Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
- [eiser] , met mr. Mulders en mr. Kanjels,
- namens Mediahuis: [naam 1] , hoofdredacteur van De Limburger, [naam 2] , journalist van de Limburger, [naam 3] , journalist van de Limburger, en O.M. Mulder, bedrijfsjurist van Mediahuis, met mr. Koster.
2.De feiten
De provincie Limburg laat een onafhankelijk onderzoek uitvoeren naar privé-investeringen van topman [naam 4] van het Limburgs Energiefonds (LEF), waarin zo'n driehonderd miljoen euro gemeenschapsgeld zit. [naam 4] investeert privé in het vakantiepark [naam vakantiepark] in [plaats] waaraan de overheid de handen vol heeft. Ook politie en Openbaar Ministerie zijn op de hoogte gebracht.
3.Het geschil
4.De beoordeling
- de aard van de gepubliceerde uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die uitlatingen betrekking hebben;
- de ernst – bezien vanuit het algemeen belang – van de kwestie die de publicatie aan de kaak beoogt te stellen / raakt de publicatie aan een discussie die in de publieke belangstelling staat (
- de mate waarin de uitlatingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal;
- de totstandkoming van de publicatie;
- de mate waarin degene op wie de publicatie is gericht een publiek figuur is, waarbij tevens van belang is welke functie hij bekleedt;
- eerder gedrag van de betrokken persoon (
- de aard en het bereik van het medium waarin de uitlating is gedaan.
vanwegede strafrechtelijke antecedenten van [eiser] . In het artikel staat namelijk: “Burgemeester Bob Vostermans van Peel en Maas heeft nu besloten die vergunning te verlenen, ondanks het feit dat de eigenaarsfamilie die achter de vergunningaanvrager schuilgaat niet door de Bibob komt.” Er staat hier immers dat de ‘familie’ niet door de screening komt, dat hoeft niet op [eiser] te slaan, maar kan bijvoorbeeld ook zien op zijn moeder. Daarnaast betoogt [eiser] dat de lezer door het benoemen van het strafrechtelijk verleden van [eiser] in combinatie met het feit dat de familie niet door de Bibob-screening komt, zal denken dat een negatief advies komt
doorhet strafrechtelijk verleden van [eiser] , maar dat staat er niet, Mediahuis heeft dat verband niet gelegd.
de naam een essentieel bestanddeel van de berichtgeving is,
wanneer het niet vermelden van de naam wegens de algemene bekendheid van de betrokkene geen doel dient,
wanneer door het niet vermelden van de naam verwarring kan ontstaan met anderen die hierdoor voorzienbaar kunnen worden geschaad,
wanneer het vermelden van de naam gebeurt in het kader van opsporingsberichtgeving, of
wanneer de betrokkene zelf de openbaarheid zoekt.’