Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 24 oktober 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord van 20 november 2025,
2.De feiten
“ [eiser] : Ik zei toch dat ik je zou helpen daarbij
“ [gedaagde] : Hey hey[gedaagde] : Al wakker
3.Het geschil
€ 22.800 heeft geleend, waarvan hij maar € 5.000,- heeft terugbetaald. Zij heeft de volgende bedragen uitgeleend:
- € 10.000,- op 23 maart 2021 (1)
- € 8.000,- op 16 juni 2021 (2)
- € 1.000,- op 24 juni 2021 (3)
- € 500,- op 30 juni 2021 (4)
- € 300,- op 6 juli 2021 (5)
- € 500,- op 24 juli 2021 (6)
- € 2.500,- op 26 februari 2022 (7)
4.De beoordeling
Ik ben je al een boel schuldig weet niet eens hoe ik je dat moet gevendus ga ik nu nog meer lenen (vetgedrukt door de kantonrechter)”.
(artikel 6:96 leden Pro 5 en 6 BW). [eiser] heeft aan [gedaagde] een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Er wordt daarin namelijk een hoger bedrag vermeld dan op grond van het Besluit is toegestaan. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.