Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Pro
- het openbaar ministerie is niet voornemens zelf de opgeëiste persoon voor deze feiten te vervolgen;
- de strafbare handelingen zijn gepleegd om mensensmokkel in Frankrijk mogelijk te maken;
- het onderzoek heeft in Frankrijk plaatsgevonden;
- het bewijs bevindt zich in Frankrijk;
- mededaders zijn reeds in Frankrijk veroordeeld voor deze feiten.
- de aard en kenmerken van het strafbare feit, en in het bijzonder, de eventuele internationale dimensie daarvan of de omstandigheid dat het feit is gepleegd in het kader van een criminele organisatie;
- de plaats waar de nadelen van het feit zich verwezenlijken;
- de locatie van de slachtoffers;
- de beschikbaarheid en nabijheid van bewijs en getuigen;
- en de staat waarin de strafprocedure zich bevindt in de uitvaardigende lidstaat en, in voorkomend geval, in de uitvoerende lidstaat.
6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
C.J. [7] toestemming vereist van de Franse autoriteiten. Hiervoor is toezending van het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en een kopie van het vonnis nodig. Ondanks het verzoek van het openbaar ministerie en de daaropvolgende rappels zijn deze stukken nog niet ontvangen.
7.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd in afwachting van het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en een kopie van het vonnis.