Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4307

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
C/13/787133 / HA RK 26-159
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 518 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens kenniskring raadsman

In deze zaak bij de rechtbank Amsterdam is een verzoek tot verschoning van een strafrechter ingediend. Het verzoek is gebaseerd op het feit dat de raadsman van de verdachte een kantoorgenoot is van de partner van de rechter, waardoor een persoonlijke kenniskring ontstaat.

De rechtbank heeft beoordeeld of deze omstandigheden de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden, zoals bedoeld in artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De behandeling van het verzoek vond plaats zonder mondelinge behandeling, conform de wettelijke bepalingen.

De Wrakingskamer concludeerde dat de relatie tussen de raadsman en de partner van de rechter zodanig is dat de onpartijdigheid van de rechter in het geding kan zijn. Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens mogelijke schending van onpartijdigheid.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/787133 HA RK 26-159 ingeschreven verzoek van:
mr. B. van Galen, strafrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
Bij de afdeling Publiekrecht, team strafrecht van de rechtbank te Amsterdam is onder parketnummer 96-285468-24 een zaak aanhangig tegen [verdachte] als verdachte, bijgestaan door mr. D. Duijvelshoff als raadsman.

2.Het verzoek

2.1.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat een procesdeelnemer onderdeel uitmaakt van de persoonlijke kenniskring van de rechter, nu de raadsman van de verdachte een kantoorgenoot is van de partner van de rechter.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel in artikel 518 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv Pro genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, te weten dat de raadsman van verdachte een kantoorgenoot is van de partner van de rechter, is de Wrakingskamer van oordeel dat sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
4. Op grond van het vorenstaande wordt beslist als volgt.
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot verschoning toe;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:
de raadsman van verdachte, mr. D. Duijvelshoff;
de rechter;
de officier van justitie, mr. S.H. van Zuuk.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en K.A. Brunner, leden, op 30 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.