Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
[functie 1]van DTT (hierna: [functie 1] ), een update gegeven over de stand van zaken met betrekking tot de uren die [eiser] heeft ingekocht. In de e-mail staat ook het volgende:
(“please note that we will no longer work on the Native app anymore”).
[functie 2]bij DTT) en [functie 1] van DTT in de cc. In die e-mail, die gaat over sprint 9 en de Flutter app, staat het volgende:
3.Het geschil
4.De beoordeling
het streven naar de vernieuwde (…) applicaties te lanceren in januari, 2024”, “
wij maken ons graag sterk voor een doeltreffende en overtuigende lancering in januari, 2024”, en “
de beoogde lancering in januari 2024”. Hieruit blijkt dat de oplevering in januari slechts een indicatie betrof. Ook de tijdlijn in de offerte wordt indicatief genoemd. Daarnaast is tijdens de samenwerking gesproken over januari 2024. Uit deze mededelingen, planningen en e-mails is bij [eiser] kennelijk de verwachting ontstaan dat Flutter app in januari 2024 (grotendeels) afgerond zou zijn, maar die verwachting betekent nog niet dat sprake is van een of meer fatale termijnen in de zin van artikel 6:83 sub a BW Pro. Een fatale termijn moet tussen partijen zijn overeengekomen of moet op grond van de redelijkheid en billijkheid voortvloeien uit de aard van de overeenkomst in verband met de omstandigheden van het geval. Van een afspraak is echter niet gebleken en een fatale termijn vloeit hier ook niet voort uit de aard van de overeenkomst.
De werkwijze van DTT [inhield, rb] de werkzaamheden per sprint uit te voeren, zodat na elke sprint kon worden geëvalueerd en de planning afgestemd kon worden.” Hieruit volgt eveneens dat de aard van de overeenkomst er een was van samenwerken en overleg over de prioriteiten per sprint. De door DTT aan [eiser] verstrekte termijnen en planningen kunnen dan ook niet als fatale termijnen worden beschouwd.
“contractueel gehouden om de mvp-app af te maken zonder extra kosten in rekening te brengen”, zoals in de ingebrekestelling staat (zie 2.24). DTT is steeds bereid geweest de Flutter app af te maken, maar dan wel tegen betaling, en heeft daartoe voorstellen gedaan. DTT heeft in die zin ook gereageerd op de eerdere ingebrekestelling van april 2024 (zie 2.22). [eiser] heeft dat voorstel ten onrechte naast zich neergelegd, en heeft het feit dat DTT niet (nogmaals) heeft gereageerd op de onterechte sommatie van augustus 2024 dan ook niet zo mogen opvatten dat DTT niet langer bereid was haar verplichtingen na te komen, zoals zij betoogt. DTT is dan ook niet in verzuim komen te verkeren.