ECLI:NL:RBAMS:2026:411

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
C/13/780996 / JE RK 25-967
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • A.E. van Montfrans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:257 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling

De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt een ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar vanwege mogelijke licht verstandelijke beperkingen bij de moeder, beperkingen bij de vader en langdurig drugs- en alcoholgebruik van de ouders, is de ontwikkeling van de minderjarige ernstig bedreigd.

De minderjarige verblijft momenteel in een pleeggezin. De ouders werken mee en tonen betrokkenheid, waarbij de moeder inmiddels clean is verklaard en de vader binnenkort een behandeling start. Er is een moeder-kindhuis beschikbaar waar de moeder en minderjarige 16 weken kunnen verblijven, met de vader die op vrije dagen aanwezig kan zijn.

De kinderrechter oordeelt dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de bedreiging weg te nemen en de situatie te monitoren. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt toegekend voor zes maanden in een pleeggezin of jeugdhulpvoorziening, met het oog op het leren van opvoedvaardigheden door de ouders en het waarborgen van een veilige omgeving voor de minderjarige.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden. Het doel is dat de ouders op termijn zelf de zorg voor de minderjarige kunnen overnemen.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden in een pleegzorgvoorziening.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/780996 / JE RK 25-967
Datum uitspraak: 12 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
[locatie] ,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. S. Akkas te Amsterdam,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
advocaat mr. R.T. Laigsingh te Amsterdam,
en
de William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna ook te noemen de gecertificeerde instelling (de GI).

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 december 2025;
- de beschikking van 24 oktober 2025, waarbij [minderjarige] voorlopig onder toezicht is gesteld van de GI en een machtiging uithuisplaatsing is verleend tot 14 januari 2026;
- een brief van oma m.z. ingekomen op 9 januari 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mw [naam 1] namens de Raad;
  • mw. [naam 2] namens de GI.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont in een pleeggezin.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van een jaar en een machtiging uit huisplaatsing te verlenen voor de duur van zes maanden in een pleeggezin. Ter zitting heeft de Raad het verzoek gewijzigd in die zin dat wordt verzocht een machtiging uithuisplaatsing te verlenen in een accommodatie jeugdhulpaanbieder en/of een pleeggezin.

4.De standpunten

4.1.
De Raad legt aan het verzoek ten grondslag dat er sprake is van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] , gelet op mogelijke LVB bij moeder, mogelijke beperkingen van de vader en langdurig drugs-en alcohol gebruik van de ouders. De ouders van [minderjarige] zijn op dit moment onvoldoende in staat onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen. Het is nog onduidelijk of zij over voldoende opvoedvaardigheden beschikken om voor [minderjarige] te zorgen en of zij leerbaar zijn.
Bij de mondelinge behandeling heeft de Raad aangegeven er een plek in een moeder-kindhuis is gevonden in [plaats] , waar de moeder en [minderjarige] donderdag a.s. terecht kunnen. Het zijn zeer turbulente maanden geweest voor ouders en zij verdienen een groot compliment omdat ze hard hebben gewerkt. Het gaat heel goed met [minderjarige] in het pleeggezin, maar het is de bedoeling dat de ouders op termijn weer alleen voor [minderjarige] gaan zorgen. Een ondertoezichtstelling is nodig als stok achter de deur om indien dit nodig is in te kunnen grijpen.
4.2.
De moeder heeft mede bij monde van haar advocaat naar voren gebracht dat zij heel blij is dat zij donderdag met [minderjarige] naar het moeder-kindhuis kan. De eerste paar dagen gaat de vader mee en later zal hij ook vaak langskomen. De ouders willen het samen doen, zij werken overal goed aan mee en hebben alles voor [minderjarige] over. Het contact met de pleegmoeder is goed. De moeder heeft geen bezwaar tegen een ondertoezichtstelling en begrijpt de zorgen van de Raad. Gelet op de medewerking van de ouders is er geen machtiging uithuisplaatsing nodig. Dit verzoek dient dan ook te worden afgewezen. Subsidiair wordt verzocht de machtiging uithuisplaatsing te beperken in tijd.
4.3.
De vader heeft mede bij monde van zijn advocaat naar voren gebracht dat hij op 4 februari a.s. naar de [instelling] zal gaan en dat hij school -online- weer wil oppakken. De vader ziet in dat er hulp nodig is en werkt net als de moeder, goed mee. Er is geen bezwaar tegen de ondertoezichtstelling en de vader stemt in met het moeder-kindtraject. De ouders willen samen goed voor [minderjarige] zorgen. De ouders hebben zich aan de afspraken gehouden, ook aan de afspraken zoals vermeld in de beschikking van 24 oktober 2025. Gedurende de omgangsmomenten zijn de ouders een uur of soms langer alleen met [minderjarige] . Helaas mogen zij niet mee naar het consultatiebureau. Verzocht wordt de uithuisplaatsing voor vier maanden toe te wijzen en het resterende deel van het verzoek, twee maanden, aan te houden om de situatie op dat moment te evalueren.
4.4.
De GI heeft onder meer verklaard dat ouders heel betrokken en liefdevol zijn. Ook zien zij in dat zij hulp nodig hebben. De moeder heeft een startgesprek bij de [instelling] gehad en daar heeft men bevestigd dat zij clean is. Haar behandeling is op 8 januari jl. gestart. Normaliter zijn 4 à 5 sessies bij de [instelling] nodig, maar de [instelling] heeft aangegeven dat een vervolgafspraak niet nodig is. Wel is de [instelling] nog online bereikbaar voor haar. Een opname in het moeder-kindhuis duurt 16 weken.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de bedreiging voor [minderjarige] weg te nemen. Het is in het belang van [minderjarige] dat er zicht blijft op de situatie en de GI de ontwikkelingen blijft volgen. De situatie is sterk verbeterd, ouders zijn liefdevol, werken goed mee en houden zich aan de afspraken. Zeer binnenkort zullen de moeder en [minderjarige] naar een moeder-kindhuis gaan, daar kunnen beide ouders veel leren over de zorg die [minderjarige] nodig heeft om goed op te kunnen groeien. Het is heel positief dat de moeder clean is verklaard en dat de vader binnenkort met een behandeling bij de [instelling] gaat starten. Dit maakt duidelijk dat de ouders hard aan zichzelf werken in het belang van [minderjarige] . Ouders verdienen daarvoor een groot compliment. Gelet echter op de enorm zorgwekkende situatie die heeft gespeeld, waarbij drugs in het spel waren die -zoals algemeen bekend- heel verslavend zijn naast de grote veranderingen die aanstaande zijn, acht de kinderrechter een ondertoezichtstelling nodig. Mocht het nodig zijn dan kan er direct worden ingegrepen in het belang van [minderjarige] . Ouders hebben aangegeven dit te begrijpen en in te stemmen met een ondertoezichtstelling.
5.2.
Teneinde de bedreigingen voor [minderjarige] weg te nemen moet er gewerkt worden aan de volgende doelen:
- [minderjarige] groeit op in een veilige, stabiele en voorspelbare omgeving;
- [minderjarige] heeft ouders die aan kunnen sluiten bij wat hij nodig heeft. Hier kan meer zicht op komen door de opname van [minderjarige] en moeder bij een moeder-kindhuis, waarbij vader op zijn vrije dagen ook aanwezig is;
- [minderjarige] heeft ouders die leerbaar zijn;
- [minderjarige] heeft ouders die geen drugs en alcohol gebruiken;
- Moeder krijgt ondersteuning in haar nieuwe rol als moeder; hoe zorg ik voor een jonge baby (basale zorg maar ook stimuleren etc.) en hoe combineer ik het met de leefgebieden;
- Moeder accepteert haar rol als moeder in de vorm die voor [minderjarige] passend is;
- Er komt duidelijk over waar [minderjarige] gaat opgroeien.
5.3.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige] langer uit huis geplaatst dient te worden in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder en/of een pleeggezin en zal het -ter zitting gewijzigde- verzoek toewijzen voor de duur van zes maanden, zoals verzocht. Er is een moeder-kindplek beschikbaar en daar zullen de moeder en [minderjarige] 16 weken verblijven. Duidelijk is dat ouders liefdevol zijn en het beste voor [minderjarige] willen, maar zij moeten nog leren hoe zij goede ouders en opvoeders voor [minderjarige] kunnen zijn. Het is belangrijk dat het goed blijft gaan en dat ouders op enig moment zelf de zorg voor [minderjarige] op zich kunnen nemen, wat ook het doel is van de Raad. De kinderrechter zal de termijn van de uithuisplaatsing niet verkorten, zoals verzocht. Mocht het zo zijn dat [minderjarige] eerder dan de verzochte zes maanden -met de moeder- naar huis kan, dan hoeft van de resterende termijn geen gebruik te worden gemaakt. Bovendien is het niet wenselijk dat partijen nog een keer naar de zitting moeten komen als vier maanden uithuisplaatsing onvoldoende zou blijken te zijn.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van de Stichting William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering met ingang van 14 januari 2026 tot 14 januari 2027;
6.3. verleent aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 14 januari 2026 tot 14 juli 2026;
6.4 verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. van Montfrans, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2026, in aanwezigheid van J.O. van Saase-Zaagman als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgesteld op 22 januari 2026.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam

Voetnoten

1.Artikel 1:257 BW Pro.