Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4280

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
C/13/786300 / FA RK 26/2981
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz

De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 april 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1998 in Duitsland, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

Uit de overgelegde stukken en de zitting bleek dat betrokkene onmiddellijk dreigend ernstig nadeel ondervindt, bestaande uit ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en bedreiging van zijn veiligheid, vermoedelijk veroorzaakt door een psychotische stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat een procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De rechtbank achtte de voorgestelde vormen van verplichte zorg noodzakelijk en evenredig, waaronder toediening van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen en bezoek. Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven.

De raadsman voerde aan dat het ernstig nadeel beter past bij een zorgmachtiging dan bij een voortzetting van de crisismaatregel, mede gezien betrokkene's wens om een bestaan op te bouwen en de maatschappelijke teloorgang. Desondanks verleende de rechtbank de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor een periode van drie weken, tot uiterlijk 7 mei 2026.

De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter E. Dinjens, bijgestaan door griffier D.L. Overduin, en schriftelijk uitgewerkt op 24 april 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychotische stoornis.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/786300 / FA RK 26/2981
kenmerk: VCM/IND/200292
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 16 april 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1998 te Bondsrepubliek Duitsland,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
verblijvende te [plaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. A.L. Cohen te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin.

1.Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 14 april 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 13 april 2026 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 april 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door een tolk in de Engelse taal;
- de raadsman;
- dhr. [persoon 1] , psychiater;
- dhr. [persoon 2] , senior co-assistent.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in: ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij/zij onder invloed van een ander raakt.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:
  • toedienen van vocht en voeding;
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • beperken van het recht op ontvangen van bezoek;
  • opnemen in een accommodatie.
2.3.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief
.Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.4.
De raadsman heeft namens betrokkene verzocht het verzoek af te wijzen. Het ernstig nadeel wat bij betrokkene speelt past meer in het kader van een zorgmachtiging dan in het kader van een voortzetting crisismaatregel. Betrokkene wil graag een bestaan opbouwen en een baan vinden.
De psychiater heeft aangegeven dat de opname in het begin vrijwillig was, maar dat hij niet in staat bleek zijn leven op te bouwen. Betrokkene had een goede baan, opleiding en steunsysteem maar is maatschappelijk teloorgegaan. Omdat betrokkene geen postadres heeft in Nederland is het lastig om iets op te bouwen. Hij heeft al een grote schuld en daar zijn zorgen over.
2.5.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1998 te Bondsrepubliek Duitsland, voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 7 mei 2026;
Deze beschikking is op 16 april 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. E. Dinjens, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 24 april 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.