ECLI:NL:RBAMS:2026:4305
Rechtbank Amsterdam
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verschoningsverzoek wegens mogelijke rechterlijke partijdigheid
In deze zaak is een verzoek tot verschoning van een rechter ingediend bij de rechtbank Amsterdam. Het verzoek is gebaseerd op het feit dat de betreffende rechter eerder als politierechter mondeling uitspraak heeft gedaan in zaken die samenhangen met het onderhavige feitencomplex. Hierdoor zou de rechter reeds een oordeel hebben gegeven over de betrokkenheid van de verdachte bij dezelfde strafbare feiten.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 518 van Pro het Wetboek van Strafvordering, waarbij is vastgesteld dat de behandeling van een verschoningsverzoek niet per se ter terechtzitting hoeft plaats te vinden. De kamer heeft geoordeeld dat de omstandigheden zodanig zijn dat de rechterlijke onpartijdigheid mogelijk schade kan lijden.
Op grond hiervan is het verzoek tot verschoning toegewezen. De beslissing is zonder mondelinge behandeling genomen en een afschrift van de beslissing wordt toegezonden aan de rechtbank, de raadslieden van de verdachte, de rechter en de officier van justitie. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter is toegewezen wegens mogelijke aantasting van de rechterlijke onpartijdigheid.