ECLI:NL:RBAMS:2026:3798
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen weigering beslissing vergoeding werkelijke schade kinderopvangtoeslagen afgewezen
Verzoekster, een erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagenaffaire, heeft compensatie ontvangen en een schikking getroffen over aanvullende schadevergoeding. Zij verzocht vervolgens om vergoeding van schade door een schuld bij de Interbank, waarop verweerder niet heeft beslist. Verzoekster stelde beroep in tegen deze weigering en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om voorlopige voorziening en oordeelde dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van materiële connexiteit. Dit betekent dat het verzoek niet betrekking heeft op de inhoud van een genomen besluit, maar slechts op het niet tijdig beslissen, wat alleen kan leiden tot dwangsommen en niet tot inhoudelijke beslissingen.
De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze uitspraak is definitief en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van materiële connexiteit.