Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
2. In afwijking van artikel 7:628a van het Burgerlijk Wetboek geldt dat indien:
Je krijgt een pickbon en die spullen moet je klaarzetten. (…) Ja, je moet altijd de producten scannen. (…) Nee, er zijn geen uitzonderingen. Je moet altijd scannen en je hebt altijd een opdrachtbon. (…) U vraagt naar zaterdag 4 oktober 2025. Ik heb gewoon gescand en er was een opdrachtbon. Echt waar. U vraagt in opdracht van wie ik die producten heb gescand omdat er geen opdracht was tot het scannen van de producten. Ik heb geen opdracht gekregen en er is een bon van. U zegt nogmaals dat ik geen bon, dus geen opdracht had voor het picken van de producten op 4 oktober 2025. Niemand heeft mij de opdracht gegeven. (…) Ik heb gewoon de producten gescand en ik heb daarvoor een opdrachtbon gehad.”
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
opzet of schuldaan de zijde van [verweerder] . Hanos heeft slechts het relevante wetsartikel geciteerd, maar dat acht de kantonrechter in dit geval voldoende. Hoewel Hanos dus niet met zoveel woorden heeft gesteld dat de dringende reden is veroorzaakt door opzet of schuld van [verweerder] , kan dit afgeleid worden uit de hiervoor besproken gestelde feiten en omstandigheden op grond waarvan is vastgesteld dat [verweerder] heeft meegewerkt aan het verduisteren van de drankvoorraad. Dit betekent dat de in het geding vastgestelde feiten de vordering kunnen dragen en [verweerder] de gefixeerde schadevergoeding aan Hanos moet betalen.