Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3640

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
11827092 \ CV EXPL 25-10698
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:83 BWArt. 6:96 BWArt. 6:97 BWArt. 7:17 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tesla aansprakelijk voor schade aan auto tijdens herstelwerkzaamheden

Partijen sloten op 15 maart 2025 een koopovereenkomst voor een Tesla Model Y, geleverd op 19 maart 2025. Na levering meldde NuTh diverse gebreken die Tesla herstelde. Tijdens herstelwerkzaamheden ontstonden nieuwe schades aan de auto, die NuTh op 20 mei 2025 constateerde en op 12 juni 2025 door een deskundige liet vaststellen.

NuTh stelde Tesla in gebreke en vorderde schadevergoeding wegens wanprestatie. Tesla betwistte aansprakelijkheid en stelde dat de auto schadevrij was geleverd en dat eventuele nieuwe schades niet aan haar toe te rekenen waren. De rechtbank oordeelde dat Tesla tekortgeschoten is in de nakoming van haar herstelverplichtingen, omdat de nieuwe schades tijdens de reparatie zijn ontstaan en voor haar rekening komen.

De rechtbank stelde de schade vast op € 3.250,-, gebaseerd op het deskundigenrapport, en veroordeelde Tesla tot betaling van € 4.248,25 inclusief expertisekosten. Kosten voor vervangend vervoer en juridische bijstand werden afgewezen. De verklaring voor recht dat Tesla in verzuim verkeert werd eveneens afgewezen wegens gebrek aan zelfstandig belang. Tesla werd veroordeeld in de proceskosten van € 715,35.

Uitkomst: Tesla is aansprakelijk voor schade aan de auto tijdens herstelwerkzaamheden en moet € 4.248,25 aan NuTh betalen.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11827092 \ CV EXPL 25-10698
Vonnis van 20 februari 2026
in de zaak van
NUTH B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij (hierna: NuTh),
gemachtigde: dhr. V. Polat,
tegen
TESLA MOTORS NETHERLANDS B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij (hierna: Tesla),
gemachtigde: mr. R.A.C. Stoop

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van NuTh van 5 augustus 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord van Tesla van 14 oktober 2025, met producties,
- het tussenvonnis van 28 oktober 2025, waarbij mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte aanvullende producties van Tesla, met producties 9 t/m 11,
- de akte aanvullende producties van NuTh, met producties 12 en 13,
- het e-mailbericht van 12 december 2025 van NuTh naar aanleiding van de akte aanvullende producties van Tesla, waarin zij (NuTh) aangeeft dat de kantonrechter haar akte van 14 oktober 2025 eerder heeft geweigerd,
- de mondelinge behandeling van 23 december 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 15 maart 2025 hebben partijen een koopovereenkomst gesloten voor de levering van een nieuwe Tesla Model Y (hierna: de auto), waarna de auto op 19 maart 2025 aan NuTh is geleverd. Bij het in ontvangst nemen van de auto heeft NuTh – voor zover hier relevant – de volgende verklaring ondertekend:
“Confirmation of Delivery
By signing below I accept delivery of the vehicle (..) I confirm that this is the vehicle I ordered, that the vehicle is free of any noticeable defects other than those notified in writing (..)”
2.2.
Ook op 19 maart 2025 heeft NuTh twee klachten over de auto bij Tesla gemeld: een te grote kier bij het achterlicht en een te zware deur aan de bestuurderszijde. Op 27 maart 2025 heeft een monteur van Tesla de problemen met de deur verholpen. Tijdens dat bezoek is er ook andere schade geconstateerd: lakschade op de
frunken een kleverig residu aan de binnenzijde van de wielen. Om die problemen te verhelpen heeft NuTh de auto op 24 april 2025 bij Tesla gebracht. Bij het afleveren van de auto heeft NuTh nog een aantal gebreken en schades gemeld over de uitlijning van de led-strip, de scherpte van de sierlijst en schade op de lak.
2.3.
De servicefactuur van Tesla die is opgemaakt naar aanleiding van de op 24 april 2025 gemelde gebreken en schades, vermeldt – voor zover hier relevant – het volgende:
“(..)
Removed taillight assembly but assembly cannot be aligned. Confirmed with CVIS that trunk lid and taillight assembly are fitted within specification. Replacing the taillight assembly will not fix the issue as these are all coming from the same mold.
(..)”
2.4.
Nadat de herstelwerkzaamheden waren uitgevoerd, hebben partijen de auto op 20 mei 2025 samen geïnspecteerd (hierna: de inspectie). Na afloop van de inspectie heeft Tesla – voor zover hier relevant – via de Tesla-service app het volgende aan NuTh laten weten:
“(..) zoals afgesproken krijgt u van mij de bevestiging dat wij samen rond de auto gelopen zijn en de volgende punten gevonden hebben. (..)”
2.5.
Diezelfde 20 mei 2025 heeft NuTh Tesla per e-mail in gebreke gesteld vanwege de volgende schades: krasvorming aan de binnenzijde, een slecht teruggeplaatst raamrubber, lakschades, problemen met de uitlijning, een verkeerd afgesteld achterlicht en achterklep en lijmresidu op de motorkap.
2.6.
Na de inspectie is de auto bij Tesla gebleven.
2.7.
Op 6 juni 2025 heeft Tesla aan NuTh laten weten dat de auto klaar stond om op te halen, waarna NuTh diezelfde dag bij Tesla is langsgegaan. NuTh gaf toen opnieuw aan schades te constateren en heeft de auto achtergelaten.
2.8.
Op 12 juni 2025 heeft de heer Bol van Bol Expertise (hierna: de deskundige) in aanwezigheid van NuTh en een medewerker van Tesla onderzoek aan de auto verricht. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft de deskundige op 1 juli 2025 een rapport opgemaakt (hierna: het rapport). In het rapport heeft de deskundige – voor zover hier relevant – het volgende verklaard:
“(..) Door mij werden de volgende minpunten geconstateerd.
1. Velg linksvoor
Krassen op één van de spaken van de lak van deze lichtmetalen velg. Zie Schadefoto 1.
2. Portier linksvoor
Kras nabij de portiergreep op de lak van dit portier. Zie Schadefoto’s 2 en 3.
3. Dakrandrubber
Ter plaatse van de voorruit is het dakrandrubber onjuist ingelegd. Zie Schadefoto 4.
4. Dorpelafdekking links
Op de dorpelafdekking is nabij het linker voorwiel een beschadiging (enkele krassen) waarneembaar. Zie Schadefoto 5.
5. Panoramadak
Op het glazen panoramadak ter plaatse van de voorruit rechts zijn witte vlekken waarneembaar. Zie Schadefoto 6.
6. Achterlicht unit links
De achterlicht unit op de kofferdeksel is scheef gemonteerd. Ook is een kras waarneembaar op de bovenzijde. Zie Schadefoto’s 7 en 11.
7. Spuitnevel / afplakranden
Ter plaatse van de voorruitstijl links, de dakrand links en de binnenzijde van het voorscherm links zijn afplakranden en spuitnevel waarneembaar. Zie Schadefoto’s 8, 9 en 10.
8. Afdekking/tweeter middenstijl linksbinnen
Op de geperforeerde afdekking van de middenstijl rechtsbinnen zijn witte vlekken waarneembaar. Zie Schadefoto 12.
(..)
Opleverpunten 3, 7 en 8 zijn vrij eenvoudig en met geringe kosten te verhelpen. Opleverpunten 1, 2, 4, 5, 6 zijn ook te verhelpen echter minder eenvoudig en met beduidend hogere kosten. (..) De herstelkosten van opleverpunten 1 – 8 bedragen EUR 5.568,14 inclusief BTW. (..)”
2.9.
NuTh heeft de auto na afloop van het onderzoek door de deskundige meegenomen.
2.10.
Op 2 juli 2025 heeft NuTh het rapport met Tesla gedeeld en een voorstel gedaan om samen tot een oplossing te komen.
2.11.
Bij brief van 10 juli 2025 heeft Tesla – voor zover hier relevant – het volgende aan NuTh laten weten:
“(..)
  • Op 20 mei 2025 is de Model Y geïnspecteerd tijdens oplevering na de herstelwerkzaamheden. Helaas bleken bij onze schadehersteller schades te zijn ontstaan. In het bijzijn van uw cliënt zijn alle schades op de Model Y nauwgezet gemarkeerd. De Model Y is vervolgens teruggestuurd naar deze schadehersteller. Alle gemarkeerde punten zijn daarbij gerepareerd.
  • Op 6 juni 2025 hebben wij uw cliënt laten weten dat de Model Y gereed stond om op te halen. Indien dat niet uiterlijk op 13 juni 2025 zou gebeuren, zou Tesla genoodzaakt zijn opslagkosten in rekening te brengen. Bij inspectie van het voertuig op 6 juni 2025 meende uw cliënt wederom aanvullende schades te constateren, en heeft hij geweigerd het voertuig in ontvangst te nemen.
(..)
 Op 12 juni 2025 verscheen dhr. Polat onaangekondigd bij Tesla in [locatie] . Hij bleek daarbij vergezeld van een persoon die – tegen de instructie van Tesla in – de inspectie op het terrein van Tesla wenste uit te voeren. Tesla heeft dat niet verhinderd.
(..)
En tot slot, het vierde punt: het expertiseverslag doet geen afbreuk aan het voorgaande. Primair, als gezegd, omdat enige geconstateerde vermeende schade niet aan Tesla kan worden toegerekend. (..) Tesla is niet tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst, en ook bestaat geen recht op schadevergoeding voor uw cliënt. (..)”

3.Het geschil

3.1.
NuTh vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. verklaart voor recht dat Tesla in verzuim verkeert;
II. Tesla veroordeelt tot betaling aan NuTh van een bedrag van € 8.939,48;
III. Tesla veroordeelt in de proceskosten.
3.2.
NuTh legt aan haar vordering ten grondslag dat Tesla is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de koopovereenkomst. Tesla heeft NuTh een auto geleverd die niet aan de overeenkomst beantwoordde in de zin van artikel 7:17 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW), nu de auto bij levering verschillende schades had. Tesla heeft verzuimd die schades deugdelijk te herstellen, terwijl zij daar op grond van artikel 7:21 lid 1 jo Pro. lid 2 jo. lid 3 BW wel toe verplicht was. Daarnaast heeft Tesla tijdens het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden nieuwe schades toegebracht aan de auto. Vervolgens heeft Tesla op 6 juni 2025 kenbaar gemaakt niet meer bereid te zijn herstelwerkzaamheden aan te auto uit te voeren, zodat zij vanaf dat moment in verzuim was. Dit maakt dat NuTh op grond van artikel 6:74 BW Pro recht heeft op schadevergoeding. Die schade bestaat uit herstelkosten (€ 5.568,14), expertisekosten (€ 998,25), kosten voor vervangend vervoer (€ 473,74), kosten voor juridische bijstand (€ 1.899,10) en proceskosten.
3.3.
Tesla voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van NuTh, met veroordeling van NuTh in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dit vonnis.
3.4.
Tesla voert daartoe aan dat de auto schadevrij aan NuTh is geleverd, zoals ook blijkt uit de verklaring die NuTh bij levering heeft ondertekend. Van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW Pro is dus geen sprake. Na levering van de auto heeft NuTh verschillende gebreken en schades gemeld, die Tesla steeds uit coulance heeft hersteld. Weliswaar heeft de derde-schadehersteller van Tesla tijdens het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden eenmalig schade toegebracht aan de auto, maar die schade heeft zij (kosteloos) verholpen. Dat tijdens het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden daarnaast nog andere schades zijn toegebracht aan de auto heeft NuTh niet aangetoond. Eerder is aannemelijk dat die schades door het gebruik van de auto zijn ontstaan. Desondanks heeft Tesla alle gebreken en schades verholpen. Tesla is daarmee geen schadevergoeding aan NuTh verschuldigd.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Is Tesla tekortgeschoten bij het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden?
4.1.
Vast staat dat Tesla – al dan niet uit coulance – de verplichting op zich heeft genomen herstelwerkzaamheden aan de auto uit te voeren. Indien de auto tijdens het uitvoeren van die herstelwerkzaamheden is beschadigd, levert dit een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst op. Als NuTh daardoor schade heeft geleden, is Tesla op grond van artikel 6:74 BW Pro verplicht die schade aan NuTh te vergoeden, tenzij de tekortkoming niet aan Tesla kan worden toegerekend. Tussen partijen is niet in geschil dat alle gebreken en schades die NuTh op en vóór 24 april 2025 heeft gemeld zijn verholpen. De vraag die voorligt is of daarna schades zijn ontstaan en zo ja, of die de schades voor rekening van Tesla moeten komen. De kantonrechter overweegt als volgt.
4.2.
Nadat voor de tweede keer herstelwerkzaamheden aan de auto waren verricht, heeft op 20 mei 2025 een inspectie plaatsgevonden. Daarbij werd vastgesteld dat de eerder gemelde gebreken en schades verholpen waren. Ook zijn er nieuwe schades geconstateerd. Zoals onder meer blijkt uit het bericht van de medewerker van Tesla via de Tesla Service-app, hebben partijen die nieuwe schades samen in kaart gebracht. Diezelfde schades komen terug in de ingebrekestelling die NuTh na afloop van de inspectie aan Tesla heeft gestuurd. Zoals ook door Tesla is bevestigd in haar brief van 10 juli 2025, staat vast dat er op 20 mei 2025 geen andere schades aanwezig waren. Tussen partijen is ook niet in geschil dat alle schades die partijen op 20 mei 2025 hebben vastgelegd hierna zijn verholpen. Dit leidt tot de conclusie dat als er tussen 20 mei 2025 en 12 juni 2025 (inspectie door de deskundige) wederom nieuwe schades zijn opgetreden die niet zijn geconstateerd tijdens de inspectie op 20 mei 2025, die schades op grond van artikel 6:74 BW Pro voor rekening van Tesla moeten komen. Gedurende die periode is de auto immers bij Tesla gebleven voor herstel, zodat waarschijnlijk is dat die schades gedurende het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden zijn ontstaan.
4.3.
NuTh stelt dat er tussen 20 mei 2025 en 12 juni 2025 nieuwe schades zijn opgetreden. Zij beroept zich daarbij op het rapport. Daaruit blijkt dat de deskundige tijdens het onderzoek op 12 juni 2025 verschillende schades heeft geconstateerd die geen deel uitmaakten van de schades die tijdens de inspectie op 20 mei 2025 waren vastgesteld. De deskundige heeft zijn bevindingen onderbouwd met foto’s.
4.4.
Tesla is het niet eens met de bevindingen van de deskundige en verwijt hem dat in het rapport geen rekening is gehouden met de kilometerstand van de auto, ten tijde van de inspectie ongeveer 3.000 kilometer. De kantonrechter gaat hieraan voorbij. Zoals hiervoor overwogen, waren alle schades die voor en op 20 mei 2025 zijn ontdekt inmiddels verholpen (zie 4.2). Dat geldt dus ook voor de schades die zouden zijn ontstaan tijdens de 3.000 kilometer die de auto voor 20 mei 2025 heeft afgelegd. Daarmee is de kilometerstand niet meer relevant voor de beoordeling van de schades in het rapport. Die schades zijn immers ontstaan na 20 mei 2025, toen de auto bij Tesla was.
4.5.
Tesla betwist verder dat er op 12 juni 2025 überhaupt nog enige schade was. De foto’s in het rapport komen volgens Tesla niet overeen met de gestelde schades en zijn grotendeels op een later moment dan tijdens het bezoek van de deskundige gemaakt. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft Tesla foto’s in het geding gebracht die vlak voordat de auto buiten op haar terrein werd geplaatst zijn gemaakt.
4.6.
Bij de beoordeling van de door NuTh gestelde schadeposten, stelt de kantonrechter het volgende voorop.
Tesla heeft het aanbod van NuTh om bij het bezoek van de deskundige aanwezig te zijn afgewezen. Wel was er een serviceadviseur van Tesla aanwezig. Voor zover Tesla betoogt dat de schade mogelijk op het terrein, tijdens de inspectie door de deskundige zou kunnen zijn veroorzaakt, gaat de kantonrechter hier, gezien de aanwezigheid van de medewerker, aan voorbij.
Met Tesla is de kantonrechter verder van oordeel dat het moet gaan om schades die aanwezig waren op het moment dat NuTh de auto bij Tesla heeft opgehaald en de auto nog op het terrein van Tesla was. Vanaf het moment dat de auto het terrein van Tesla heeft verlaten, valt niet meer uit te sluiten dat daarna ontdekte schades mogelijk een andere oorzaak hebben. Tijdens de mondelinge behandeling heeft NuTh over schadefoto 12 in het rapport verklaard dat die foto is gemaakt toen zij onderweg naar huis was. Omdat de deskundige de schade aan de “
afdekking/tweeter middenstijl linksbinnen” op die foto heeft gebaseerd, kan die schade niet voor rekening van Tesla komen.
Tesla betwist dat schadefoto 5 (waarop een strook gras zichtbaar is) tijdens het bezoek van de deskundige is gemaakt, nu er geen gras op haar terrein aanwezig is. NuTh heeft, door de gps-data van de foto’s te overleggen, voldoende aannemelijk gemaakt dat schadefoto 5 wél op het terrein van Tesla is genomen.
De kantonrechter zal de overige in het rapport opgenomen schades hierna achtereenvolgens beoordelen.
Velg linksvoor
4.7.
Ten eerste stelt NuTh dat Tesla schade heeft toegebracht aan de velg. In het rapport is opgenomen dat er een kras zichtbaar is op de lichtmetalen velg van de auto. Daarvoor wordt in het rapport verwezen naar schadefoto 1. Naar het oordeel van de kantonrechter is de kras niet zichtbaar op schadefoto 1. Daarmee heeft NuTh onvoldoende onderbouwd dat Tesla schade heeft toegebracht aan de velg linksvoor.
Portier linksvoor
4.8.
Ten tweede stelt NuTh dat Tesla schade heeft toegebracht aan het portier linksvoor. Uit het rapport blijkt dat de deskundige een kras heeft geconstateerd op de lak van het portier. Zoals ook uit de bevindingen van de deskundige blijkt, is op schadefoto’s 2 en 3 een kras op de lak van het portier zichtbaar. Weliswaar is diezelfde kras niet zichtbaar op de foto’s die Tesla in het geding heeft gebracht, maar onvoldoende duidelijk is onder welke omstandigheden die foto’s zijn genomen en of de weerspiegeling van het licht hier mogelijk invloed op heeft gehad. De schade aan het portier linksvoor moet daarmee voor rekening van Tesla komen.
Dakrandrubber
4.9.
Ten derde stelt NuTh dat Tesla het dakrandrubber onjuist heeft ingelegd. Met de bevindingen van de deskundige en verwijzing naar schadefoto 4 heeft NuTh dat voldoende onderbouwd. Tesla heeft deze schade onvoldoende weersproken, zodat ook de schade aan het dakrandrubber voor haar rekening moet komen.
Dorpelafdekking links
4.10.
Ten vierde stelt NuTh dat Tesla schade heeft toegebracht aan de dorpelafdekking. Uit het rapport blijkt dat de deskundige een beschadiging op de dorpelafdekking nabij het linker voorwiel heeft waargenomen. Die beschadiging is ook zichtbaar op schadefoto 5, waarvan reeds is vastgesteld dat die op het terrein van Tesla is gemaakt (zie 4.6). De foto’s die Tesla in het geding heeft gebracht zijn van te ver af genomen om te kunnen beoordelen of de schade op de dorpelafdekking daarop niet is waar te nemen. Daarmee heeft Tesla de stelling van NuTh onvoldoende weersproken. Dit leidt tot de conclusie dat NuTh voldoende heeft aangetoond dat de schade aan de dorpelafdekking door Tesla moet zijn veroorzaakt.
Panoramadak
4.11.
Ten vijfde stelt NuTh dat Tesla het panoramadak heeft beschadigd. De deskundige heeft in het rapport opgenomen dat er op het panoramadak ter plaatse van de voorruit witte vlekken waarneembaar zijn, waarbij wordt verwezen naar schadefoto 6. Op schadefoto 6 is echter geen dak te zien, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen of er sprake is van schade aan het panoramadak. Daarmee heeft NuTh haar standpunt op dit punt onvoldoende onderbouwd.
Achterlicht unit links
4.12.
Ten zesde stelt NuTh dat het achterlicht van de auto gebrekkig is. Uit het rapport blijkt dat de deskundige heeft geconstateerd dat het achterlicht op de kofferdeksel scheef is gemonteerd en dat daarop een kras zichtbaar is. Daarbij wordt verwezen naar schadefoto’s 7 en 11. Op foto 11 is een kras zichtbaar. Dit is door Tesla onvoldoende weersproken, zodat deze schade voor rekening van Tesla dient te komen.
Op de foto’s is niet te zien dat het achterlicht scheef gemonteerd zou zijn. Daar komt bij dat NuTh haar klachten over het verkeerd afgestelde achterlicht al eerder, dat wil zeggen voor 20 mei 2025, bij Tesla heeft gemeld. Tesla heeft destijds ten aanzien van die klacht geoordeeld dat het achterlicht voldoet aan de daarvoor geldende toleranties, zoals blijkt uit de door Tesla overgelegde servicefactuur van 24 april 2025. Die toleranties heeft Tesla op 12 juni 2025 ook met de deskundige gedeeld. Het voorgaande maakt dat NuTh onvoldoende heeft onderbouwd dat ten aanzien van de montage van het achterlicht is tekortgeschoten.
Spuitnevel/afplakranden
4.13.
Tot slot stelt NuTh op basis van het rapport dat door toedoen van Tesla spuitnevel/afplakranden waarneembaar zijn op de voorruitstijl links, de dakrand links en de binnenzijde van het voorscherm links. Op schadefoto 9 is dit inderdaad zichtbaar. Tesla heeft ook deze schade onvoldoende weersproken, zodat ook de schade door de spuitnevel/afplakranden voor rekening voor Tesla moet komen.
Tussenconclusie
4.14.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de schade aan het portier, het dakrandrubber, de dorpelafdekking, de kras op de kofferdeksel en de schade door de spuitnevel/afplakranden tussen 20 mei 2025 en 12 juni 2025 (oftewel: gedurende de herstelwerkzaamheden door Tesla) moet zijn ontstaan. Daarmee is Tesla tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen en zal zij de schade die NuTh daardoor lijdt op grond van artikel 6:74 BW Pro moeten vergoeden (zie hiervoor ook 4.2).
De hoogte van de schade, verzuim
4.15.
Voor het herstellen van de schades als opgenomen in het rapport, heeft de deskundige een totaalbedrag van € 5.568,14 begroot. Daarbij is geen onderscheid gemaakt in de herstelkosten per schade. Ook de schadecalculatie van de deskundige biedt onvoldoende houvast om de herstelkosten per schade te kunnen achterhalen. Schade die niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, kan op grond van artikel 6:97 BW Pro worden geschat. Daarvoor biedt het rapport naar het oordeel van de kantonrechter wél voldoende aanknopingspunten. De deskundige heeft daarin namelijk aangegeven dat de schade aan het dakrandrubber, de schade aan de afdekking/tweeter middenstijl en de schade door de spuitnevel/afplakranden vrij eenvoudig en met geringe kosten zijn te verhelpen. Ten aanzien van de schade aan de velg, het portier, het panoramadak, het achterlicht en de dorpelafdekking geldt volgens de deskundige echter dat die minder eenvoudig zijn te verhelpen en dat herstel van die schades gepaard gaat met beduidend hogere kosten. Uit het hiervoor overwogene volgt dat iets meer dan de helft van de schade die voor rekening van Tesla komt, uit schade bestaat die moeilijker en kostbaarder is om te repareren (zie 4.14). Dit alles in aanmerking genomen komt iets meer dan de helft van het door de deskundige begrote bedrag de kantonrechter redelijk voor. De schade die NuTh lijdt door de tekortkoming van Tesla wordt daarmee geschat op € 3.250.
4.16.
Voor zover Tesla betwist dat zij ten aanzien van voornoemde schade in verzuim is en zij dus (nog) niet tot schadevergoeding gehouden is, gaat dat betoog hier niet op. Per brief van 10 juli 2025 heeft Tesla immers aan NuTh kenbaar gemaakt dat geen van de in het rapport opgenomen schades aan Tesla kan worden toegerekend. Daaruit mocht NuTh afleiden dat Tesla in de nakoming van haar verplichtingen zou tekortschieten, zodat Tesla op grond van artikel 6:83 sub c BW Pro in ieder geval op 10 juli 2025 in verzuim is geraakt.
Kosten voor het inschakelen van de deskundige
4.17.
Verder vordert NuTh vergoeding van de kosten ter hoogte van € 998,25 die zij heeft gemaakt voor het inschakelen van de deskundige. Zij heeft Tesla destijds uitgenodigd om bij dit onderzoek aanwezig te zijn, maar Tesla heeft daar niet aan willen meewerken. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn expertisekosten redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, zodat die – qua omvang eveneens redelijke – kosten op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro voor vergoeding in aanmerking komen.
Kosten voor vervangend vervoer
4.18.
NuTh stelt zich op het standpunt dat zij door toedoen van Tesla kosten ter hoogte van € 473,74 heeft moeten maken voor vervangend vervoer. Met Tesla is de kantonrechter van oordeel dat uit niets blijkt dat NuTh de door Tesla ter beschikking gestelde leenauto moest terugbrengen of anderszins kosten voor vervangend vervoer heeft moeten maken. De door NuTh gevorderde kosten voor vervangend vervoer zullen daarom worden afgewezen.
Kosten voor juridische bijstand
4.19.
NuTh stelt dat zij kosten heeft moeten maken voor juridische bijstand en stelt zich op het standpunt dat Tesla die kosten ter hoogte van € 1.899,10 aan haar moet vergoeden. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit een vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 sub c BW Pro. De hoofdvordering in deze zaak valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal de gevorderde vergoeding daarom toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-Integraal 2013, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal - mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport BGK-integraal - worden afgewezen. NuTh heeft immers niet gesteld dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan NuTh vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.
Verklaring voor recht
4.20.
De gevorderde verklaring voor recht dat Tesla in verzuim verkeert zal worden afgewezen. Door NuTh is onvoldoende toegelicht welk zelfstandig belang zij heeft bij een dergelijke verklaring, naast een veroordeling tot betaling van schadevergoeding op grond van artikel 6:74 BW Pro.
Proceskosten
4.21.
Tesla is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van NuTh betalen. Aangezien NuTh zonder gemachtigde procedeert, kan aan haar een forfaitair bedrag van € 50,00 aan noodzakelijke reis en verletkosten worden toegekend (artikel 238 Rv Pro). De proceskosten van NuTh worden daarmee begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
543,00
- reis- en verletkosten
50,00
Totaal
715,35

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Tesla tot betaling aan NuTh van een schadevergoeding van € 4.248,25,
5.2.
veroordeelt Tesla in de proceskosten van € 715,35 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Tesla niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, rechter, bijgestaan door mr. M.A. van Eerde, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.