ECLI:NL:RBAMS:2026:4186
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening omzetting WIA-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de omzetting van haar loongerelateerde WIA-uitkering naar een lagere vervolguitkering door het UWV en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
Hoewel verzoekster stelt dat haar inkomen per 6 april aanzienlijk daalt en zij vaste lasten heeft van circa €1.350 aan hypotheek en €400 aan energiekosten, blijkt uit de loonstroken dat haar partner een netto inkomen heeft van ongeveer €2.700 tot €3.100 per maand. Het gezamenlijke inkomen is voldoende om de lasten en basisbehoeften te dekken.
De voorzieningenrechter concludeert dat er geen onomkeerbare situatie of acute financiële nood is en dat het spoedeisend belang ontbreekt. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is zonder zitting gedaan en bindt niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.