Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3877

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/13/773321 / HA ZA 25-1334
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:54 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWAVA 2013 art. 7AVA 2013 art. 9 lid 4
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering aannemer wegens onbetaalde facturen na oplevering en opschortingsverweer afgewezen

De zaak betreft een geschil tussen een aannemer en opdrachtgevers over onbetaalde facturen voor renovatiewerkzaamheden aan een woning. De aannemer vordert betaling van vier facturen, waarvan de opdrachtgevers betaling opschorten wegens vermeende gebreken aan het werk.

De rechtbank oordeelt dat de opdrachtgevers de woning op 26 juni 2023 in gebruik hebben genomen, waarmee het werk als opgeleverd geldt en de onderhoudstermijn van 30 dagen is ingegaan. De meeste gebreken zijn te laat gemeld of betreffen zichtbare tekortkomingen waarvoor de aannemer niet langer aansprakelijk is. Daarnaast is onvoldoende onderbouwing geleverd voor diverse gebreken.

De rechtbank stelt vast dat de opdrachtgevers hun betalingsverplichting niet mochten opschorten en veroordeelt hen hoofdelijk tot betaling van € 28.250,20 plus wettelijke rente en proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke vereisten.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de opdrachtgevers hoofdelijk tot betaling van € 28.250,20 plus rente en proceskosten, en wijst het opschortingsverweer af.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/773321 / HA ZA 25-1334
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
[eiser] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. P.M. van der Lee,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

te [woonplaats 1] ,
2.
[gedaagde 2],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
en afzonderlijk: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ,
advocaat: mr. F.J.M. Kobossen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 22 juli 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- het tussenvonnis van 22 oktober 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 15 januari 2026 en de daarin genoemde stukken.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 20 mei 2022 heeft [eiser] een offerte aan [gedaagden] gestuurd met betrekking tot uit te voeren renovatiewerkzaamheden in de woning aan [adres] (hierna: de woning) voor een aanneemsom van € 471.284,69 inclusief btw. Op de offerte staat onder meer het volgende vermeld:
Voorwaarden en overeenkomst
Voorwaarden volgens Algemene Voorwaarden voor Aannemingen in het Bouwbedrijf 2013 (“AVA 2013”) met de volgende aanpassingen:

In aanvulling op Artikel 7 AVA Pro 2013 geldt dat de termijnfacturen zullen -onverminderd de toepassing van wettelijke (handels-) rente - worden verhoogd met een kredietbeperkingstoeslag van 2%, welke wordt verschuldigd indien de betaling plaatsvindt later dan 14 kalenderdagen na factuurdatum.;
(…)

De onderhoudstermijn als bedoeld in AVA 2013 art. 9 lid 8 bedraagt Pro 30 dagen na oplevering.
2.2.
In de e-mail zijn de Algemene Voorwaarden voor Aannemingen in het Bouwbedrijf 2013 (hierna: AVA 2013) bijgevoegd. Hierin staat onder meer het volgende opgenomen:

Artikel 9 Oplevering Pro en onderhoudstermijn
(…)
4. Indien de opdrachtgever het werk in gebruik neemt, geldt het werk als opgeleverd.
(…)
8. Na de dag waarop het werk als opgeleverd geldt, gaat een onderhoudstermijn van 30 dagen in.
(…)
Artikel 16 Aansprakelijkheid Pro van de aannemer
(…) 16.3 Aansprakelijkheid na oplevering
1. Na de dag waarop het werk als opgeleverd geldt is de aannemer niet meer aansprakelijk voor tekortkomingen aan het werk.
2. Het in het eerste lid bepaalde lijdt uitzondering indien sprake is van een gebrek:
a. dat in de onderhoudstermijn aan de dag is getreden en dat redelijkerwijs niet bij oplevering door de opdrachtgever onderkend had kunnen worden, tenzij de aannemer aannemelijk maakt dat het gebrek met grote mate van waarschijnlijkheid moeten worden toegeschreven aan een omstandigheid, die aan de opdrachtgever kan worden toegerekend;
b. dat na afloop van de onderhoudstermijn aan de dag is getreden. dat redelijkerwijs niet bij oplevering door de opdrachtgever onderkend had kunnen worden en waarvan de opdrachtgever aannemelijk maakt dat het gebrek met grote mate van waarschijnlijkheid moeten worden toegeschreven aan een omstandigheid, die aan de aannemer kan worden toegerekend.”
2.3.
Op 23 mei 2022 wordt vanaf het e-mailadres van [gedaagde 1] een e-mail aan [eiser] gestuurd met onder meer de volgende inhoud:
“Bijgaand de getekende offerte. (…)
Met vriendelijke groet,
[gedaagde 2] & [gedaagde 1] ”
2.4.
De facturatie van de reguliere aanneemsom vond plaats door middel van 25 termijnen. De eerste 24 termijnen zijn voldaan. Termijn 25 hebben [gedaagden] niet betaald. Deze termijn is op 20 juni 2023 gefactureerd door middel van factuur [nummer 1] en bedraagt € 9.500,-.
2.5.
De facturatie van het meerwerk vond plaats via meerwerkfacturen na afronding van het meerwerk. [gedaagde 1] heeft drie meerwerkfacturen onbetaald gelaten. Het gaat om de volgende drie facturen met een betalingstermijn van 14 dagen:
- factuur [nummer 2] van € 10.000,- d.d. 24 juni 2023;
- factuur [nummer 3] van € 5.721,74 d.d. 4 juli 2023;
- factuur [nummer 4] van € 3.028,46 d.d. 4 augustus 2023.
2.6.
Op 26 juni 2023 namen [gedaagden] het werk in gebruik.
2.7.
Op 7 juli 2023 stuurde [gedaagde 2] een e-mail aan [eiser] met daarbij een lijst met opleverpunten.
2.8.
Op 4 september 2023 stuurde [gedaagde 1] per e-mail een overzicht met gebreken aan [eiser] en schortte hij betaling van het resterende bedrag op.
2.9.
Op 13 september 2023 schortte [eiser] haar werkzaamheden op totdat [gedaagde 1] een bedrag van € 20.000,- zou hebben voldaan.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagden] tot betaling van € 28.380,20, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat zij een aanneemovereenkomst heeft met [gedaagden] en dat zij voor [gedaagden] werkzaamheden heeft verricht en laten verrichten. [eiser] heeft [gedaagden] daarvoor facturen gestuurd, waarvan [gedaagden] er vier ( [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] en [nummer 4] ) onbetaald hebben gelaten.
3.3.
[gedaagden] voeren verweer. Zij stellen dat de rechtbank zich onbevoegd dient te verklaren indien de rechtbank over zou gaan tot het benoemen van een deskundige, omdat partijen arbitrage zijn overeengekomen. Verder voeren zij aan dat [gedaagde 2] geen contractspartij is, zodat de vorderingen ten aanzien van haar dienen te worden afgewezen. Bovendien stellen zij dat zij hun betalingsverplichtingen terecht hebben opgeschort, omdat [eiser] haar werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd. [gedaagden] concluderen dan ook tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

4.De beoordeling

De rechtbank is bevoegd
4.1.
Op de zitting hebben [gedaagden] toegelicht dat zij de rechtbank alleen verzoeken zich onbevoegd te verklaren, indien de rechtbank tot het oordeel zou komen dat een deskundige moet worden benoemd. Nu de rechtbank daaraan niet toekomt, zoals hierna zal worden overwogen, en er ook ambtshalve geen reden bestaat om zich onbevoegd te verklaren, acht de rechtbank zich bevoegd.
[gedaagde 2] is ook contractspartij
4.2.
De volgende vraag die moet worden beantwoord is of [gedaagde 2] ook partij is bij de aanneemovereenkomst, of dat de aanneemovereenkomst alleen tussen [gedaagde 1] en [eiser] is gesloten.
4.3.
Het antwoord op de vraag wie partij is bij een overeenkomst is afhankelijk van hetgeen partijen jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. Tot de omstandigheden die in dit verband in aanmerking moeten worden genomen, behoort ook de voor de wederpartij kenbare hoedanigheid en de context waarin partijen optraden. Ook gedragingen, verklaringen en andere omstandigheden, die hebben plaatsgevonden nadat de overeenkomst is gesloten, kunnen van belang zijn. [1]
4.4.
De rechtbank oordeelt dat ook [gedaagde 2] partij is bij de overeenkomst en overweegt hiertoe het volgende. [eiser] heeft de offerte aan zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] gericht. Deze offerte is vervolgens op 23 mei 2022 door beiden geaccepteerd. De e-mail waarin de offerte wordt geaccepteerd wordt immers afgesloten met: “
Met vriendelijke groet, [gedaagde 2] en [gedaagde 1] ”, de voornamen van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] . Vervolgens worden in de communicatie daarna e-mails door zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] aan [eiser] gezonden. Zo stuurt [gedaagde 2] de lijst met opleverpunten van 7 juli 2023 aan [eiser] . Ook keurt [gedaagde 2] op 16 november 2022 een meerwerkofferte goed, zodat ook uit de gedragingen na het sluiten van de overeenkomst [eiser] heeft mogen afleiden dat [gedaagde 2] daarbij ook partij is. [gedaagden] stellen dat alleen [gedaagde 1] de offerte heeft ondertekend, maar dat wordt door [eiser] betwist. Volgens [eiser] is bij de e-mail van 23 mei 2022 een versie zonder handtekening meegezonden. Ook als ervan wordt uitgegaan dat er wel een versie met alleen de handtekening van [gedaagde 1] bij de e-mail van 23 mei 2022 is meegezonden maakt dat het oordeel van de rechtbank niet anders, omdat zij beiden de offerte hebben geaccepteerd door de e-mail af te sluiten met hun beider namen en door de genoemde gedragingen van [gedaagde 2] na het sluiten van de overeenkomst. Ook het feit dat alleen [gedaagde 1] eigenaar is van de woning maakt het oordeel van de rechtbank, gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden, niet anders.
Het opschortingsverweer van [gedaagden] slaagt niet
4.5.
Bovenstaande betekent dat [gedaagden] in beginsel het openstaande bedrag van de vier facturen aan [eiser] verschuldigd zijn. [gedaagden] hebben zich daartegen beroepen op opschorting. Aan de orde is de vraag of [gedaagden] zich terecht op opschorting hebben beroepen.
4.6.
[gedaagden] beroepen zich op opschorting van de betaling in verband met een lijst van 27 gebreken:
“1 Frames voorzijde niet geplaatst, uiteindelijk zelf gedaan omdat de houten platen aan het rotten waren. Dit zorgde voor gevaarlijke situatie voor mijn kind en omwonende. Deze zijn niet op tijd geleverd ondanks toezeggingen. Dit terwijl de frames gewoon binnen waren bij zijn ijzer leverancier. Deze mocht ze niet leveren. Zelf frames laten maken en laten plaatsen. Kosten hiervan waren € 1482,-
2 Vloer is niet gelijk, zit enkele cm’s, dit is tussen de keuken en de woonkamer. Ook tussen de badkamer en gang. Denk dat de onderlaag onder de houtenvloer niet voldoende is geweest. Dit is lastig om goed op de foto te krijgen. Maar is ook eerder in de bespreking aangegeven bij dhr [eiser] .
3 De trap was ook te hoog, dit hebben ze met een soort frees geprobeerd gelijkt te maken. Nu ziet de bovenste trede er niet uit.
4 Plinten en vloer zitten grote gaten in.
5 Houtenvloer is bij de openhaard niet goed. Wel geprobeerd te maken maar het ziet er niet netjes uit.
6 Voor het netjes maken van de voordeur is een bedrag van 1600,- ex alle opslagen ex btw. in rekening gebracht. Het enige wat ze daar hebben gedaan is tegen meerprijs een elektrische sluiting in gemaakt. Deze is daar nog bovenop gekomen. Deurklinken en brievenbus gemonteerd. Verder is er helemaal niets aan de deur gedaan. Deze zie ik niet staan in de getekende offerte. Deze stond er wel in...
7 Ook heb ik de indruk dat de afwatering van de uitbouw niet correct is. De doorgang naar de uitlopen is te smal. Hierdoor al 4 keer lekkage gehad. Inmiddels zitten er ook scheuren in het plafond.
8 [eiser] heeft nooit 1 keer garantie verleend op iets. Ondanks meerdere berichten geen contact geen reactie ontvangen.
9 Pomp was verkeerd aangesloten door [naam] , dit heb ik zelf moeten regelen en betalen. Geen garantie verleend. Bijlage 11 oplevering KSB en whatsapp.
10 Tegels niet voldoende doorgelegd ivm stalen deur. Is nu maar heel dik gekit. Deze foto is 26-6-2023 per whatsapp gestuurd naar Dhr [eiser] .
11 Tegel naast de douche is niet doorgelegd. Dit zorgde voor een slechte muur. Nu hebben wij dit zelf laten betegelen.
12 Elektra is geen overleg geweest welk aansturing systeem er gebruikt zou gaan worden. Zonder overleg is dit Plajd geworden. Is niet naar wens. Dit staat ook bevestigd bij mijn mail van 8. En 22.
13 Er zit geen stroom bij de lichtpunten van de trap. Zit geen spanning op.
14 Stroompunt in het eiland van de kledingkamer is niet gemaakt ondanks toezeggingen en duidelijke aangeleverde plattegronden.
15 De wandlamp bij de gang van de kinderslaapkamers is niet overlegd. Naderhand laten vervangen omdat er geen reactie kwam vanuit Tino. Zoals je daar kan lezen was dit model niet besproken of akkoord op gegeven. Groter gat laten maken, opnieuw laten stuc-en.
16 Stroompunt kinderkamer [minderjarige] voor de camera in het plafond ontbreekt. Is niet gemaakt.
17 Stroompunt bij de lichtschakelaar zit geen stroom op, slaapkamer [minderjarige] .
18 Lichtpunt kledingkamer op de verkeerde plek. Niet boven het eiland.
19 Hardsteen van de voorzijde ziet er niet uit, dit is gezaagd door [eiser] , die de foto. Ook het kitwerk is door [eiser] gedaan. Zie foto van zijn werknemers. Het ziet er echt niet uit.
20 Afzuiging is niet krachtig genoeg. Dit is gemeten door [naam] en was allemaal onder de maat.
21 Volgens het bouwbesluit dienen bij een verbouwing alle ruimtes apart bedienbaar te zijn, er is door [eiser] enkel 1 thermostaat geregeld. Bij het aangeven dat dit conform bouwbesluit niet geleverd mocht worden zoals het door [eiser] is gedaan. Ontving ik doodleuk een offerte voor het schakelen van alle ruimtes. Ook dit hebben wij door het vertrouwen wat behoorlijk geschaad was zelf laten uitvoeren. Alles is inmiddels geschakeld. De hoogte van de offerte was € 4.924,27 Zie bijlage 21.
22 De vloerverwarming in de badkamer zou elektrisch verwarm baar zijn. Dit is verkeerd gemaakt, door dit toch via de CV met warm water te laten doen. Is niet zoals overeengekomen. Dit heb ik ook bevestigd in mijn mail van Dit staat ook in mijn mail van 8. En 22.
23 De druk van de grote badkamer is overal goed behalve bij de douche. Hier is destijds een tijdelijk oplossing gemaakt door [naam] . Wij zullen binnenkort een nieuwe thermostaat bestellen van het merk Hotbath en deze laten vervangen. Kosten voor het onderdeel is 775,- dit was op het moment een aanbieding. Kosten loodgieter voor gebeld ca 240,-. Totale kosten € 1.015,-
24 WC’s zijn allemaal niet recht opgehangen door [naam] , ze hebben we allemaal wel recht gehangen maar zijn nooit teruggekomen om alles weer netjes te kitten en of laten kitten. Neem niet aan dat deze kosten voor ons zijn omdat [naam] de wc’s scheef monteert.
25 Muur in de keuken staat erg scheef, Hierdoor sluit het marmer niet goed aan. Eigenlijk zou deze helemaal opnieuw gedaan moeten worden.
26 Metsel werk is een mega gat opengehouden, hierdoor kunnen wij geen buiten lampen plaatsen. Of dienen deze erg groot te zijn. Dit vinden wij niet mooi.
27 Metselwerk onderaan zit erg scheef, dit betreft de achterzijde van de woning. Zie foto.”
Te laat geklaagd
4.7.
[gedaagden] hebben de gebreken met de nummers 3, 19, 21 en 25 voor het eerst in de e-mail van 4 september 2023, en de gebreken met de nummers 2, 5, 11, 12, 13, 15, 16, 17, 20, 24, 26 en 27 voor het eerst in de conclusie van antwoord van 10 september 2025 naar voren gebracht. Vast staat dat de woning op 26 juni 2023 in gebruik is genomen. Daarmee heeft de oplevering in de zin van artikel 9 lid 4 AVA Pro plaatsgevonden. Consequentie van het feit dat is opgeleverd, is dat de aannemer is ontslagen van de aansprakelijkheid van gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken (artikel 16.3 lid 1 AVA). Na het verstrijken van de onderhoudstermijn op 24 juli 2023 is [eiser] volgens artikel 16.3 lid 2 onder b AVA alleen nog aansprakelijk voor een gebrek dat redelijkerwijs niet bij oplevering door de opdrachtgever onderkend had kunnen worden en waarvan de opdrachtgever aannemelijk maakt dat het gebrek aan de aannemer kan worden toegerekend. De rechtbank volgt [eiser] in haar standpunt dat de gebreken van genoemde punten zichtbare gebreken betreffen, waarvoor [eiser] niet meer aansprakelijk kan worden gehouden. Aldus kunnen [gedaagden] de gebreken van de nummers 2, 3, 5, 11, 12, 13, 15, 16, 17, 19, 20, 21, 24, 25, 26 en 27 niet aan hun opschorting ten grondslag leggen.
Overige gestelde gebreken
1.
Frames boven de koekoeken
4.8.
[gedaagden] leggen aan hun opschorting ten grondslag dat [eiser] heeft nagelaten om de overeengekomen frames te leveren en te plaatsen. Deze frames zouden aan de voorzijde van de woning ten behoeve van het beloopbaar glas boven de koekoeken worden geplaatst.
4.9.
Tussen partijen staat vast dat deze frames op 24 juni 2023 door [gedaagden] als meerwerk zijn opgedragen en de productie van de frames door de leverancier ten tijde van de oplevering nog niet was afgerond. [eiser] stelt dat zij de levering van de frames in september 2023 heeft opgeschort, in verband met de betalingsachterstand van [gedaagden] Vast staat dat [gedaagden] de frames vervolgens zelf hebben laten produceren en reeds hebben geplaatst.
4.10.
Opschorting leidt niet tot bevrijding van de eigen verbintenis, maar alleen tot uitstel van nakoming van die verbintenis en heeft dus per definitie een tijdelijk karakter. Weliswaar is volgens vaste rechtspraak voor een beroep op opschorting geen tegenvordering vereist, maar de opschortende partij moet wel een vervolgactie instellen en aan de wederpartij duidelijk maken wat hij wil met de overeenkomst tussen partijen: nakoming, ontbinding of het tenietgaan van zijn verbintenis door verrekening. [gedaagden] hebben ten aanzien van de frames geen vervolgactie ingesteld die ziet op ontbinding of verrekening. Nakoming is niet meer mogelijk, omdat [gedaagden] de frames inmiddels zelf hebben geplaatst. Daarom komt de rechtbank – gelet op artikel 6:54 onder Pro b BW – tot het oordeel dat [gedaagden] hun betalingsverplichting niet op grond van de niet geleverde frames mogen opschorten.
4.
Gaten plinten en vloer
4.11.
[gedaagden] voeren aan dat de plinten golven en dat er daardoor op meerdere plekken in de woning ruimte tussen de plinten en de vloer is ontstaan.
4.12.
Uit de door [gedaagden] overgelegde foto’s volgt dat de ruimte tussen de vloer en de plinten op sommige plaatsen maximaal enkele millimeters betreft. De rechtbank volgt [eiser] in haar standpunt dat dit geen gebrek betreft nu de ruimte tussen de vloer en plinten slechts enkele millimeters betreft, zodat geen sprake is van een tekortkoming van [eiser] .
6. Voordeur
4.13.
[gedaagden] stellen verder dat zij terecht hun betaling mogen opschorten, omdat de voordeur scheef is teruggeplaatst waardoor er een kier onder de deur zit, de deur niet is gerenoveerd en er enkel een elektrische sluiting in is gemaakt.
4.14.
In de opdrachtbrief van 26 maart 2023 ten aanzien van de voordeur staan – samengevat – als werkzaamheden vermeld dat er een automatisch driepuntsslot zal worden geïnstalleerd, de voordeur zal worden bijgeschaafd, er facetglazen zullen worden geplaatst, het kozijn van de voordeur wordt afgetimmerd en dat er een voordeurdorpel wordt geleverd en geplaatst. De rechtbank volgt [eiser] in haar standpunt dat deze werkzaamheden zijn uitgevoerd en dat het scheef zijn van de deur aan de onderkant, gelet op de omstandigheid dat het een klassieke, historische deur betreft, niet is aan te merken als een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Partijen hadden met elkaar kunnen overeenkomen dat een tochtautomaat of valdorpel zou worden aangebracht, maar dat hebben zij niet met elkaar afgesproken. Hier schiet [eiser] dus niet tekort.
7. Afwatering uitbouw
4.15.
[gedaagden] stellen dat de afwatering van de uitbouw niet correct is, doordat de uitlopen te smal zijn en dat zij daardoor vier keer lekkage hebben gehad en er inmiddels ook scheuren in het plafond zitten.
4.16.
[eiser] betwist dat sprake is van een tekortkoming ten aanzien van de afwatering en voert aan dat er reguliere uitlopen zijn geplaatst. Nu [gedaagden] geen enkele onderbouwing ten aanzien van deze vermeende tekortkoming hebben overlegd is de rechtbank van oordeel dat [gedaagden] deze vermeende tekortkoming onvoldoende hebben onderbouwd, zodat ook dit punt geen gebrek oplevert op grond waarvan zij mogen opschorten.
8. Geen garantie
4.17.
[gedaagden] voeren als tekortkoming aan dat [eiser] nooit garantie heeft verleend, maar dat is op zichzelf geen tekortkoming als er geen sprake is van een gebrek waarvoor garantie verleend moet worden, zodat de rechtbank hieraan voorbij gaat.
9. Aansluiting pomp
4.18.
[gedaagden] hebben hun stelling dat er een pomp verkeerd is aangesloten - gelet op de betwisting hiervan door [eiser] - onvoldoende onderbouwd, zodat ook dit punt geen tekortkoming oplevert.
10. Tegels bij stalen deur
4.19.
[gedaagden] voeren als tekortkoming aan dat de tegels niet voldoende zijn doorgelegd bij de stalen deur, waardoor er een grote naad tussen de tegel en de muur is ontstaan dat heel dik gekit is.
4.20.
[eiser] betwist dat sprake is van een tekortkoming en voert aan dat er in het ontwerp van een deur met een kozijn en opbouwplint is uitgegaan en dat [gedaagden] , nadat de werkzaamheden reeds waren aangevangen, hebben gekozen voor een taatsdeur waardoor er geen ruimte is voor een opbouwplint en er een kleine naad tussen de tegel en de muur zichtbaar is geworden.
4.21.
[gedaagden] hebben op de zitting naar voren gebracht dat zij er altijd vanuit zijn gegaan dat er een stalen taatsdeur zou worden geplaatst door [eiser] . Ook zou er volgens [gedaagden] op die plek geen ander soort deur mogelijk zijn. [eiser] heeft echter naar voren gebracht dat er ook een stalen deur met houten kozijnen had kunnen worden geplaatst. Dit is door [gedaagden] op de zitting niet weersproken. Het lag op de weg van [gedaagden] om te onderbouwen dat het plaatsen van een stalen taatsdeur reeds bij het sluiten van de aanneemovereenkomst tot de werkzaamheden behoorde. Nu zij dit hebben nagelaten levert dit punt geen tekortkoming op.
14. Stroompunt eiland kledingkamer
4.22.
[gedaagden] voeren als tekortkoming van [eiser] aan dat het stroompunt in het eiland van de kledingkamer niet is gemaakt, ondanks toezeggingen daartoe.
4.23.
[eiser] betwist dat een elektrapunt in het eiland tot de overeengekomen werkzaamheden behoort en heeft ter onderbouwing daarvan de offerte betreffende het installatiewerk van 7 mei 2022 overgelegd. Uit deze offerte volgt dat er geen elektrapunt in het eiland is overeengekomen. Dit is door [gedaagden] niet betwist. Op de zitting hebben [gedaagden] gewezen op WhatsApp-berichten tussen [eiser] en [gedaagde 2] waarin [eiser] in reactie op de opmerking van [gedaagde 2] dat het elektrapunt ontbreekt, antwoord dat er gekeken moet worden of het elektrapunt nog over het plafond gevist kan worden. Daarmee heeft [eiser] volgens [gedaagden] toegezegd dat hij dit punt op zou lossen. [eiser] heeft daar op de zitting tegenover gesteld dat zij slechts een praktische oplossing wilde aandragen. De rechtbank is van oordeel dat uit dit WhatsApp-bericht geen toezegging kan worden afgeleid dat [eiser] kosteloos een elektrapunt in het eiland zou realiseren of dat dit tot de overeengekomen werkzaamheden is gaan behoren, zodat ook dit punt geen tekortkoming oplevert.
18. Lichtpunt kledingkamer
4.24.
[gedaagden] stellen zich op het standpunt dat het aansluitpunt voor de lamp op de verkeerde plek zit, omdat deze niet recht boven het eiland is geplaatst.
4.25.
[eiser] heeft aangevoerd dat het punt waarnaar door [gedaagden] verwezen wordt, geen aansluitpunt voor een lamp is, maar een centraaldoos waar de stroom de ruimte binnenkomt. [eiser] betwist dat een aansluitpunt voor een lamp boven het eiland tot de overeengekomen werkzaamheden behoort en verwijst daarvoor naar de offerte betreffende het installatiewerk van 7 mei 2022. [gedaagden] betwisten niet dat er geen lichtpunt boven het eiland op de offerte staat. Zij hebben daar op de zitting echter tegen in gebracht dat op de tekeningen wel een lichtpunt op deze plek staat vermeld, zodat dit op grond van die tekeningen wel tot de overeengekomen werkzaamheden behoort. [gedaagden] hebben dit naar het oordeel van de rechtbank echter onvoldoende onderbouwd. Niet duidelijk is geworden op welke tekeningen [gedaagden] precies doelen nu deze op de zitting niet zijn overgelegd. [gedaagden] hebben op dit punt niet voldaan aan hun stelplicht, zodat de rechtbank ook niet aan bewijslevering toekomt. Aldus is niet komen vast te staan dat een aansluitpunt voor een lamp boven het eiland is overeengekomen, zodat geen sprake is van een tekortkoming.
22. Vloerverwarming badkamer
4.26.
[gedaagden] voeren verder als tekortkoming aan dat de vloerverwarming in de badkamer watergedragen is, terwijl volgens [gedaagden] in de badkamer een elektrische vloerverwarming is overeengekomen.
4.27.
[eiser] betwist dat tussen partijen een elektrische vloerverwarming in de badkamer is overeengekomen en heeft ter onderbouwing daarvan naar voren gebracht dat in de offerte van 14 oktober 2022 watergedragen vloerverwarming op de begane grond, keuken en in de kelder is opgenomen. Op de offerte is geen aparte elektrische vloerverwarming voor de badkamer opgenomen. Dit hebben [gedaagden] niet betwist. Zij stellen dat een elektrische vloerverwarming in de badkamer echter toch tot de overeengekomen werkzaamheden behoort, omdat partijen dit na het sluiten van de overeenkomst zo besproken hebben. Desgevraagd hebben [gedaagden] op de zitting verklaard dat dit dan waarschijnlijk in een staat met meer/minderwerk is opgenomen, maar hebben nagelaten te specificeren waar dit dan staat, zodat zij hun stelling dat een elektrische vloerverwarming is overeengekomen onvoldoende hebben onderbouwd. Nu niet is komen vast te staan dat tussen partijen een elektrische vloerverwarming in de badkamer is overeengekomen, is geen sprake van een tekortkoming.
23. Waterdruk douche
4.28.
[gedaagden] stellen zich op het standpunt dat de waterdruk in de douche onvoldoende is.
4.29.
De rechtbank volgt [eiser] in haar standpunt dat geen sprake is van een tekortkoming. Uit de door [eiser] overgelegde meting volgt dat er ongeveer 8 liter water per minuut uit de douchekraan van de hoofddouche komt en dat dit aan de norm voldoet. Dat hebben [gedaagden] niet weersproken.
Conclusie
4.30.
Het voorgaande betekent dat [gedaagden] niet mochten opschorten en hun betalingsverplichting van de vier facturen moeten nakomen. De vordering van [eiser] tot betaling van de vier facturen met een totaal bedrag van € 28.250,20 zal daarom worden toegewezen. De door [eiser] gevorderde hoofdsom (van € 28.380,20) wordt voor het meerdere afgewezen, omdat niet is onderbouwd waaruit de hoofdsom nog meer - anders dan de vier facturen - bestaat.
Vervaltermijn factuur [nummer 1]
4.31.
[gedaagden] hebben terecht aangevoerd dat factuur [nummer 1] (de 25ste termijn) te vroeg is gefactureerd. Tussen partijen is immers overeengekomen dat de laatste reguliere termijn kan worden gefactureerd na oplevering en het aflopen van de onderhoudstermijn. [eiser] mocht deze factuur daarom niet eerder dan 24 juli 2023 factureren, waardoor [gedaagden] pas vanaf 7 augustus 2023 rente over deze factuur verschuldigd is.
De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen
4.32.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank stelt vast dat [gedaagden] consumenten zijn (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de rechtbank controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] heeft aan [gedaagden] een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro, omdat het toepasselijke wettelijke tarief niet is vermeld en er geen betalingstermijn van veertien dagen is gegeven die ingaat op de dag na ontvangst van de aanmaning door [gedaagden] De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
4.33.
[gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,16
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.672,00
(2 punten × € 836,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.978,16
Hoofdelijk
4.34.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 28.250,20, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vermeerderd twee procentpunten over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 4.978,16, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C.J. Klaver, bijgestaan door mr. J.G.H. Tonnaer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Voetnoten

1.HR 29 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1615