Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
4.
[gedaagde 4],
5.
[gedaagde 5],
6.
[gedaagde 6],
1.De kern van de zaak en de beslissing
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
- Op 19 oktober 2024 werd [eiser] geheel onverwacht, nadat eerst de verwachting was gewekt dat de samenwerking zou worden voortgezet, geconfronteerd met het besluit dat zijn werkzaamheden zouden eindigen op 31 maart 2025 op grond van ongemotiveerde signalen. Structureel werd hem nadien de mogelijkheid onthouden zijn kant van het verhaal te geven.
- Op 25 november en 10 december 2024 heeft [gedaagde 1] in e-mails aan haar ledenbestand schadelijke mededelingen gedaan over het vertrek van [eiser] , waarin werd verwezen naar ‘meerdere signalen van leden en trainers’, zonder feitelijke onderbouwing of context.
- Herhaalde pogingen en verzoeken van [eiser] , onder meer via de heer [naam] , om in overleg te treden, zijn door [gedaagde 1] afgehouden, terwijl van een professionele en zorgvuldige contractspartij mocht worden verwacht dat zij open stond voor het advies van een onafhankelijk en deskundig adviseur.
5.De beoordeling
Het bestuur heeft de afgelopen tijd meerdere signalen ontvangen van zowel leden als trainers”. Deze uitlating was zoals blijkt uit het voorgaande feitelijk en niet onjuist, en hield in de richting van [eiser] ook geen beschuldiging in. De uitlating is daarmee niet onzorgvuldig of onrechtmatig in de richting van [eiser] .
6.De beslissing
[gedaagde 1]van € 11.152,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
de bestuurdersvan € 7.014,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.