ECLI:NL:RBAMS:2026:4312
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening urgentieverklaring wegens onvoldoende spoedeisend belang
Verzoekster heeft een urgentieverklaring aangevraagd vanwege vocht en schimmel in haar woning en gezondheidsklachten van haar driejarige zoon. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit verzoek op 26 maart 2026 af. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er onvoldoende spoedeisend belang is aangetoond. Er is een hoorzitting gepland op 22 april 2026 waarna binnen zes weken een beslissing op bezwaar volgt. Het medische rapport vermeldt luchtwegklachten en een vergrote infectiedruk, maar er is onvoldoende onderbouwing dat dit verband houdt met de huisvestingssituatie.
Daarnaast is er geen sprake van een evident onrechtmatig besluit. De aard van de zaak en summiere bezwaarschriften maken toewijzing van een voorlopige voorziening niet aannemelijk. Het verkrijgen van een urgentieverklaring leidt bovendien niet direct tot een andere woning. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een urgentieverklaring wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.