Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[curator]
2.TRANSHEROES B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
Bij brief van 5 februari 2024 heeft het BOIP aan ACA Legal Advice, de gemachtigde van Idsun, met betrekking tot de merkrechten laten weten:
Bij akte van 12 december 2024 is tussen de curator en TransHeroes vastgelegd dat de curator de overdracht van de merkrechten van Puri Safe aan Indsun buitengerechtelijk heeft vernietigd en dat de curator deze aan TransHeroes heeft overgedragen voor zover Puri Safe daarvan houder was.
“Daarbij heeft de curator expliciet opgemerkt dat de vernietiging door Indsun wordt betwist.”
“In behandeling onderzoeker, in afwachting van reactie gemachtigde/deposant.”
3.Het geschil
I. primair voor recht te verklaren dat Indsun nooit rechthebbende is geweest van de merkrechten en subsidiair voor recht te verklaren dat de Curator de overdracht van de merkrechten van Puri Safe aan Indsun rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft vernietigd, primair op grond van artikel 42 Fw Pro, subsidiair op grond van artikel 47 Fw Pro; en
4.De beoordeling
i. De Curator heeft in eerste instantie in reactie op diverse kritische vragen noch de Koopovereenkomst noch de Leningsovereenkomst van de juridisch adviseur ontvangen die heeft geadviseerd over de overdracht van de Merkrechten.
Wel betwist de curator dat de leningsovereenkomst en de koopovereenkomst zijn gesloten op de daarin vermelde data.
Als de koopovereenkomst niet bestond ten tijde van de ondertekening van de akte van overdracht, zou dat betekenen dat een geldige titel voor de overdracht zoals wordt vereist in artikel 3:84 lid 1 Burgerlijk Pro wetboek (BW) ontbrak. In dat geval is de overdracht niet geldig en zijn de merkrechten deel uit blijven maken van het vermogen van Puri Safe.
Wat de koopovereenkomst betreft stelt Indsun dat die op 17 januari 2024, tegelijk met de akte van overdracht is gesloten.
De rechtbank acht het ontbreken van ieder spoor van de gestelde leningsovereenkomst en de koopovereenkomst in de administratie van Puri Safe reeds doorslaggevend. Als de lening daadwerkelijk zou zijn verstrekt, kan het immers niet anders dan dat deze in de boekhouding van Puri Safe zou zijn verwerkt. Datzelfde geldt voor de bedongen koopprijs voor de overdracht van de merkrechten, die dan immers in mindering op het saldo van de lening had moeten worden gebracht. Omdat ieder spoor van de uitvoering van de geldleenovereenkomst in de administratie van Puri Safe ontbreekt, is het uitgangspunt dat niet kan worden aangenomen dat deze overeenkomsten op welke manier dan ook (mondeling of schriftelijk of beide) daadwerkelijk zijn gesloten. Dat zou alleen anders kunnen zijn als Indsun een aannemelijke verklaring zou kunnen geven voor het niet verwerken van de gestelde overeenkomsten in de boekhouding, maar die ontbreekt.
Dat betekent dat de gestelde overdracht niet heeft plaatsgevonden, omdat een geldige titel ontbrak. Als gevolg daarvan is Puri Safe rechthebbende gebleven en vielen de merkrechten in de boedel. De curator was dus bevoegd de merkrechten aan TransHeroes over te dragen en TransHeroes is nu de rechthebbende.
Echter of nu van de koopovereenkomst wordt uitgegaan (een lening van de aandeelhouders van Indsun) of van de in dit geding gestelde gang van zaken (een lening van de aandeelhouders van Puri Safe), in beide gevallen geldt dat de koopovereenkomst is gesloten tussen Puri Safe en Indsun; de aandeelhouders (van Puri Safe of van Indsun) zijn hierbij geen partij.
Dat betekent dat ook als zou worden aangenomen dat de leningsovereenkomst tussen aandeelhouders en Puri Safe tot stand is gekomen, een overeenkomst tussen Puri Safe en Indsun niet kan bewerkstelligen dat Puri Safe het van aandeelhouders geleende geld moet terugbetalen aan Indsun in plaats van aan de aandeelhouders. Daarvoor is immers nodig dat de vordering van de aandeelhouders aan Indsun zou zijn overgedragen en dat vereist volgens artikel 6:94 lid 1 BW Pro een tussen de aandeelhouders en Indsun opgemaakte cessieakte en mededeling daarvan aan de schuldenaar. Dat een dergelijke akte is opgemaakt en dat daarvan mededeling is gedaan aan Puri Safe is echter niet gesteld of gebleken. Ook is niet gesteld of gebleken dat de aandeelhouders (van Indsun of Puri Safe) ingestemd hebben met betaling aan een derde (Indsun). Dat betekent dat Puri Safe niet verplicht was de lening terug te betalen aan Indsun en dat van verrekening van de koopsom met die terugbetalingsverplichting dan ook geen sprake kan zijn. Puri Safe en Indsun waren immers niet over en weer elkaars schuldeiser en schuldenaar. Gevolg daarvan is dat van een tegenprestatie voor de gestelde verkoop van de merkrechten geen sprake is geweest. Een geldige titel voor de overdracht ontbreekt en dus is de overdracht niet geldig.
De voorraad was volgens [naam] € 15.239 waard op 7 september 2024 en is verkocht voor € 5.400 omdat de merkrechten op naam van Indsun stonden geregistreerd. Het verschil vordert de curator als schade.