Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4262

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
12064838
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 sub e BWArt. 7:671b lid 9 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen werknemer door schending re-integratieverplichtingen

De werknemer is sinds oktober 2023 in dienst bij Eigen Haard als Complex Analist. Vanaf augustus 2024 meldde zij zich ziek, maar was zij gedurende ruim een jaar vrijwel onbereikbaar voor haar werkgever en de arbodienst. Ondanks meerdere pogingen tot contact, huisbezoeken, waarschuwingen en loonopschortingen reageerde zij nauwelijks en verscheen zij niet op afspraken met de bedrijfsarts.

Eigen Haard verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen, omdat de werknemer haar re-integratieverplichtingen niet nakwam. De kantonrechter oordeelde dat er een redelijke grond voor ontbinding is, omdat herplaatsing niet in de rede ligt en de werknemer ernstig tekort is geschoten in haar verplichtingen.

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 mei 2026. Vanwege het ernstig verwijtbaar handelen wordt geen transitievergoeding toegekend. Het opzegverbod wegens ziekte is niet van toepassing. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.148,00, te vermeerderen met kosten van betekening indien nodig.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 mei 2026 wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer zonder recht op transitievergoeding.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 12064838 \ EA VERZ 26-66
Beschikking van 28 april 2026
in de zaak van
WOONSTICHTING EIGEN HAARD,
te Amsterdam,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Eigen Haard,
gemachtigde: mr. O. van der Kind,
tegen
[verweerster],
te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerster] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- de mondelinge behandeling van 7 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling is voor Eigen Haard verschenen mevrouw [naam 1] , HR manager, samen met de gemachtigde en diens kantoorgenoot [naam 2] . Eigen Haard heeft voorafgaand aan de zitting het door de gerechtsdeurwaarder betekende exploot van de oproeping overgelegd. [verweerster] is niet verschenen.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verweerster] , geboren [geboortedatum] 1995, is sinds 1 oktober 2023 in dienst bij Eigen Haard. De functie van [verweerster] is Complex Analist met een loon van € 4.075,81 bruto per maand.
2.2.
Op 14 augustus 2024 heeft [verweerster] zich ziek gemeld.
2.3.
Omdat het Eigen Haard niet goed lukte om contact met [verweerster] te houden, heeft zij [verweerster] na 14 dagen het verzuimprotocol toegestuurd. [verweerster] reageerde echter niet op e-mails, telefoontjes of (aangetekende) brieven van Eigen Haard.
2.4.
Op 18 september 2024 is Eigen Haard bij [verweerster] op huisbezoek geweest en heeft zij haar er op gewezen dat het belangrijk was dat zij goed contact hield met Eigen Haard. Partijen spraken af dat [verweerster] haar zakelijke telefoon beter in de gaten zou houden.
2.5.
In de periode daarna lukte het Eigen Haard wederom niet om met [verweerster] contact te krijgen. Per brief van 5 november 2024 kondigde Eigen Haard een loonopschorting aan als [verweerster] niet vóór 10 november 2024 contact zou opnemen. Omdat [verweerster] niet reageerde heeft Eigen Haard de betaling van het loon over november 2024 opgeschort. Hierna heeft Eigen Haard nog zonder succes een huisbezoek afgelegd en een postkaartje gestuurd naar [verweerster] . Eigen Haard stuurde ook een e-mail waarin zij [verweerster] verzocht om contact op te nemen en waarschuwde dat anders ook het loon voor december 2025 zou worden opgeschort.
2.6.
Op 23 december 2024 heeft de arbodienst [verweerster] telefonisch gesproken. Ook is [verweerster] verschenen op de afspraak met de bedrijfsarts van 14 januari 2024. De bedrijfsarts adviseerde haar zich te richten op haar behandeling en ondertussen contact te houden met haar werkgever. Daarna heeft de Arbodienst nog twee keer contact gekregen met [verweerster] . Na 26 maart 2025 was [verweerster] echter wederom niet bereikbaar voor de Arbodienst. [verweerster] reageerde ook niet op de vele contactpogingen die Eigen Haard vervolgens ondernam. Evenmin verscheen [verweerster] op een afspraak van de bedrijfsarts van 8 april 2025.
2.7.
Per brief van 16 april 2025 is [verweerster] gewaarschuwd dat haar loon zou worden opgeschort als zij niet contact zou opnemen met de Arbodienst. Omdat een reactie uitbleef is het loon van [verweerster] vanaf 1 mei 2025 opgeschort.
2.8.
Per e-mail van 5 juni 2025 wees Eigen Haard [verweerster] op het risico dat haar loon zou worden stopgezet en ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht zou worden als contact uitbleef. Hoewel [verweerster] wel op deze en een volgende e-mail heeft gereageerd en zij een (eenzijdig door Eigen Haard opgesteld) plan van aanpak heeft ondertekend, heeft Eigen Haard daarna nooit meer iets van [verweerster] vernomen. Zij reageerde niet op de uitnodiging voor een arbeidsdeskundig onderzoek van 28 september 2025, niet op de aangetekende brief van 5 september 2025 waarin Eigen Haard een loonstop per 12 september 2025 aankondigde en niet op een postkaart met het verzoek om contact op te nemen. Ook de inzet van politie, een huisbezoek en een in haar brievenbus achtergelaten briefje hebben niet tot contact geleid.

3.Het verzoek

3.1.
Eigen Haard verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden vanwege verwijtbaar handelen. Eigen Haard heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat [verweerster] zich niet heeft gehouden aan redelijke verzuim- en re-integratieverplichtingen.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.
Ernstig verwijtbaar handelen [verweerster]
4.2.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. [1] Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. [2]
4.3.
De kantonrechter oordeelt dat er een redelijke grond is voor ontbinding. Dat wordt als volgt toegelicht.
4.4.
[verweerster] is gedurende zeer lange tijd onbereikbaar geweest voor Eigen Haard. Zij heeft gedurende een periode van ruim een jaar slechts een paar keer gereageerd op contactverzoeken van haar werkgever. Ook is zij afspraken met de arbodienst niet nagekomen. Zij heeft de re-integratieverplichtingen die op haar rusten in het kader van haar arbeidsongeschiktheid op die manier ernstig geschonden. Volgens de bedrijfsarts kon het van haar gevergd worden contact te houden met haar werkgever. Dat zij dat niet heeft gedaan kan haar in ernstige mate worden verweten.
4.5.
Omdat sprake is van ontbinding op grond van artikel 7:669 lid 3 onder Pro e ligt herplaatsing niet in de rede.
Transitievergoeding
4.6.
Vanwege het ernstig verwijtbaar handelen en nalaten zal aan [verweerster] geen transitievergoeding worden toegekend. Dat het niet toekennen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, is niet gebleken.
Opzegverbod
4.7.
Omdat [verweerster] zonder deugdelijke grond en ondanks herhaalde waarschuwingen van Eigen Haard haar re-integratieverplichtingen niet is nagekomen is het opzegverbod wegens ziekte niet op haar van toepassing.
4.8.
De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden. Omdat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] zal het einde van de arbeidsovereenkomst overeenkomstig artikel 7:671b lid 9 worden bepaald op 1 mei 2026.
Proceskosten
4.9.
De proceskosten komen voor rekening van [verweerster] , omdat [verweerster] overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] . De proceskosten aan de zijde van Eigen Haard worden begroot op € 1.148,00 (€ 139,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 mei 2026,
5.2.
veroordeelt [verweerster] in de proceskosten van € 1.148,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerster] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [3] .
Deze beschikking is gegeven door mr. I.M. Bilderbeek en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:669 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Artikel 7:669 lid 1 BW Pro.
3.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.