Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4302

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
C/13/786408 / FA RK 26/3041
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz

De rechtbank Amsterdam heeft op 20 april 2026 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene, die verblijft in een separeercel en wordt bijgestaan door een tolk, is gehoord tijdens de mondelinge behandeling. De officier van justitie was niet aanwezig omdat geen nadere toelichting werd vereist.

Uit de stukken en de zitting blijkt dat betrokkene een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt door een psychische stoornis, vermoedelijk een psychose, met risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en agressie. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De rechtbank acht de voorgestelde verplichte zorg noodzakelijk en evenredig, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht. Betrokkene verzet zich tegen de zorg, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De belangen van betrokkene en de veiligheid zijn meegewogen.

De raadsvrouw van betrokkene heeft verzocht het verzoek af te wijzen op grond van persoonlijke wensen van betrokkene, maar dit is niet gevolgd. De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken, tot uiterlijk 11 mei 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken tot uiterlijk 11 mei 2026.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/786408 / FA RK 26/3041
kenmerk: VCM/IND/200577
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 20 april 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] (Eritrea),
wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,
verblijvende te [verblijfplaats] , [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.M.J.H. Coumans te Amsterdam-Duivendrecht,
zorgaanbieder: Arkin, locatie [locatie] .

1.Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 16 april 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 15 april 2026 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 april 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door een tolk in de taal Tigrinja;
- mr. P. Figge, namens mr. J.M.J.H. Coumans, de raadsman van betrokkene;
- mw. [persoon 1] , psychiater;
- [persoon 2] , verpleegkundige.
Betrokkene verblijft in een separeercel en wordt gehoord in de ruimte voor de separeercel.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een psychose. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:
  • toedienen van vocht en voeding;
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.
2.3.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief
.Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.4.
De raadsvrouw heeft namens betrokkene verzocht het verzoek af te wijzen omdat betrokkene heeft aangegeven weg te willen en zich te willen wassen in heilig water in zijn land van herkomst.
2.5.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] (Eritrea), voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 11 mei 2026;
Deze beschikking is op 20 april 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. C.P. Bleeker, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 23 april 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.