8.3.Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich tezamen met anderen schuldig gemaakt aan een woninginbraak waarbij onder andere dure merkgoederen zijn buitgemaakt. Hij heeft daarmee niet alleen het eigendomsrecht geschonden, maar ook een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de bewoners. In de aangifte is opgenomen dat de aangeefster en haar dochter er nog steeds last van hebben dat mensen in hun woning zijn geweest.
Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van 3 maart 2026 betreffende verdachte, blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld wegens gekwalificeerde diefstal.
De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 10 maart 2026, in het bijzonder op de daarin voorgestelde interventies. Verdachte heeft zich bereid getoond daaraan mee te werken. De rechtbank zal het geadviseerde contactverbod met medeverdachten niet opleggen, nu niet bekend is wie dat zijn.
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de jonge leeftijd van verdachte en op hetgeen in vergelijkbare zaken wordt opgelegd, aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd in die zin dat zij de straf enigszins zal matigen.
Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij [naam aangeefster] vordert € 6.724,-- aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De vordering betreft de volgende posten:
1. een tas, Bottega Veneta, € 2.100,-;
2. een tas, Louis Vuitton, Pochette Metis, € 1.390,-;
3. een tas, Jacquemus, groen, € 515,-;
4. een tas, Jacquemus, wit, € 640,-;
5. een armband, Michael Kors, € 119,-;
6. een Louis Vuitton agenda, € 560,-;
7. een Louis Vuitton Speedy, € 600,-;
8. schade aan de vloer, € 700,-;
9. schade aan een keukenkast, € 100,-.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen voor zover het betreft de 5 weggenomen tassen (posten 1, 2, 3, 4 en 7), de armband (post 5) en agenda (post 6), te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij dient niet-ontvankelijk te worden verklaard wat betreft de posten die zien op de schade aan de vloer en de keukenkast (posten 7 en 8) aangezien deze niet zijn onderbouwd.
De raadsvrouw heeft bepleit dat de vordering primair niet-ontvankelijk verklaard dient te worden nu zij heeft verzocht haar client vrij te spreken. Subsidiair om de vordering af te wijzen wegens het ontbreken van pagina 2 van de vordering. En meer subsidiair heeft zij de vordering - met uitzondering van de posten 1, 3 en 4 - betwist. Hiertoe heeft de verdediging aangevoerd dat niet is komen vast te staan dat de Pochette Metis van Louis Vuitton (post 2) en de armband van Michael Kors (post 5) door de benadeelde partij zijn betaald, de Louis Vuitton agenda (post 6) is door ene [naam] betaald en niet door de benadeelde partij en de bijlage bij de Louis Vuitton Speedy laat enkel een lege shoppingbag zien. Deze posten zijn, evenals de schade aan de vloer en de keukenkast, onvoldoende onderbouwd en de benadeelde partij dient dus in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Vast staat dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht.
Het verweer van de verdediging dat de vordering moet worden afgewezen omdat het formulier niet volledig is (pagina 2 ontbreekt) faalt. De informatie die normaliter op deze pagina staat, is namelijk niet essentieel voor de beoordeling van de vordering.
De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat de opgesomde goederen zijn weggenomen uit de woning van de benadeelde partij en dat zij hieraan dus schade heeft ondervonden. De benadeelde partij heeft direct bij haar aangifte dezelfde goederen opgesomd. Dat de agenda mogelijk niet door de benadeelde partij zelf is betaald, maakt niet dat zij geen schade ondervindt doordat de agenda is weggenomen. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de door de benadeelde partij genoemde aankoopprijs van de tassen, armband en agenda.
De rechtbank houdt wel rekening met de jaarlijkse afschrijving van de goederen. Voor de tassen en agenda geldt een jaarlijkse afschrijving van 10% en voor de armband 17%.
Van de Louis Vuitton Speedy tas (post 7) ontbreekt een onderbouwing van de prijs. De rechtbank zal ten aanzien van die tas gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en de waarde op € 400,- stellen.
De rechtbank concludeert dat de vordering tot vergoeding van materiële schade zal worden toegewezen tot een bedrag van in totaal € 4.240,53, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
De benadeelde partij zal voor de gestelde schade aan de vloer en de keukenkast niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De behandeling van de vordering levert voor dit deel een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij kan het resterende deel van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
In het belang van [naam aangeefster] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.
Veroordeling in de kosten
Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
Hoofdelijkheid
Op basis van de inhoud van het dossier stelt de rechtbank vast dat bij het bewezenverklaarde feit drie personen betrokken zijn geweest. Nu verdachte en zijn mededaders ieder onrechtmatige daden hebben gepleegd, zijn zij ieder hoofdelijk aansprakelijk voor dezelfde schade. De rechtbank wijst bovengenoemde vorderingen dan ook hoofdelijk toe. Indien en voor zover één van hen (een deel van) de schade betaalt, zal ook de ander daardoor zijn bevrijd van zijn betalingsverplichtingen.