Eiser, woonachtig in Polen en ondernemer, heeft zich aangemeld voor de vrijwillige AOW-verzekering. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft de premie voor de periode van 30 juni 2021 tot en met 31 december 2023 definitief vastgesteld op € 8.641,-, gebaseerd op het bruto belastbaar inkomen zoals opgegeven in de Poolse belastingaanslag.
Eiser maakte bezwaar tegen deze berekening en stelde dat de Svb ten onrechte het bruto inkomen hanteerde zonder aftrek van kosten zoals winkelhuur, accountant en inkoopkosten. Tijdens de zitting gaf eiser aan geen bewijsstukken te kunnen overleggen, omdat dergelijke kosten in Polen niet verplicht worden opgevoerd en hij de huur contant betaalt.
De rechtbank oordeelt dat zonder objectief bewijs de door eiser aangevoerde kostenposten niet kunnen leiden tot vermindering van het belastbaar inkomen. Ook een verklaring over de huur van de winkelruimte is onvoldoende, omdat de Svb meer onderbouwing vereist, zoals bankafschriften.
Daarom is de premieberekening van de Svb juist en wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt het betaalde griffierecht niet terug.