Eiseres, een alleenstaande vrouw woonachtig in een ruime huurwoning met vijf kamers, vroeg een urgentieverklaring aan om voorrang te krijgen bij woningtoewijzing in Amsterdam vanwege psychische en lichamelijke klachten die zij toeschrijft aan haar huidige woonsituatie.
Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af op basis van een medisch advies van de GGD, waarin werd geconcludeerd dat er geen sprake is van levensontwrichtende medische problematiek die verband houdt met de woonsituatie. De GGD-arts had eiseres onderzocht, dossierinformatie bestudeerd en concludeerde dat een eigen kamer in de huidige woning mogelijk is, wat de prikkelgevoeligheid kan opvangen.
Eiseres betwistte de zorgvuldigheid van het GGD-advies en voerde aan dat haar problematiek onjuist was beoordeeld, onder meer vanwege herbelevingen van het overlijden van haar vader in de woning. De rechtbank oordeelde dat het advies zorgvuldig tot stand was gekomen en dat eiseres geen tegenrapport had overgelegd. De verklaringen van familie waren onvoldoende om het advies te weerleggen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk omdat dit was vervangen door een herzien besluit, en het beroep tegen het herzien besluit ongegrond. Wel werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak bevestigt dat een urgentieverklaring op medische gronden alleen wordt toegekend bij levensontwrichtende problematiek die aantoonbaar verband houdt met de woonsituatie.