Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 19 juni 2025, met producties,
- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, met producties,
- de conclusie van antwoord in het incident, met productie,
- het (rol)bericht van mr. Duyvensz van 21 oktober 2025, waarin is verzocht om een mondelinge behandeling in het incident te gelasten,
- het bericht van de rechtbank van 28 oktober 2025, waarin is medegedeeld dat een mondelinge behandeling in het incident wordt toegestaan,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van het incident van 25 maart 2026 en de daarin genoemde stukken.
3.De feiten voor zover van belang in het incident
4.Het geschil
in de hoofdzaak
5.De beoordeling in het incident
Toetsingskader
De omstandigheden waar Jusda op heeft gewezen zijn daarvoor immers onvoldoende, omdat Bird Europe dit gemotiveerd heeft betwist. Zo heeft Bird Europe voldoende weersproken dat de transportdiensten aan haar zijn geleverd. Zij heeft toegelicht dat zij de leveringen in Rotterdam namens Bird USA in ontvangst nam, waarbij zij erop heeft gewezen dat zij steeds als geadresseerde op de facturen staat vermeld en nergens uit blijkt dat Bird USA op enig moment zelf de leveringen in Rotterdam in ontvangst heeft genomen. Daartegenover heeft Jusda niets ingebracht, behalve dat een derde partij de vrachten in ontvangst heeft genomen. Dat een derde partij feitelijk bij de uitvoering betrokken was, sluit echter niet uit dat de leveringen bestemd konden zijn voor Bird Europe op grond van de FSA. Dat maakt dat de mogelijkheid blijft bestaan dat Bird Europe de leveringen namens Bird USA in ontvangst heeft genomen.
Either party may, by written notice tot the other party, refer any Disputes for resolution in the manner set forth below” betekent slechts dat beide partijen een zaak bij de arbiter kunnen voorleggen, maar niet dat partijen ook nog de keuze hebben om een procedure aanhangig te maken bij de gewone rechter. Dat in artikel 12 sub m van Pro de FSA staat dat “
any and all matters shall be decided by a judge or arbitrator without a jury”, kan niet leiden tot een ander oordeel. Dit moet namelijk worden gelezen in het licht van de eerdere bepalingen uit hetzelfde artikel en daaruit volgt dat partijen hebben bedoeld om geschillen uitsluitend door arbitrage op te lossen. Volgens Jusda is het niet de bedoeling van partijen geweest om voor een geschil met een Nederlandse vennootschap een Amerikaanse arbitrageprocedure overeen te komen, maar zij heeft verder geen omstandigheden naar voren gebracht waaruit een andere partijbedoeling zou moeten blijken. De rechtbank gaat hier daarom aan voorbij.