Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
Marketing and Technical Support Director.
the Employeren werknemer als
the Employeeis onder meer het volgende bepaald:
salesdirecteur voor de regio Europa. In 2023 en begin 2024 werd werknemer, door vertrek van de toenmalige vice president
sales & marketingen
general manager, ook belast met de verantwoordelijkheid voor
salesin de overige regio’s (wereldwijd) en over de afdelingen
sales planning & analysisen
marketing.
Regional Sales Directorzou vervullen. Werknemer heeft vervolgens in verschillende e-mails en in een gesprek meegedeeld dat hij zich niet kon vinden in de voorgestelde functie en graag in overleg wilde treden om gezamenlijk een oplossing te vinden. Op 3 april 2025 is werknemer per e-mail meegedeeld dat er geen andere mogelijkheden waren.
3.Het verzoek van werknemer
4.De beoordeling
salesdirecteuren actief zouden zijn. Daarmee wilde het bestuur bereiken dat gerichter kon worden gewerkt met meer focus op klantbehoeften, marktsegmentatie en prestatieverbeteringen. Niet gezegd kan worden dat het bestuur in redelijkheid niet tot dit besluit kon en mocht overgaan, ook gelet op het feit dat in de arbeidsovereenkomst de mogelijkheid tot eenzijdige wijziging is opgenomen. Het gevolg daarvan was wel dat de verantwoordelijkheden die werknemer op dat moment feitelijk had onverwacht afnamen, en het is voorstelbaar dat werknemer dit als een aantasting van zijn positie en als teleurstellend heeft ervaren. [verweerder] heeft zich daarvan onvoldoende rekenschap gegeven. Van [verweerder] had tenminste mogen worden verwacht dat zij haar voornemen tijdig met werknemer had besproken en werknemer informatie had verstrekt over zijn verdere rol bij het bedrijf, temeer nu werknemer al meer dan 20 jaar met goed gevolg werkzaam is voor het concern. Dat [verweerder] dat heeft nagelaten kan haar worden verweten maar de hoge lat van ernstige verwijtbaarheid wordt daarmee niet gehaald. Dat de verantwoordelijkheden die werknemer op dat moment feitelijk had door het besluit van het bestuur om een tweede
salesdirecteur aan te stellen afnamen, maakt bovendien nog niet dat sprake is van materieel functieverval of een demotie waarbij het carrièreperspectief van werknemer ontoelaatbaar is geschaad. Werknemer heeft dat in ieder geval onvoldoende over het voetlicht weten te brengen. Werknemer was formeel aangesteld als
salesdirecteur en deze functie zou hij behouden met bijbehorende verantwoordelijkheden (zij het voor beperkter regio’s). Verder is aannemelijk dat de afname van het aantal medewerkers binnen de
salesafdeling waarvoor werknemer verantwoordelijk zou zijn, is afgenomen door de reorganisatie. Bovendien behield werknemer zijn salaris. Werknemer kan daarom evenmin in zijn standpunt worden gevolgd dat werkgever de ontslagroute via het UWV had moeten volgen.
salesmanager en later
salesdirecteur. De inhoud van de functie is weliswaar uitgebreid, maar werknemer heeft (in het kader van de gelding van het concurrentiebeding) onvoldoende uitgelegd waarom deze wijziging ingrijpend is en ook niet waarom het concurrentiebeding daardoor zwaarder is gaan drukken. Werknemer heeft in dit verband gewezen op het feit dat het beding oorspronkelijk zag op een in Nederland gepositioneerde marketingfunctie en het beding hem nu beperkt in zijn mogelijkheden om internationaal op zijn huidige niveau en binnen zijn expertise werkzaam te zijn. Wat werknemer daarmee bedoelt, is onduidelijk gebleven omdat dat niet in geschil is dat het concurrentiebeding beperkt is tot de Nederlandse markt. Ook is niet duidelijk gemaakt waarom sprake was van een niet voorzienbare functiewijziging.