Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4304

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
C/13/785614 / FA RK 26/2585
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:1 WvggzArt. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens manische ontregeling

De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 april 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een psychische stoornis met een manische ontregeling. Betrokkene was niet bereid zich te laten horen tijdens de zitting, ondanks pogingen van de rechter om haar te spreken.

Uit de overgelegde medische stukken en getuigenverklaringen bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar stoornis, waaronder psychische schade, maatschappelijke teloorgang en veiligheidsrisico's. Vrijwillige zorg was niet mogelijk, waardoor verplichte zorg noodzakelijk werd geacht.

De rechtbank achtte verschillende zorgmaatregelen proportioneel en effectief, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting en toezicht, onderzoek van kleding en woonruimte, en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden.

De raadsman van betrokkene gaf aan dat zij zich tegen de machtiging verzet, maar de rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke criteria voor verplichte zorg is voldaan. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met diverse verplichte zorgmaatregelen wegens ernstig nadeel door een psychische stoornis.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/785614 / FA RK 26/2585
kenmerk: ZM/IND/198936
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 20 april 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] (België),
wonende en verblijvende te [plaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. R.P.G. van der Weide te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin, locatie [locatie] .

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 30 maart 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 april 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de raadsman (telefonisch);
- dhr. [persoon 1] , arts;
- dhr. [persoon 2] , huisarts in opleiding;
- [persoon 3] , verpleegkundige van de afdeling (telefonisch).
Uit artikel 6:1, eerste lid, Wvggz volgt dat de rechter de betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene daartoe niet in staat of bereid is. De rechtbank constateert dat betrokkene niet aanwezig is bij de zitting. De arts heeft aangegeven dat ze weigert. Ook de advocaat heeft betrokkene gesproken en ze ligt op bed met depressieve klachten en wil niet komen.
De rechter is vervolgens naar de kamer van betrokkene gelopen om betrokkene te kunnen spreken. Betrokkene was duidelijk en wilde dat iedereen de kamer uit ging, ze lag met haar rug naar de rechter toe.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat betrokkene in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord, maar dat zij niet bereid is zich te doen horen. De rechtbank heeft daarop besloten om de mondeling behandeling in afwezigheid van betrokkene voort te zetten.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een stoornis in het gebruik van middelen en in de huidige episode is sprake van een manische ontregeling van stemming.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang, bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten (
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene (
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie.
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De raadsman heeft aangegeven dat betrokkene zich verzet tegen de nieuwe zorgmachtiging. Het is jammer dat betrokkene weer is opgenomen, omdat er een periode voorafgaand aan het verzoek geen verplicht zorgkader was. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] (België), inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 20 oktober 2026.
Deze beschikking is op 20 april 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. C.P. Bleeker, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 23 april 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.