3.2.Volgens vaste rechtspraak van de hoger beroepsrechter mag verweerder zich bij het nemen van besluiten baseren op een medisch advies als dit zorgvuldig tot stand is gekomen, inzichtelijk is, begrijpelijk is gemotiveerd en het advies de conclusie kan dragen. Het is dan vervolgens aan de aanvrager om met medische stukken aannemelijk te maken dat het medisch advies niet klopt.
4. Eiser voert aan dat verweerder zich niet heeft mogen beperken tot het volgen van de adviezen van de GGD. Volgens eiser zijn de adviezen niet zodanig inzichtelijk en draagkrachtig dat zij een afwijzing van zijn aanvraag voor een GPK kunnen dragen omdat de adviezen zijn gebaseerd op een momentopname. De GGD-arts vermeldt in haar advies de aanwezigheid van twee Morel-Lavallée-laesies in het rechterbeen, veneuze insufficiëntie en lymfevatbeschadiging, maar concludeert zonder concrete analyse van pijn, belastbaarheid, duur en prognose dat daarmee geen ernstige loopbeperking tot minder dan 100 meter kan worden verklaard. De adviezen bevatten geen kwantitatieve vaststelling van de maximale loopafstand (meters, duur, noodzaak tot pauzes, pijnscore). De GGD legt een onevenredig zware nadruk op een korte spreekkamer-observatie (normaal looppatroon, vlot opstaan, niet gebruiken van de stok over een zeer korte afstand), en vertaalt dit naar het ontbreken van een ernstige loopbeperking. Eiser heeft in zijn uitgebreide reactie van 26 november 2025 concreet en onder verwijzing naar de Richtlijn en het Medisch Werkdocument uiteengezet waarom de adviezen tekortschieten en om herbeoordeling verzocht. De latere reactie van de GGD van 23 december 2025 herhaalt in hoofdzaak de eerder ingenomen standpunten en volstaat opnieuw met algemeenheden over protocoltoepassing, zonder de door eiser genoemde concrete punten inhoudelijk te weerleggen. Daarmee is geen sprake
van de vereiste zorgvuldige heroverweging in bezwaar.
5. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn standpunt een medisch advies overgelegd van een door hem ingeschakelde verzekeringsarts die verbonden is aan Medoa Medisch Adviesbureau. Dit advies is opgesteld na bestudering van een medisch dossier, bestaande uit meer dan 70 medische stukken van onder meer de behandelend chirurg, dermatoloog, revalidatiearts, fysiotherapeut, bedrijfsarts, huisarts en GZ-psycholoog. De verzekeringsarts concludeert in haar advies dat de adviezen van de GGD, die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit, onvolledigheden en misinterpretaties bevatten. Zo is de arbeidssituatie van eiser verkeerd geïnterpreteerd door de GGD. De GGD stelt dat eiser veel moet lopen op zijn werk, terwijl eiser juist uitsluitend aangepast werk verricht ómdat hij anders veel zou moeten lopen en staan. Hij wordt voornamelijk ingeroosterd voor zittende en administratieve taken. Ook zijn de aard en ernst van de klachten van eiser onderschat volgens de verzekeringsarts. De GGD spreekt over laesies die “wat” pijn kunnen veroorzaken, maar gaat voorbij aan het gecompliceerde beloop met blijvende weefsel- en vaatschade, neuropathische pijn en een resterende laesie. Verder zou het goede linkerbeen volgens de GGD voor voldoende stabiliteit moeten zorgen, maar de revalidatiearts heeft juist vastgesteld dat het linkerbeen overbelast raakt door verminderde afwikkeling/afzet van de rechtervoet. Verder blijkt uit een brief van de dermatoloog dat eiser aan het einde van de
middag soms niet meer kan lopen en met krukken moet lopen. De fysiotherapeut beschrijft dat pijn en zwelling gedurende de dag toenemen. Dit onderbouwt volgens de verzekeringsarts dat eiser in de ochtend mogelijk iets verder kan lopen dan later op de dag. Dat eiser structureel meer kan lopen dan 100 meter aaneengesloten, al dan niet met
hulpmiddelen, is tot op heden volgens de verzekeringsarts niet overtuigend aangetoond. De klachten zijn chronisch en persisterend. Er is een persisterende laesie onder de knie. De omvang kan stabiel blijven, maar toename of recidief is ook mogelijk.
6. Gelet op de gebreken in de medische adviezen die eiser heeft aangevoerd, die de verzekeringsarts heeft onderkend, die al eerder aan de orde zijn gekomen tijdens de bezwaarprocedure en waar de GGD niet specifiek op heeft gereageerd in de nadere adviezen, is de rechtbank van oordeel dat de adviezen van de GGD niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De aard en ernst van de klachten van eiser lijken te zijn onderschat, er is verzaakt verder onderzoek te doen naar het looppatroon ondanks dat er lichte afwijkingen werden geconstateerd bij observatie, in de anamnese lijkt informatie over zijn belasting in werk verkeerd te zijn geïnterpreteerd en er werd geen verdere informatie opgevraagd. Verweerder heeft de adviezen van de GGD daarom niet aan zijn besluit ten grondslag kunnen leggen. De beroepsgrond slaagt.
7. Omdat het onderzoek naar de medische situatie van eiser onvoldoende zorgvuldig is geweest, is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het betreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit op bezwaar te nemen. De rechtbank geeft verweerder hiervoor een termijn van acht weken. Het ligt in de rede om een nieuw advies op te vragen bij de GGD, waarbij de GGD ingaat op het advies van de verzekeringsarts van Medoa Medisch Adviesbureau.
8. De rechtbank ziet daarnaast aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Eiser is op basis van een Wmo-besluit verhuisd naar een toegankelijke woning. Bij zijn vorige woning had hij wel een parkeervergunning. In de buurt van de nieuwe woning geldt echter een nul-plafond voor bewonersvergunningen. Hierdoor is zijn aanvraag voor een bewonersparkeervergunning afgewezen waartegen eiser ook een procedure heeft lopen. Door de afwijzing van de GPK beschikt eiser over geen enkele passende parkeervoorziening in de directe omgeving van zijn woning en wordt hij al tien maanden dagelijks geconfronteerd met hoge parkeerkosten en belemmering van zijn toegang tot werk, zorg en het dagelijks leven. Daarom ziet de rechtbank reden om een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat eiser tot zes weken na de nieuwe beslissing op bezwaar tegen de afwijzing van de GPK van een GPK gebruik kan maken.