Op 4 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een verkeersbesluit genomen waarin tijdelijke verkeersmaatregelen zijn ingesteld voor een deel van de openbare weg in Amsterdam. Verzoekster, een agrarisch bedrijf met vestigingen in de regio, maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 19 januari 2026 en voerde een belangenafweging uit. Verzoekster stelde dat de afsluiting van de weg haar bedrijfsvoering belemmert, onder meer vanwege transporten en de bereikbaarheid van haar percelen. Verweerder en een derde-belanghebbende stelden dat het verkeersbesluit noodzakelijk is voor de aanleg van infrastructuur ten behoeve van circa 2.750 woningen, wat een groter maatschappelijk belang dient.
Hoewel de bereikbaarheid van de percelen van verzoekster niet altijd gegarandeerd is, is gebleken dat zij via het bouwterrein toegang kan krijgen, mits in goed overleg met de projectleiding. Ook de mogelijkheid om ontheffing te vragen voor landbouwvoertuigen op een alternatieve route werd besproken. De voorzieningenrechter oordeelde dat praktische bezwaren en onzekerheden onvoldoende zijn om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het spoedeisend belang van verzoekster onvoldoende zwaarwegend is tegenover het maatschappelijke belang van de tijdelijke verkeersmaatregelen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.