In deze zaak vordert een natuurlijk persoon, aandeelhouder en bestuurder van een vennootschap, toelating tot tussenkomst in een lopend aandeelhoudersgeschil tussen managementvennootschappen en een holdingmaatschappij. De hoofdzaak betreft betaling van koopprijs en terugbetaling van leningen na verkoop van aandelen in een energieleverancier, waarbij geschil bestaat over informatiegaranties en vermeende wanprestatie.
De tussenkomende partij stelt persoonlijk schade te hebben geleden door onjuiste en onvolledige informatie voorafgaand aan de aandelentransactie, waardoor hij zijn aandelenbelang tegen een lagere waarde moest verkopen en geconfronteerd werd met garantieclaims. De managementvennootschappen verzetten zich tegen toelating, stellende dat er geen zelfstandig belang is en dat de tussenkomende partij zijn standpunten via de vennootschap kan inbrengen.
De rechtbank oordeelt dat de tussenkomende partij een eigen vorderingsrecht heeft dat niet samenvalt met dat van de vennootschap, en dat zijn belang voldoende is om tussen te komen. Tussenkomst bevordert efficiënte procesvoering en voorkomt tegenstrijdige uitspraken. De beslissing over de kosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak is beslist. De tussenkomende partij krijgt een termijn van vier weken om zijn conclusie van eis in te dienen.