Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Duration, renewal en termination
4. Rent, VAT, rent adjustment(…)
11.Delivery at the end of the lease
Einde huurovereenkomst of gebruik
Kosten, verzuim
Op 31 oktober 2023 loopt de huidige huurovereenkomst af (van zowel HMD Bedtextiel als Enjoy Company) en dient het gehuurde op correcte wijze te zijn opgeleverd en verlaten. We hebben gesproken over jullie verzoek om langer te blijven i.v.m. jullie nieuwbouwproject in Eindhoven. De minimale huurperiode die we voor dit gebouw hanteren is 5 jaar. Echter hebben we in het huurvoorstel ons best gedaan om een verlenging van 3 jaar mogelijk te maken.”
Zoals jou bekend heeft HMG een perceel gekocht waarop een nieuwe bedrijfsruimte wordt gerealiseerd. Dit pand is naar verwachting omstreeks 1 november 2024 gereed. HMG wenst de periode tot november 2024 te overbruggen nu een verhuizing (als gevolg van machines e.d.) feitelijk gezien geen gemakkelijke opgave is, aanzienlijke kosten met zich meebrengt en de nodige tijd in beslag neemt. Voortzetting van de huur is daarom ook wenselijk voor HMG. HMG is echter niet gebaat bij een huurovereenkomst van 3 of 5 jaar nu het nieuwe pand naar verwachting per 1 november 2024 in gebruik genomen zal worden. De voorgestelde 3 of 5 jaar is derhalve niet passend.”
move out”, naar de planning voor de uitvoering van het preventief onderhoud in 2023 en om toezending van alle onderhoudsdocumentatie voor 2022.
Wij hebben kennisgenomen van (…) inzake de vooroplevering. Graag wijzen wij jou in dat kader op het gestelde in art. 10 (Delivery ‘as is’) als ook in artikel 11 (Delivery at the end of the lease) van de vigerende lease agreement. Wij zullen het pand derhalve opleveren in dezelfde staat zoals het pand ons op aanvangsdatum huurperiode ter beschikking is gesteld.”
HMG heeft over de periode 1 november 2023 tot en met 29 februari 2024 een bedrag gelijk aan de laatst betaalde huurprijs betaaldzonder indexatieen over de periode 1 maart 2024 tot 13 mei jl. geen enkele vergoeding betaald. Geheel onverplicht is Prologis bereid om slechts de laatst betaalde huurprijsplus indexatieover de periode 1 november 2023 tot 13 mei jl. aan HMG in rekening te brengen,onder de uitdrukkelijke voorwaardedat HMG dit bedrag, zijnde een bedrag van EUR 108.972,45 (…)binnen 14 dagen na hedenvolledig aan Prologis heeft voldaan.
3.Het geschil
4.De beoordeling
desgewenst”) verzoek tot een contra-expertise. Uit de aard van de opleverpunten vloeit voort dat dit in beginsel punten zijn die vóór de terbeschikkingstelling op 1 juni 2024 aan de opvolgend huurder hersteld zouden moeten zijn. Dat bij de herstelwerkzaamheden door Prologis op kosten van HMG eerst een offerte ter goedkeuring aan HMG zou moeten worden voorgelegd, zoals door HMG is aangevoerd, volgt niet uit artikel 22.9 van de algemene bepalingen en dit kan redelijkerwijs ook niet gevergd worden. Immers, HMG heeft op basis van het inspectierapport de mogelijkheid gehad om opleverpunten zelf uit te voeren. Na de oplevering moest het gehuurde – ter beperking van de schade – zo snel mogelijk aan de opvolgend huurder ter beschikking worden gesteld, zodat nader overleg met HMG over de aan de uitvoering verbonden kosten redelijkerwijs van Prologis niet meer gevergd kon worden. Dit verweer van HMG slaagt dan ook niet. Wel volgt uit een aantal door Prologis overgelegde facturen dat bepaalde opleverwerkzaamheden kennelijk ruim na terbeschikkingstelling aan VDL zijn uitgevoerd, in welk geval nader overleg met HMG mogelijk was geweest. De kantonrechter zal dit in zijn overwegingen mee kunnen nemen.
Verwijderen van alle losse spullen op het buitenterrein (pallets en overige materialen)”) uit te voeren en dat Prologis op grond van artikel 22.9 van de algemene bepalingen het recht heeft deze punten op kosten van HMG zelf te laten uitvoeren. Dit heeft zij onderbouwd met een op 31 mei 2024 genomen foto waarop een grote berg op het bedrijfsterrein achtergelaten afval te zien is, waaronder pallets en een stapel zakken met daarin iets dat dons kan zijn. Van de noodzaak en hoogte van de kosten heeft Prologis een nadere onderbouwing gegeven die door HMG niet gemotiveerd is weersproken, met uitzondering van het verwijderen van onkruid. HMG heeft een offerte van 22 februari 2023 overgelegd van een hoveniersbedrijf voor “
Onkruid verwijderen Buitenterrein” voor € 150,00 (ex btw). Prologis heeft verwezen naar het inspectierapport en opleverrapport einde huur waarin op foto’s metershoge begroeiing en welig tierend onkruid zichtbaar is, waarvan naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk is dat dit voor het gehele bedrijfsterrein voor € 150,00 had kunnen worden verwijderd. Voor wat betreft het verwijderen van onkruid heeft HMG aangevoerd dat de tweede factuur ad € 2.027,17 onterecht in rekening is gebracht. Door Prologis is gesteld dat het verwijderen van onkruid in twee delen heeft plaatsgevonden, maar zij heeft de facturen daarvan niet overgelegd. Uit de door Prologis gegeven omschrijving valt op te maken dat de tweede factuur mede ziet op bestrijding en spuitwerk. Zulke preventief te achten maatregelen vallen buiten de opleveringsverplichting om bestaand onkruid/begroeiing te verwijderen. Nu door Prologis niet inzichtelijk is gemaakt welke bedragen voor welke werkzaamheden in rekening zijn gebracht, wordt deze post afgewezen. Voor het overige zijn de opleverpunten en kosten niet door HMG betwist. De gevorderde bedragen worden dan ook, met uitzondering van de factuur ad € 2.027,17, toegewezen.
Herstellen van straatwerk inclusief verzakkingen.” Daarmee is voldoende aannemelijk dat sprake is van meer dan gebruikssporen en zijn de gevorderde bedragen, waarvan de hoogte niet is betwist, toewijsbaar. Voor het overige zijn de opleverpunten en kosten niet door HMG betwist.
Glasbewassing kantoren, kantine, en showroom aan binnen en buitenzijde” voor € 433,85 (ex btw), en gesteld dat Prologis vier keer zoveel in rekening brengt en er kennelijk op uit is om HMG een poot uit draaien.
Gevel herstellen waar beschadigingen aanwezig zijn”. Uit de in het inspectierapport en opleverrapport einde huur opgenomen foto’s volgt dat sprake is van gaten en deuken in de ijzeren beplating, die naar het oordeel van de kantonrechter meer zijn dan gebruikssporen. Voorts verwijst Prologis naar de in het opleverrapport einde huur geconstateerde gebreken aan de gevels (zowel binnen als buiten), zoals gaten in de wanden, aangereden doorgangen en tussenwanden en beschadigde kappen en deuren. Ook dit zijn meer dan gebruikssporen. HMG had derhalve tot herstel van de schade moeten overgaan en bij gebreke daarvan dient zij de daartoe gemaakte kosten, waarvan de hoogte niet is betwist, aan Prologis te vergoeden. Wat betreft de glasbewassing is één factuur die dateert van vóór de huurperiode niet maatgevend voor de in redelijkheid daarvoor in rekening te brengen kosten. Niet weersproken is dat HMG tot glasbewassing gehouden was en dit nagelaten had. Ook deze kosten zijn toewijsbaar. Zoals door Prologis gesteld blijkt uit de demarcatielijst dat gevelreiniging voor rekening van huurder is. Uit het opleverrapport einde huur volgt dat HMG in deze onderhoudsverplichting nalatig is geweest, waardoor sprake is van een gebrek en HMG de kosten daarvan, waarvan de hoogte niet gemotiveerd door HMG betwist is, moet dragen.
Aanleveren van onderhoudsrapportages van de technische installaties.” Op grond van artikel 22.9 van de algemene bepalingen kon Prologis, nu dit niet is gebeurd, de onderhouds- en daarmee samenhangende herstelwerkzaamheden zelf laten uitvoeren voor rekening van HMG. De vordering is daarom toewijsbaar.
Gaten die aanwezig zijn in de wanden van de brandcompartimenten dienen brandwerend gedicht te worden”. Zoals hierboven al overwogen is HMG dan gehouden tot herstel en kan Prologis bij gebreke daarvan de werkzaamheden op kosten van HMG laten uitvoeren. Dat de kosten buitensporig zijn is door Prologis gemotiveerd weersproken, onder overlegging van de desbetreffende facturen van Gerco Brandpreventie B.V. en het logboek van de door Gerco verrichte werkzaamheden. De vordering is toewijsbaar.
op diverse plaatsen beschadigde plafondplaten”), dat de foto’s van HMG geen sluitend bewijs vormen en dat HMG geen factuur van het door HMG uitgevoerde herstel heeft overgelegd. In het inspectierapport zijn geen foto’s opgenomen. In het opleverrapport einde huur is een drietal foto’s opgenomen van plafondplaten. De beschadiging op één van de foto’s is minimaal. Gelet op de gemotiveerde betwisting door HMG van zowel het gebrek als de hoogte van de kosten had het op de weg van Prologis gelegen om deze post nader te onderbouwen. Bij gebreke daarvan wordt de vordering slechts tot het erkende bedrag van € 18,00 toegewezen.
Dicht maken van de gaten in de wanden van het kantoorgedeelte” en “
Dicht maken van gaten in tegelwanden”. Vaststaat derhalve dat er nog gebreken waren. Voorts geldt dat het gehuurde met normale gebruikssporen mag worden opgeleverd, en niet gesteld of gebleken is dat bij oplevering het gehuurde nieuw gesausd moet worden opgeleverd. HMG heeft ook de hoogte van de vordering betwist. Het had op de weg van Prologis gelegen om haar vordering nader te onderbouwen met een factuur en opgave van de verrichte werkzaamheden. Nu Prologis dat niet gedaan heeft is een inschatting van het voor het herstel van de gebreken aan HMG toerekenbare gedeelte van het gevorderde bedrag niet mogelijk. Immers, het dichten van de gaten op foto’s van het opleverrapport einde huur rechtvaardigt de hoogte van de kosten niet en door Prologis is niet inzichtelijk gemaakt dat het gebrek omvangrijker was dan op de foto’s te zien is. De vordering zal worden afgewezen.
aanpassen en omzetten van de TL-armaturen naar LED”. In een door [naam 6] op 16 april 2025 verzonden e-mail bevestigt hij dat de in zijn rapport genoemde nog te verrichten werkzaamheden in 2022 en 2023 zijn uitgevoerd. In het inspectierapport van Square Four is slechts sprake van het vervangen van alle
defectelichtbronnen. Pas bij het opleverrapport einde huur is opgemerkt “
Verlichting niet vervangen door huurder naar LED conform de EML”. De kantonrechter overweegt dat uit de facturen die zijn overgelegd niet op te maken valt wat er door Signify gedaan is. Prologis heeft immers slechts een viertal facturen overgelegd met daarin als enige specificatie ‘warehouse armaturen’, ‘installation and commissioning’ en ‘project management’. Voorts overweegt de kantonrechter dat gelet op het verweer van HMG en de hoge kosten van deze post nader overleg niet had misstaan en dat, gelet op de factuurdata 16 juli en 28 oktober 2024, dit redelijkerwijs ook mogelijk moet zijn geweest.
Aanleveren van onderhoudsrapportages van de technische installaties.” Op grond van artikel 22.9 van de algemene bepalingen kon Prologis, nu dit niet is gebeurd, de onderhouds- en daarmee samenhangende herstelwerkzaamheden zelf laten uitvoeren voor rekening van HMG. De vordering is daarom toewijsbaar.
aangelaste constructie” en dat door HMG aangetoond moet worden “
dat de constructie na lassen nog voldoet”. Hierin ligt naar het oordeel van de kantonrechter een indicatie dat gebouw en de staalconstructie mogelijk zodanig met elkaar verbonden zijn dat van een roerende zaak geen sprake is. Artikel 3:4 lid 1 BW Pro bepaalt dat al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak uitmaakt, bestanddeel van die zaak is. Voor het antwoord op de vraag of de staalconstructie naar verkeersopvattingen deel uitmaakt van de bedrijfshal als hoofdzaak – en dan niet roerend is – is van belang of de bedrijfshal en de staalconstructie in constructief opzicht op elkaar zijn afgestemd en of de bedrijfshal uit een oogpunt van geschiktheid als bedrijfshal bij het ontbreken van de staalconstructie als onvoltooid moet worden beschouwd. Uit de stukken volgt dat de staalconstructie specifiek was afgestemd op het productieproces van HMG en niet gesteld of gebleken is dat na verwijdering daarvan de bedrijfshal niet langer geschikt was als bedrijfshal. Voor zover het verweer van HMG inhoudt dat de staalconstructie op zodanige wijze met de bedrijfshal is verbonden dat deze niet zonder beschadiging van betekenis aan de bedrijfshal kan worden verwijderd, en op grond van artikel 3:4 lid 2 BW Pro als bestanddeel daarvan beschouwd moet worden, geldt dat dit gelet op de hoogte van de aan de verwijdering verbonden kosten gelet op de omvang van de bedrijfshal niet aannemelijk is. De vordering is dan ook toewijsbaar.
Stofvrij maken van alle hallen (ook op de hoger gelegen constructiedelen)”. In het opleverrapport einde huur staat als gebrek “
Reinigen van de hallen, verwijderen van stof op alle liggende delen wanden etc.”. Partijen zijn overeengekomen dat het gehuurde bezemschoon zou worden opgeleverd. Naar het oordeel van de kantonrechter houdt dit in dat het gehuurde stofvrij dient te worden opgeleverd. Voorts is niet weersproken dat het reinigen van de ventilatoren een verantwoordelijkheid is van huurder. Uit het opleverrapport einde huur volgt dat HMG hierin tekort is geschoten. Bezemschoon houdt echter niet in dat het gehuurde professioneel gereinigd moet worden. Nu er sprake is van “
volledig schoonmaken” is aannemelijk dat dit verder gaat dan bezemschoon maken. Prologis heeft geen factuur overgelegd van de gemaakte kosten, zodat niet inzichtelijk wie de werkzaamheden heeft verricht en welke kosten voor welke werkzaamheden in rekening zijn gebracht. De kantonrechter zal de schade naar redelijkheid vaststellen op (ongeveer) de helft van het gevorderde bedrag: € 13.450,00.
15% over de hoofdsom met een maximum van € 25.000” als redelijk geldt.