 februari 2025 en 13 mei 2025.
Ondanks sommaties door de gemachtigde van Acibadem heeft [gedaagde] deze facturen onbetaald gelaten daarom vordert Acibadem in deze procedure – na eisvermindering – betaling van € 461,51 aan hoofdsom vermeerderd met de wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en de proceskosten. [gedaagde] erkent dat bij Acibadem is behandeld en voert aan dat hij in de periode april tot en met oktober in Turkije verbleef en daarom de facturen te laat heeft gezien.
2.2.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Acibadem toe, hiertoe is het volgende redengevend.
Ambtshalve toetsing
2.3.
De geneeskundige behandelovereenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen Acibadem als handelaar en [gedaagde] als consument. In dat geval moet ambtshalve, dus ook als dat door partijen niet aan de orde is gesteld en/of de vordering is erkend, worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht.
2.4.
Ambtshalve toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een geneeskundige behandelovereenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d van het Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van toetsing.
2.5.
Wel dient het prijsbeding ambtshalve getoetst te worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG. Ingevolge artikel 4 lid 2 van Pro deze richtlijn zijn echter kernbedingen (zoals het prijsbeding) uitgesloten van toetsing op oneerlijkheid mits deze transparant zijn.
Transparantie
2.6.
Uit de stellingen en overgelegde stukken van Acibadem wordt geconcludeerd dat voorafgaand aan de behandeling geen informatie is gegeven over de daadwerkelijke prijs van de behandeling. Weliswaar heeft Acibadem de passantentarieven gepubliceerd op haar website, maar gesteld noch gebleken is dat Acibadem vóór de behandeling verwijst naar de door haar op haar website gepubliceerde passantentarieven. Bovendien informeert Acibadem de patiënt niet over de NZa-code van zijn behandeling, waardoor het voor de patiënt ondoenlijk is om het toepasselijke tarief in die lijst te vinden. Daarbij geldt dat vaak pas gedurende of na de behandeling precies wordt vastgesteld welke NZa-codes in rekening worden gebracht. Sterker, uit de toelichting van Acibadem volgt dat de prijs die betaald wordt voor gecontracteerde zorg altijd lager is dan het passantentarief en de prijs voor niet-gecontracteerde zorg afhankelijk is van het bedrag dat de verzekeraar achteraf vergoedt. In dat laatste geval staat de prijs die eisende partij uiteindelijk in rekening brengt, voorafgaand aan de behandeling, dus nog niet vast. Conclusie is dan ook dat het prijsbeding niet transparant is en getoetst moet worden op oneerlijkheid.
(On)eerlijkheid
2.7.
Volgens artikel 3, lid 1 van de richtlijn wordt een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort.
2.8.
Acibadem heeft voldoende gesteld dat zij bij niet-gecontracteerde zorg de prijs voor de behandeling achteraf aanpast aan de vergoeding die de zorgverzekeraar voor de behandeling aan de patiënt betaalt (door kwijtschelding van het meerdere).
Voorwaarde daarvoor is wel dat de patiënt zijn factuur indient bij de zorgverzekeraar en de specificatie daarvan aan eisende partij stuurt. In dat geval dient de patiënt alleen de van de verzekeraar ontvangen vergoeding aan eisende partij te voldoen, eventueel nog vermeerderd met het verrekende eigen risico. Onbetwist is gebleven dat zij deze wijze van factureren voorafgaande aan de behandeling op haar website, telefonisch en bij de afspraakbevestiging steeds heeft vermeld.
2.9.
Omdat [gedaagde] uiteindelijk alleen de vergoeding van de zorgverzekeraar en het eventueel verrekend eigen risico hoeft te betalen, wordt geoordeeld dat het prijsbeding niet oneerlijk is. Het evenwicht tussen partijen is namelijk door de intransparantie van de uiteindelijke prijs niet in strijd met de goede trouw aanzienlijk verstoord. Zowel bij contractuele als bij niet-contractuele zorg brengt eisende partij bij de patiënt (uiteindelijk) immers alleen de prijs in rekening die door de verzekeraar aan de patiënt wordt vergoed, zodat een verzekerde patiënt zelf ten hoogste het eigen risico moet betalen. Dat bij niet-gecontracteerde zorg het bedrag aan eigen risico, zoals in het onderhavige geval, betaald moet worden aan eisende partij in plaats van aan de zorgverzekeraar, maakt het voorstaande niet anders.
2.10.
Gelet het voorgaande zal de vordering tot betaling van de hoofdsom van € 461,51 verminderd met de betaling door [gedaagde] van € 50,00, een bedrag van € 411,51 worden toegewezen.
Wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten
2.11.
Acibadem hanteert geen algemene voorwaarden en verder is niet gebleken dat Acibadem standaardbedingen hanteert die voor de beoordeling van de vorderingen van belang zijn en daarom getoetst zouden moeten worden op oneerlijkheid.
2.12.
Omdat [gedaagde] de hoofdsom te laat heeft betaald en hij de hoogte van de gevorderde wettelijke rente niet heeft betwist, zal deze worden toegewezen zoals hierna vermeld.
2.13.
Acibadem vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Omdat [gedaagde] een consument is, moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Acibadem heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal een bedrag van € 83,76 worden toegewezen.
Proceskosten
2.14.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Acibadem worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
174,00
(2 punt × € 87,00)
- nakosten
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
681,64
2.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Acibadem te betalen:
  • een bedrag van € 411,51 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag met ingang van 3 maart 2026 tot de dag van volledige betaling,
  • een bedrag van € 18,49 aan verschenen wettelijke rente, berekend tot 2 maart 2026,
  • een bedrag van € 83,76 aan buitengerechtelijke kosten,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 681,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.J. Evers, kantonrechter, bijgestaan door mr. H. Heida, en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026.
61291