ECLI:NL:RBAMS:2026:3694
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medische urgentie en zorgvuldige belangenafweging
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen. Zij stelde dat haar ernstige psychiatrische voorgeschiedenis en de psychische onrust veroorzaakt door haar huidige woning een urgente verhuizing rechtvaardigen. De rechtbank heeft beoordeeld of verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder heeft voldaan aan de vergewisplicht door het advies van de GGD zorgvuldig te betrekken bij het besluit. De GGD concludeerde dat de psychische beperkingen van eiseres niet ernstig genoeg zijn om een urgente verhuizing op medische gronden te rechtvaardigen. De rechtbank vindt dat de belangen van het minderjarige kind voldoende zijn meegewogen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
De medische informatie over nieuwe behandeling en medicatie dateert van na het bestreden besluit en kon daarom niet worden meegewogen. De woonwensen van eiseres kunnen niet worden ingewilligd via een urgentieverklaring. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring af en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.