ECLI:NL:RBAMS:2026:4186
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening omzetting WIA-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar loongerelateerde WIA-uitkering om te zetten naar een lagere vervolguitkering. Zij verzocht om een voorlopige voorziening om de omzetting te voorkomen totdat op haar bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat bij financiële geschillen spoedeisend belang slechts snel wordt aangenomen indien sprake is van een onomkeerbare situatie of acute financiële nood. Verzoekster stelde dat haar inkomen aanzienlijk zou dalen en dat zij vaste lasten had van €1.350 aan hypotheek en €400 aan energiekosten per maand, met vier jonge kinderen.
Uit de toelichting bleek echter dat verzoekster een partner heeft met een netto inkomen van ongeveer €2.700 tot €3.100 per maand, terwijl verzoekster zelf circa €710 netto ontvangt. De gezamenlijke inkomsten zijn voldoende om de lasten te dekken en basisbehoeften te voldoen. Er is geen sprake van een onomkeerbare situatie of acute financiële nood.
Daarom concludeerde de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang ontbreekt en dat de beslissing op bezwaar kan worden afgewacht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd dan ook afgewezen. De uitspraak is voorlopig van aard en bindt de rechtbank niet in een bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omzetting van de WIA-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.