Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3716

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
13/253757-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor handel in verdovende middelen, voorbereiding en witwassen

De rechtbank Amsterdam heeft verdachte schuldig bevonden aan het medeplegen van handel in verdovende middelen, de voorbereiding daarvan en witwassen in de periode van 23 juni 2025 tot en met 25 september 2025. De bewijsvoering omvatte onder meer pseudokoopacties door de politie, chatberichten, aangetroffen drugs en geld, en een filmpje waarop verdachte drugs aan het wegen en verpakken is.

De verdediging voerde aan dat de handel pas vanaf medio juli 2025 bewezen kon worden en dat het geld niet van criminele herkomst was. De rechtbank achtte echter bewezen dat verdachte zich vanaf 23 juni 2025 bezighield met drugshandel en voorbereiding daarvan, en dat sprake was van medeplegen. Witwassen werd bewezen voor een bedrag van €2.251,- aan digitale betalingen en een Breitling horloge, terwijl een contant bedrag van €10.000,- werd teruggegeven vanwege een aannemelijke legale herkomst.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 180 dagen op, waarvan 75 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 100 uur. De straf is gematigd vanwege de jonge leeftijd van verdachte en een ingezet hulpverleningstraject. Daarnaast werd een eerdere voorwaardelijke straf tenuitvoer gelegd door een taakstraf van 92 uur op te leggen in plaats van gevangenisstraf.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 180 dagen gevangenisstraf, waarvan 75 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 100 uur wegens handel in drugs, voorbereiding daarvan en witwassen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/253757-25
Parketnummer vordering tenuitvoerlegging: 13/013723-25
Datum uitspraak: 14 april 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] .

1.Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 maart 2026. Deze zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] onder parketnummer 13/253759-25.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. V.C.E. de Jong, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. H. Amrani, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich in de periode 2 januari 2025 tot en met 25 september 2025 te Amsterdam, althans in Nederland, schuldig heeft gemaakt aan:
feit 1: het (mede)plegen van het opzettelijk verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van verdovende middelen;
feit 2: het (mede)plegen van strafbare voorbereidingshandelingen ten aanzien van misdrijven als bedoeld in artikel 10, vierde of vijfde lid, van de Opiumwet;
feit 3: witwassen.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

3.Waardering van het bewijs

3.1.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten.
3.2
Standpunt van de verdediging
Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging aangevoerd dat dit feit bewezen kan worden vanaf eind juli. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging aangevoerd dat dit bewezen kan worden vanaf medio juli. Voor zover het tenlastegelegde ziet op de periode voorafgaand hieraan verzoekt de verdediging verdachte vrij te spreken. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging tevens aangevoerd dat de motorscooter niet bestemd was tot het plegen van een misdrijf. Voorts kunnen de geldbedragen niet worden gezien als een middel ter bevorderingen van de handel in verdovende middelen. De verdediging heeft verzocht verdachte van deze onderdelen vrij te spreken.
Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging aangevoerd dat onvoldoende bewijs voorhanden is dat deze goederen van enig misdrijf afkomstig zijn. Bovendien heeft verdachte een min of meer concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring over de herkomst van de goederen gegeven. Nu het Openbaar Ministerie hier geen nader onderzoek naar heeft verricht, heeft de verdediging verzocht verdachte vrij te spreken van feit 3. Subsidiair heeft de verdediging verzocht verdachte te ontslaan van alle rechtsgevolgen omdat verdachte geen handelingen heeft verricht die gericht zijn geweest op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de goederen.
3.3
Oordeel van de rechtbank
3.3.1
Feiten en omstandigheden
De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden. [1]
De politie krijgt meldingen dat visitekaartjes worden verspreid voor drugshandel. Op kaartjes die de politie in juli 2025 onder ogen heeft gekregen staat '' [naam] '' en de QR-code op het kaartje leidt naar het telefoonnummer [telefoonnummer] . [2]
Op 23 september 2025 heeft de politie een pseudokoop gedaan en in verband daarmee contact opgenomen met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] . De politie kreeg toen een menukaart opgestuurd met verschillende soorten drugs. Op deze menukaart stond dat betaald kon worden middels een tikkie of in cash. De politie heeft toen twee gram cocaïne en een gram MDMA gekocht. [3] Uit indicatief onderzoek is gebleken dat het ging om 1,53 gram cocaïne en 0,90 gram 2-MMC. [4] Verdachte heeft later ter terechtzitting verklaard dat hij op dat moment de gebruiker was van de telefoon met het nummer [telefoonnummer] en dat hij degene is geweest die contact had met de politie. Op 25 september 2025 heeft de politie wederom een pseudokoop gedaan en contact opgenomen met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Verdachte heeft de politie toen opnieuw een menukaart toegestuurd met verschillende soorten drugs en gevraagd of er cash of met pin betaald zou worden. Verdachte heeft toen drie gram cocaïne verkocht aan de politie en hij was, nadat weer contact met verdachte was verzocht voor een nieuwe aankoop, voornemens om daarna nog eens 15 XTC pillen aan de politie te verkopen. [5] Verdachte is vervolgens samen met iemand anders (niet zijnde de hiervoor genoemde medeverdachte) aangehouden.
Tijdens de aanhouding van verdachte zijn MDMA en cocaïne bij hem aangetroffen en is een telefoon in beslag genomen. [6] Op deze, aan verdachte toebehorende [7] , telefoon staat een filmpje dat op 23 juni 2025 is verstuurd. Op dit filmpje is verdachte te zien met verschillende drugsgerelateerde goederen; een zogenaamd drugsweegschaaltje, diverse ponypacks, plastic zakjes en een witte bol/brok in, vermoedelijk, plastic verpakt. Het lijkt dat verdachte wordt gefilmd terwijl hij drugs aan het wegen en verpakken is. [8] Ook zijn meerdere chats gevonden op de telefoon van verdachte die wijzen op betrokkenheid bij handel in drugs. [9] Ook is bij verdachte geld aangetroffen dat gebruikt is bij een eerdere pseudokoop door de politie op 23 september 2025. [10] In de scooter waar verdachte voor zijn aanhouding op reed zijn visitekaartjes van '' [naam] Service'' aangetroffen. [11]
Bij een huiszoeking zijn op de slaapkamer van verdachte onder andere vier iPhones - waaronder een iPhone 12 mini die gekoppeld kan worden aan het telefoonnummer [telefoonnummer] [12] - en € 10.000, - aan contant geld aangetroffen. [13] In de woning van medeverdachte [medeverdachte] zijn onder andere € 4.000, - contant geld, twee iPhones en tassen aangetroffen. [14] In de berging van de doorzochte woning zijn onder andere een Breitling horloge, verschillende soorten drugs en visitekaartjes van “ [naam] Service” aangetroffen. [15]
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het in zijn slaapkamer aangetroffen geld afkomstig was van een vergoeding die hij van de overheid heeft gekregen omdat hij slachtoffer is geworden van de toeslagenaffaire. In het dossier bevinden zich afschriften waaruit blijkt dat verdachte grote geldbedragen heeft ontvangen van zijn moeder, van de belastingdienst en van een schadeverzekeraar. [16]
Voorts heeft verdachte in de periode 1 januari 2025 tot en met 8 september 2025 geld ontvangen via 61 tikkies, met een totale waarde van € 4.256,-. [17] Ter terechtzitting heeft verdachte onder andere verklaard dat hij voor meerdere personen geld voorgeschoten zou hebben voor bijvoorbeeld een biertje, etentje of een bioscoopbezoek. Verdachte heeft aangegeven deze personen niet te kennen.
3.3.2.
Beoordeling of feit 1 en 2 zijn bewezen
Op basis van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich bezig heeft gehouden met handel in verdovende middelen en de voorbereiding daarvan. De vraag die de rechtbank zich gesteld ziet is per wanneer bewezen kan worden dat verdachte zich hiermee bezighield.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich sinds de zomer van 2025 bezig heeft gehouden met de handel in drugs; hij verkreeg de drugs ‘via via’, verspreidde de visitekaartjes en menukaarten met drugs, bereidde drugsdeals voor en verkocht drugs. Uit het dossier volgt dat op 23 juni 2025 een filmpje is verstuurd waarop verdachte te zien is met drugsgerelateerde goederen, zoals een weegschaaltje en ponypacks. De rechtbank concludeert daaruit dat verdachte zich in ieder geval sinds 23 juni 2025 bezig heeft gehouden met het voorbereiden van en de handel in verdovende middelen.
Ten aanzien van de periode vóór 23 juni 2025 komt de rechtbank niet tot een bewezenverklaring. Verdachte heeft in de periode 1 januari 2025 tot en met 8 september 2025 61 tikkies ontvangen met een totale waarde van € 4.256,-. Ter zitting heeft hij daarover verklaard dat hij geld heeft voorgeschoten, onder meer voor bioscoopbezoeken aan personen over wie hij ook heeft verklaard dat hij niet weet wie deze personen zijn. Hoewel de rechtbank de nodige vragen heeft met betrekking tot deze verklaring, is de rechtbank van oordeel dat het dossier voor het overige onvoldoende concrete aanknopingspunten bevat om te kunnen concluderen dat verdachte zich over de gehele tenlastegelegde periode schuldig heeft gemaakt aan drugshandel en de voorbereiding daarvan. De enkele tikkies zijn daartoe onvoldoende.
Alles tezamen is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte zich sinds 23 juni 2025 bezig heeft gehouden met de handel in verdovende middelen en de voorbereiding daarvan. Van drugshandel en voorbereidingshandelingen daartoe in de periode voorgaand aan 23 juni 2025 spreekt de rechtbank verdachte vrij.
Ten aanzien van de middelen waarmee de als feit 2 tenlastegelegde voorbereidingshandelingen zouden zijn gepleegd overweegt de rechtbank het volgende.
Verdachte heeft de motorscooter gebruikt tijdens een drugsdeal en in de motorscooter zijn visitekaartjes van [naam] Service aangetroffen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de motorscooter kennelijk specifiek werd gebruikt in het kader van de verkoop van drugs en daarmee diende ter bevordering van de handel in verdovende middelen. De aangetroffen telefoons en visitekaartjes dienden eveneens ter bevordering van de handel in verdovende middelen.
Ten aanzien van de onder dit feit genoemde geldbedragen is de rechtbank, met de raadsvrouw en de officier van justitie, van oordeel dat deze bedragen niet kunnen worden gezien als een middel bestemd ter voorbereiding of bevordering van de handel in verdovende middelen. Niet is gebleken dat dit geld bestemd was voor de inkoop van verdovende middelen of anderszins werd gebruikt in verband met de voorbereiding van drugshandel.
Medeplegen
Ten aanzien van het medeplegen stelt de rechtbank vast dat daar sprake van is. Verdachte verkreeg via anderen de verdovende middelen. Tijdens de pseudokoop op 23 september 2025 was verdachte de gebruiker van de telefoon, maar niet degene die de verdovende middelen daadwerkelijk heeft afgeleverd. Naar het oordeel van de rechtbank is er daarom sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en anderen. De rechtbank stelt dan ook vast dat sprake is van medeplegen.
3.3.4.
Feit 3
Bij verdachte zijn een Breitling horloge en een contant geldbedrag van €10.000,- aangetroffen. Uit het dossier blijkt verder dat verdachte € 4.256,- aan tikkies heeft ontvangen. Bij medeverdachte [medeverdachte] zijn tassen en € 4.000, - aan contant geld aangetroffen.
De rechtbank spreekt verdachte vrij van witwassen van de tassen en het bedrag van € 4.000,. Deze goederen zijn bij medeverdachte aangetroffen en uit het dossier volgt niet dat verdachte hierbij betrokken is geweest.
Ten aanzien van het contante geldbedrag van €10.000,- overweegt de rechtbank als volgt.
De omstandigheden waaronder het geld is aangetroffen rechtvaardigen een witwasvermoeden. Verdachte heeft naar oordeel van de rechtbank echter een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven over de legale herkomst van dit geldbedrag, namelijk dat dit bedrag onder meer afkomstig is van de belastingdienst in het kader van de toeslagenaffaire. Verdachte heeft deze verklaring ook onderbouwd met bankafschriften, waaruit de stortingen en contante opnames blijken. Het had vervolgens op de weg van het Openbaar Ministerie gelegen op dit punt nader onderzoek te doen. Nu dit niet is gebeurd, heeft verdachte het vermoeden ontkracht en kan de rechtbank niet vaststellen of het geldbedrag van € 10.000, - van enig misdrijf afkomstig is, zodat de rechtbank ten aanzien van dit deel van het aangetroffen geld het tenlastegelegde witwassen niet bewezen acht.
Ten aanzien van het geldbedrag van € 4.256,- aan tikkies acht de rechtbank bewezen dat een deel hiervan afkomstig is uit eigen misdrijf. De rechtbank verwijst hiertoe naar hetgeen is overwogen omtrent de tikkies onder paragraaf 3.3.2. In de bewezenverklaarde pleegperiode van 23 juni 2025 tot en met 25 september 2025 is er voor een bedrag van € 2.251,- aan tikkies op de bankrekening van verdachte binnengekomen, zodat de rechtbank van dat bedrag uitgaat. In het kader van de witwaskwalificatie oordeelt de rechtbank, anders dan de raadsvrouw, dat verdachte met de omschrijving waarmee hij de tikkies liet betalen (biertjes, bioscoop etc.) de criminele herkomst van het geld heeft verhuld.
Ten aanzien van het in de berging in een schoen in een schoenendoos gevonden (en daarmee kennelijk verhulde) Breitling horloge heeft de verdachte geen verklaring afgelegd. De verdachte is er dan ook niet in geslaagd het tegen hem gerezen witwasvermoeden te ontkrachten, zodat de rechtbank concludeert dat het niet anders kan zijn dan dat de tikkies voor een bedrag van € 2.251,- van eigen misdrijf en het Breitling horloge onmiddellijk van enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte dit wist. De rechtbank acht dan ook bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

4.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
feit 1:
op tijdstippen in de periode van 23 juni 2025 tot en met 25 september 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, cocaïne en/of MDMA en/of 2-MMC;
feit 2:
in de periode van 23 juni 2025 tot en met 25 september 2025 te Amsterdam, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en
- zich daartoe gelegenheid en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- voorwerpen en vervoermiddelen voorhanden heeft, waarvan verdachte wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dit feit,
door
- ( telefonische) afspraken te maken en adressen te verstrekken aan kopers om aan die kopers cocaïne en/of MDMA en/of 2-MMC te verkopen en/of af te leveren en
- een of meerdere telefoons voorhanden te hebben en
- een motorscooter voorhanden te hebben en
- een of meerdere visitekaartjes voorhanden te hebben;
feit 3:
in de periode van 23 juni 2025 tot en met 25 september 2025 in Nederland, van
- een geldbedrag (van 2.251 euro) aan digitale betalingen (tikkies) en
- een horloge (van het merk Breitling),
de herkomst heeft verhuld, terwijl hij wist dat die voorwerpen onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.

5.De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6.De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de straf

7.1.
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 maanden, met aftrek van voorarrest. Tevens vordert de officier van justitie tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf die aan verdachte bij vonnis van 6 mei 2025 is opgelegd onder parketnummer 13/013723-25.
7.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangedragen dat de drie tenlastegelegde feiten in wezen bestaan uit één feitencomplex en er derhalve sprake is van eendaadse samenloop. Daarnaast heeft de verdediging verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft gezeten.
7.3.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan handel in verdovende middelen samen met anderen en de voorbereiding daarvan. Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag en een horloge. De handel in en het gebruik van harddrugs leiden tot veel (gezondheids)problemen in de maatschappij. De handel in drugs gaat gepaard met geweld en menig drugsgebruik kan leiden tot verslaving, met alle gevolgen van dien voor de gebruiker en de maatschappij. Verdachte heeft echter alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin, zonder stil te staan bij de nadelige consequenties van zijn gedrag voor anderen.
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte van 5 maart 2026. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor een gekwalificeerde diefstal.
Eendaadse samenloop
De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de handel in verdovende middelen en de voorbereiding daarvan. Er is daarbij sprake van eendaadse samenloop ten aanzien van feit 1 en feit 2, nu het treffen van de voorbereidingshandelingen en de handel in verdovende middelen betrekking hebben op dezelfde verdovende middelen, min of meer op dezelfde plaats en tijd zijn geschied en hetgeen strafbaar is gesteld in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet en artikel 10a van de Opiumwet een vergelijkbare strekking heeft.
Strafoplegging
Bij de bepaling van de duur van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en op de LOVS-oriëntatiepunten.
De rechtbank legt een andere straf op dan door de officier van justitie is geëist. Enerzijds omdat de rechtbank een korte periode bewezen verklaart, anderzijds omdat de persoonlijke omstandigheden van verdachte aanleiding geven om de strafmaat en strafmodaliteit ten opzichte van de eis te matigen. De rechtbank overweegt hiertoe dat verdachte nog jong is en dat een hulpverleningstraject is ingezet, dat goed lijkt te gaan. De rechtbank wil de positieve lijn die verdachte heeft ingezet niet doorkruisen door hem opnieuw naar de gevangenis te sturen. De rechtbank verwacht dat het herhalingsgevaar beter kan worden ingeperkt door ook een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, zodat verdachte weet wat hem mogelijk boven het hoofd hangt als hij weer in de fout gaat. Om de ernst van het feit uit de drukken zal de rechtbank daarnaast een taakstraf opleggen, zodat verdachte ook langs die weg merkt dat zijn gedrag fout was.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen met aftrek, waarvan 75 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 100 uur passend en geboden.

8.Beslag

Verbeurdverklaring
Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
  • 240,00 EUR (G6714666)
  • 1 STK Motorfiets (G6207408)
  • 1 STK Horloge (G6714676)
  • 250 STK Visitekaartje (G6714681)
  • 1 STK Verpakkingsmateriaal (G6714679)
  • 1 STK Telefoontoestel (G6714633)
  • 1 STK Telefoontoestel (G6714686)
De voorwerpen behoren aan verdachte toe. Nu met behulp van die voorwerpen het bewezen geachte is begaan en voorbereid, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard. Het geldbedrag is aangetroffen bij verdachte na zijn aanhouding tijdens de pseudokoop (zie hierboven).
Onttrekken aan het verkeer
Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
  • 5 STK Verdovende Middelen (G6714684)
  • 5 STK Verdovende Middelen (G6714625)
  • 2 STK Verdovende Middelen (G6714639)
  • 4 STK Verdovende Middelen (G6714642)
  • 5 STK Verdovende Middelen (G6714631)
  • 1 BUS Pepperspray (G6714671)
Nu met betrekking tot deze voorwerpen het bewezen geachte is begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.
Teruggave
Onder verdachte is 10.000,00 EUR (G6714660) in beslag genomen. De rechtbank gelast de teruggave aan verdachte, nu het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

9.Vordering tenuitvoerlegging

Bij de stukken bevindt zich de op 30 maart 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam, in de zaak met parketnummer 13/013723-25, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 6 mei 2025 van de politierechter te Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 120 dagen met aftrek, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 24 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Tevens bevindt zich bij de stukken een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte per post is toegezonden.
Gelet echter op de strafmaatoverwegingen acht de rechtbank een gevangenisstraf niet opportuun. In plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf te geven, zal de rechtbank daarom gelasten dat veroordeelde een taakstraf van 92 uren moet verrichten.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 55, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.

11.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
eendaadse samenloop van:
feit 1
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
en
feit 2
medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en door voorwerpen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit
feit 3
witwassen
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een gedeelte,
groot 75 (vijfenzeventig) dagen, van deze gevangenisstraf
niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Veroordeelt verdachte tot het uitvoeren van
een taakstrafvoor de duur van
100 (honderd) uur,met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat
vervangende hechteniszal worden toegepast van
50 (vijftig) dagen.
Verklaart
verbeurd:
  • 240,00 EUR (G6714666)
  • 1 STK Motorfiets (G6207408)
  • 1 STK Horloge (G6714676)
  • 250 STK Visitekaartje (G6714681)
  • 1 STK Verpakkingsmateriaal (G6714679)
  • 1 STK Telefoontoestel (G6714633)
  • 1 STK Telefoontoestel (G6714686)
Verklaart
onttrokken aan het verkeer:
  • 5 STK Verdovende Middelen (G6714684)
  • 5 STK Verdovende Middelen (G6714625)
  • 2 STK Verdovende Middelen (G6714639)
  • 4 STK Verdovende Middelen (G6714642)
  • 5 STK Verdovende Middelen (G6714631)
  • 1 BUS Pepperspray (G6714671)
Gelast de
teruggaveaan [verdachte] van:
10.000,00 EUR (G6714660)
Wijst toede vordering tenuitvoerlegging van de straf aan verdachte onder parketnummer 13/013723-25, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij genoemd vonnis van 6 mei 2025. Gelast – in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf te geven – dat veroordeelde een
taakstraf van 92 (tweeënnegentig) urenmoet verrichten. Beveelt, voor het geval dat de veroordeelde deze taakstraf niet naar behoren verricht, dat
vervangende hechteniszal worden toegepast van
24 (vierentwintig) dagen.
Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. M. Nieuwenhuijs en J.V.L. van Well, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K.M.S. Kamp, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 april 2026.
[--]

Voetnoten

1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste
2.Proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2025191043-2, procesdossier VGL p. 63.
3.Proces-verbaal van pseudokoop met nummer 2025191043, procesdossier VGL p. 150.
4.Proces-verbaal verdovende middelen met nummer 250924-470-643, procesdossier VGL p. 164.
5.Proces-verbaal van pseudokoop met nummer 2025191043, procesdossier VGL p. 154.
6.Proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2025191043-58, procesdossier VGL p. 170, proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2025191043-50, procesdossier VGL p. 173 en proces-verbaal onderzoek verdovende middelen met nummer 250924-470-632, nazending [verdachte] p. 167.
7.Proces-verbaal analyse mobiele telefoon, procesdossier p. 44.
8.Proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2025191043-140, p. 139.
9.Proces-verbaal analyse mobiele telefoon, procesdossier p. 44.
10.Proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2025191043-94, procesdossier VGL p. 247.
11.Proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2025191043-56, procesdossier VGL p. 233.
12.Proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2025191043-120, procesdossier VGL p. 263.
13.Proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2025191043-67, procesdossier VGL p. 184.
14.Proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2025191043-96, procesdossier VGL p. 195.
15.Proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2025191043-68, procesdossier VGL p. 214 en proces-verbaal onderzoek verdovende middelen met nummer 250924-470-632, nazending [verdachte] p. 167.
16.Proces-verbaal ter terechtzitting 8 januari 2026, p. 52.
17.Proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2025191043-134, procesdossier p. 20.