Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3652

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
25/4587
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Indicatieprotocol Hoog PKB 2024
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag Hoog Persoonlijk Kilometer Budget bevestigd door rechtbank

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (Hoog PKB), een regeling voor taxivervoer voor mensen die vanwege medische beperkingen niet met de trein kunnen reizen. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen op basis van medische adviezen waarin is geconcludeerd dat eiser, ondanks zijn beperkingen, met begeleiding en hulpmiddelen zoals een rolstoel wel met de trein kan reizen.

Eiser voerde aan dat zijn epileptische klachten en andere medische beperkingen onvoldoende in samenhang waren beoordeeld en dat er sprake was van een motiveringsgebrek. De rechtbank oordeelt echter dat de medische informatie, waaronder recente MRI-gegevens, geen aanleiding geeft om het oordeel van verweerder te betwijfelen. De rechtbank erkent de lastige situatie van eiser, maar ziet geen uitzonderlijke omstandigheden die een afwijking van het protocol rechtvaardigen.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, wat betekent dat eiser geen recht krijgt op het Hoog PKB, het griffierecht niet wordt terugbetaald en geen proceskostenvergoeding wordt toegekend. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 14 april 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/4587

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigden: mr. G.J. Mulder en mr. R.S. Bakker),
en

Argonaut Advies B.V., verweerder

(gemachtigde: mr. A. Versloot).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (hoog PKB). Dat is een regeling voor taxivervoer voor mensen met een medische beperking die niet met de trein kunnen reizen. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder eisers aanvraag mocht afwijzen
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een hoog PKB. Verweerder heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 18 februari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 juni 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigden van eiser en de gemachtigde van verweerder. Ook was drs. [persoon] , verzekeringsarts van verweerder, aanwezig.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Verweerder heeft eisers aanvraag met het primaire besluit afgewezen en hieraan een adviesrapportage van Argonaut van 18 februari 2025 ten grondslag gelegd. Uit dit advies volgt dat onderzoek heeft plaatsgevonden door [deskundige 1] , arts, door middel van dossierstudie van eisers medische informatie. Geconcludeerd is dat eiser op grond van de aangeleverde medische informatie niet heeft aangetoond dat hij, onder begeleiding en met zo nodig gebruik van hulpmiddelen zoals een rolstoel, met de trein kan reizen. Om die reden komt eiser niet in aanmerking voor een hoog PKB.
3.1.
Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd. Verweerder heeft aan het bestreden besluit de adviesrapportage van 27 juni 2025 ten grondslag gelegd. Uit dit advies volgt dat door arts, [deskundige 2] , is onderzocht of eiser gezien zijn ergonomische belemmeringen en/of chronische medische toetsbare beperkingen met de trein kan reizen. In dit advies staat dat eiser bekend is met een functionele neurologische stoornis en een ernstige visusstoornis. Eiser is door persoonsgebonden blijvende mobiliteitsbeperkingen vanuit strikt medische optiek echter wel in staat, al dan niet met begeleiding, met de trein te reizen. Om die reden voldoet hij niet aan het tweede en derde criterium van het Indicatieprotocol Hoog PKB 2024.

Beoordeling door de rechtbank

Komt eiser in aanmerking voor een hoog PKB?
4. Eiser stelt zich op het standpunt dat in de adviesrapportage geen rekening is gehouden met zijn epileptische klachten. Verder zijn ook zijn andere medische beperkingen onvoldoende in samenhang betrokken door de verzekeringsarts. Daarbij is eiser ernstig vermoeid. Dit levert een motiveringsgebrek op.
4.1.
In de regelgeving staat dat beoordeeld moet worden of eiser met de trein kan reizen, eventueel met behulp van een rolstoel en/begeleiding. [1] Verder volgt uit vaste jurisprudentie dat de in het protocol neergelegde toetsingscriteria de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te gaan buiten. [2]
4.2.
De rechtbank ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het oordeel van verweerder, dat is onderbouwd door meerdere artsen. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de situatie waarin eiser zich bevindt, is niet met medische informatie onderbouwd dat eiser niet met de trein zou kunnen reizen, al dan niet met een begeleider. Voor de toekenning van een hoog PKB gelden strenge en weinig flexibele criteria. Het gaat om strikt op medische gronden niet kunnen reizen per trein. Voor de fysieke beperkingen die eiser ondervindt, heeft verweerder mogen concluderen dat reizen met een rolstoel en een begeleider deze kunnen ondervangen.
4.3.
Het standpunt van eiser dat verweerder geen rekening heeft gehouden met zijn epileptische klachten en dat zijn overige klachten onvoldoende in samenhang zijn betrokken, volgt de rechtbank niet. In de laatste adviesrapportage staat namelijk dat eisers medische informatie, waaronder expliciet de functionele neurologische stoornis, is betrokken. Eiser heeft onvoldoende met stukken onderbouwd waarom dit anders zou zijn. Eiser heeft in beroep nog medische informatie van het [medisch centrum] van 19 januari 2026 overgelegd. De verzekeringsarts van Argonaut heeft hierop op de zitting gereageerd. Volgens haar volgt uit deze informatie dat de meest recente MRI exact hetzelfde beeld toont als de MRI uit 2006 en dat er geen sprake is van een achteruitgang. Om die reden brengt deze medische informatie geen verandering in de conclusie dat eiser met behulp van zijn rolstoel en met begeleiding met de trein kan reizen. De rechtbank kan dit volgen. Dat eiser reizen per trein als belastender ervaart vanwege vermoeidheidsklachten en dat dit meer tijd kost dan reizen per taxivervoer is invoelbaar, maar geeft geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. Anders dan eiser stelt, is ook niet gebleken dat reizen per trein medisch gezien een hoger risico voor eiser met zich meebrengt in vergelijking met het reizen per taxivervoer.
Is er sprake van een uitzonderlijke situatie?
5. De rechtbank begrijpt dat eiser in een lastige situatie zit omdat hij stelt vanwege zijn medische beperkingen thuis opgesloten te zitten. Maar het is de rechtbank niet gebleken van omstandigheden die ertoe leiden dat in zijn geval sprake is van een zodanige uitzonderlijk situatie dat moet worden afgeweken van het protocol en toch een hoog PKB aan hem moet worden toegekend.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Doets, rechter, in aanwezigheid van
mr.G. dos Santos 't Hoen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie het ‘Indicatieprotocol hoog persoonlijk kilometerbudget’, vastgesteld door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
2.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2554.