Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- mw [naam 1] namens de Raad;
- mw. [naam 2] namens de GI.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
Amsterdam
Rechtbank Amsterdam
De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt een ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar vanwege mogelijke licht verstandelijke beperkingen bij de moeder, beperkingen bij de vader en langdurig drugs- en alcoholgebruik van de ouders, is de ontwikkeling van de minderjarige ernstig bedreigd.
De minderjarige verblijft momenteel in een pleeggezin. De ouders werken mee en tonen betrokkenheid, waarbij de moeder inmiddels clean is verklaard en de vader binnenkort een behandeling start. Er is een moeder-kindhuis beschikbaar waar de moeder en minderjarige 16 weken kunnen verblijven, met de vader die op vrije dagen aanwezig kan zijn.
De kinderrechter oordeelt dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de bedreiging weg te nemen en de situatie te monitoren. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt toegekend voor zes maanden in een pleeggezin of jeugdhulpvoorziening, met het oog op het leren van opvoedvaardigheden door de ouders en het waarborgen van een veilige omgeving voor de minderjarige.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden. Het doel is dat de ouders op termijn zelf de zorg voor de minderjarige kunnen overnemen.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden in een pleegzorgvoorziening.