Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4370

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
C/13/787087 / KG ZA 26-345 MK/EV
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot verbod huisvesting nareizigers en statushouders

SDB Vastgoed B.V. vordert in kort geding dat [gedaagde 1] c.s. wordt verboden om nareizigers en statushouders te huisvesten in een pand aan een adres te Amsterdam. Tevens vordert SDB dat, indien al nareizigers of statushouders in het pand zijn gehuisvest, dit gebruik wordt gestaakt onder dwangsom. De vordering is ingesteld tegen meerdere gedaagden die betrokken zijn bij de exploitatie van het pand.

De mondelinge behandeling vond plaats op 1 mei 2026, waarbij partijen hun standpunten toelichtten aan de hand van producties en pleitnota's. Vanwege de spoedeisendheid is het vonnis in kopstaartvorm gegeven, met een nadere uitwerking gepland op 15 mei 2026.

De voorzieningenrechter stelt SDB in het ongelijk en wijst de gevraagde voorzieningen af. SDB wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die zijn begroot op € 2.101,00, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten van betekening indien niet tijdig betaald. Het vonnis is op 4 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vordering tot verbod op huisvesting van nareizigers en statushouders wordt afgewezen en SDB wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/787087 / KG ZA 26-345 MK/EV
Vonnis in kort geding van 4 mei 2026
in de zaak van
SDB VASTGOED B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij bij dagvaarding van 30 april 2026,
hierna te noemen: SDB,
advocaat: mr. M.J. Sarfaty,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

te [plaats] ,
2.
[gedaagde 2],
te [plaats] ,
3.
[gedaagde 3],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde 1] c.s.,
advocaat: mr. P.M. Jongeling.

1.De procedure

Op de mondelinge behandeling van 1 mei 2026 is namens SDB verschenen [naam 1] (aandeelhouder) met mr. Sarfaty. Namens [gedaagde 1] c.s. zijn verschenen [gedaagde 2] (wiens besloten vennootschap vennoot is van de vof) en [gedaagde 3] (eigenaar) met mr. Jongeling. SDB heeft de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht aan de hand van vooraf ingediende producties en een pleitnota. [gedaagde 1] c.s. hebben verweer gevoerd, eveneens aan de hand van een pleitnota. In verband met de spoedeisendheid van het gevorderde is vonnis bepaald op vandaag in de vorm van dit ‘kopstaartvonnis’. De uitwerking daarvan volgt op 15 mei 2026.

2.De feiten

2.1.
De feiten volgen in het uitgewerkte vonnis.

3.Het geschil

3.1.
Samengevat vordert SDB:
I. [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk te verbieden om in het pand aan het [adres] nareizigers c.q. statushouders te (laten) huisvesten door het COA en/of een andere (overheids)instelling en indien en voor zover er reeds nareizigers c.q. statushouders in het pand zijn gehuisvest, dit gebruik te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom;
II. [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen in de (na)kosten van deze procedure met de wettelijke rente daarover.

4.De beoordeling

4.1.
De beoordeling volgt in het uitgewerkte vonnis.
4.2.
SDB is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde 1] c.s. worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
weigert de gevraagde voorzieningen,
5.2.
veroordeelt SDB in de proceskosten van € 2.101,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als zij niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.P.M. Vos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2026. [1]

Voetnoten

1.Type: EV