Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4430

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
777142
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:18 BWArt. 69 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek machtiging omzetting Concertgebouw NV naar stichting wegens aanhangig vernietigingsverzoek

Het Koninklijk Concertgebouw N.V. verzocht de rechtbank om machtiging tot omzetting van haar rechtsvorm van naamloze vennootschap naar stichting, noodzakelijk voor het verkrijgen van de ANBI-status en het behoud van fiscale voordelen via Stichting Het Concertgebouw Fonds. Verweerders, aandeelhouders, verzetten zich tegen dit verzoek en dienden een tegenverzoek in tot vernietiging van het besluit van de buitengewone algemene vergadering van 3 oktober 2025.

De rechtbank oordeelde dat het tegenverzoek tot vernietiging onjuist via verzoekschrift was ingediend en verwees dit ambtshalve naar de dagvaardingsprocedure conform artikel 69 Rv Pro. Omdat een rechtsvordering tot vernietiging van het besluit aanhangig is, moest de machtiging tot omzetting op grond van artikel 2:18 lid 5 BW Pro worden geweigerd. Een verzoek tot aanhouding van de machtiging werd afgewezen.

Het voorwaardelijk incidentele verzoek tot inzage van stukken werd niet behandeld omdat de daaraan verbonden voorwaarden niet waren vervuld. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De zaak wordt voortgezet in de dagvaardingsprocedure met een rolzitting gepland op 20 mei 2026.

Uitkomst: Verzoek tot machtiging omzetting van Het Concertgebouw naar stichting wordt afgewezen vanwege aanhangig vernietigingsverzoek; procedure wordt voortgezet via dagvaardingsprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer / rekestnummer: C/13/777142 / HA RK 25-362
Beschikking van 7 mei 2026
in de zaak van
HET KONINKLIJK CONCERTGEBOUW N.V.,
gevestigd Amsterdam,
hierna noemen: Het Concertgebouw,
advocaat: mr. J.L. van der Schrieck,
tegen

1.[verweerder 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,
2.
[verweerder 2],
wonende te [woonplaats 2] ,
3.
[verweerder 3],
wonende te [woonplaats 3] ,
4.
[verweerder 4],
wonende te [woonplaats 4] ,
5.
[verweerder 5],
wonende te [woonplaats 5] ,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: Verweerders
advocaat: mr. A.H. Beekhuizen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 15 oktober 2025 en de aanvulling van 20 maart 2026 daarop,
- de tussenbeschikking van 15 januari 2026 waarin mondelinge behandeling is bepaald,
- het verweerschrift met producties tevens houdende het tegenverzoek tot vernietiging van het besluit van de buitengewone algemene vergadering van 3 oktober 2025 en houdende een voorwaardelijk incidenteel verzoek tot het overleggen van stukken,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 31 maart 2026 met de daarin opgenomen stukken.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Het Concertgebouw is op 8 juli 1882 opgericht als naamloze vennootschap, met als doel het bouwen en exploiteren van een concertgebouw in Amsterdam.
2.2.
Verweerders zijn enkele aandeelhouders van Het Concertgebouw.
2.3.
Naast private financiering, kaartverkoop en sponsoring ontvangt Het Concertgebouw ook particuliere fondsen via Stichting Het Concertgebouw Fonds (hierna: Stichting HCF). Stichting HCF heeft de status van een algemeen nut beogende instelling (hierna: ANBI-status). Donateurs steunen Het Concertgebouw door schenkingen en erfstellingen aan Stichting HCF, die op haar beurt deze middelen vervolgens gebruikt om Het Concertgebouw financieel te ondersteunen.
2.4.
Op 18 september 2025 riep Het Concertgebouw een buitengewone algemene vergadering bijeen, gepland op 3 oktober 2025. Tijdens deze vergadering is besloten over een statutenwijziging en het voorstel tot omzetting van de rechtsvorm van Het Concertgebouw van een naamloze vennootschap in een stichting.
2.5.
Tijdens de vergadering op 3 oktober 2025 stemde 96,8% van de aanwezige aandeelhouders voor de voorstellen (1.410 stemmen voor, 42 tegen, 4 onthoudingen). Op deze vergadering was 82,6% van het geplaatste kapitaal aanwezig of vertegenwoordigd.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een machtiging tot omzetting van Het Concertgebouw van een naamloze vennootschap naar een stichting, zoals bedoeld in artikel 2:18 Burgerlijk Pro Wetboek (BW).
3.2.
Het Concertgebouw legt aan dit verzoek ten grondslag dat de omzetting noodzakelijk is om de ANBI-status te verkrijgen en daarmee de fiscale voordelen voor de fondsenwerving via Stichting HCF te waarborgen. Zonder deze omzetting dreigt het verlies van de ANBI-status van Stichting HCF, die haar ANBI-status alleen mag behouden indien de instelling die zij financieel ondersteunt, namelijk Het Concertgebouw zelf, ook over die ANBI-status beschikt. Omdat Het Concertgebouw als naamloze vennootschap deze status niet kan verkrijgen, is omzetting van haar rechtsvorm naar een stichting noodzakelijk. Gezien haar grote afhankelijkheid van de steun van Stichting HCF, is het essentieel voor de toekomstbestendigheid van Het Concertgebouw dat het de ANBI-status verkrijgt.
3.3.
Verweerders verzetten zich tegen toewijzing van het verzoek en stellen primair dat Het Concertgebouw niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek. Subsidiair verzoeken zij het verzoek af te wijzen, dan wel bij (gedeeltelijke) toewijzing de uitvoerbaarheid bij voorraad te weigeren. Daarnaast dienen Verweerders een zelfstandig tegenverzoek in tot vernietiging van het besluit van de buitengewone algemene vergadering van 3 oktober 2025 tot statutenwijziging en omzetting van de rechtsvorm van Het Concertgebouw van een naamloze vennootschap in een stichting (hierna: het BAVA-besluit). Tenslotte stellen zij een voorwaardelijk incidenteel verzoek in tot het overleggen van stukken.
3.4.
Op de stellingen van partijen zal, voor zover van belang, hierna worden ingegaan.

4.De beoordeling

Verzoek tot machtiging omzetting en spoorwissel
4.1.
De rechtbank zal het verzoek tot machtiging omzetting afwijzen, omdat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten. Dit wordt hierna toegelicht.
4.2.
Op grond van artikel 2:18 lid 5 BW Pro wordt de gevraagde machtiging in ieder geval geweigerd indien een voor de omzetting vereist besluit nietig is, dan wel indien een rechtsvordering tot vernietiging van dat besluit aanhangig is.
4.3.
Verweerders hebben in deze procedure een zelfstandig tegenverzoek ingediend strekkende tot vernietiging van het BAVA-besluit. Vernietiging van een aandeelhoudersbesluit kan echter niet bij verzoekschrift worden verzocht, maar dient bij dagvaarding te worden gevorderd. Partijen zijn het daar ook over eens. Verweerders hebben de procedure tot vernietiging van het BAVA-besluit aldus verkeerd ingeleid. De rechtbank dient met toepassing van artikel 69 Rv Pro ambtshalvede procedure op het goede spoor te zetten wanneer de verkeerde procesinleiding is gekozen. De rechtbank zal daarom bepalen dat het tegenverzoek wordt verwezen naar de dagvaardingsprocedure. Verder volgt uit artikel 69 Rv Pro dat de procedure tot vernietiging van het BAVA-besluit aanhangig is vanaf de oorspronkelijke dag van indiening van – in dit geval – het tegenverzoek. Aldus is een rechtsvordering tot vernietiging van het besluit aanhangig in de zin van artikel 2:18 lid 5 BW Pro. De rechtbank moet de verzochte machtiging daarom weigeren.
Geen aanhouding verzoek tot machtiging omzetting
4.4.
Het Concertgebouw heeft gevraagd de omzetting op korte termijn te kunnen effectueren. Zij heeft de rechtbank in overweging gegeven om, na verwijzing van het tegenverzoek, de behandeling van zowel de verzoekschriftprocedure als de dagvaardingsprocedure zoveel mogelijk gelijktijdig te laten plaatsvinden.
4.5.
De rechtbank ziet hiervoor echter geen aanleiding. Artikel 2:18 lid 5 BW Pro schrijft dwingend voor dat de machtiging wordt geweigerd zolang een rechtsvordering tot vernietiging van het vereiste besluit aanhangig is. Dat brengt mee dat eerst op die vordering dient te worden beslist, alvorens een machtiging tot omzetting kan worden verleend.
De rechtbank ziet evenmin aanleiding om het verzoek tot machtiging aan te houden in afwachting van een onherroepelijke beslissing in die dagvaardingsprocedure. Indien het vernietigingsverzoek wordt afgewezen, staat het Het Concertgebouw vrij om opnieuw een verzoek tot machtiging omzetting in te dienen.
4.6.
Verweerders hebben een voorwaardelijk incidenteel verzoek tot het overleggen van stukken ingediend. Verweerders verzoeken inzage in verschillende documenten indien en voor zover de rechtbank van oordeel mocht zijn dat Verweerders (nader) bewijs moeten leveren van hun stelling dat er voor het Concertgebouw geen noodzaak bestaat om de rechtsvorm om te zetten van naamloze vennootschap in een stichting of hun verweer nader moeten onderbouwen. De rechtbank komt aan behandeling van dit voorwaardelijk incidentele verzoek niet toe, aangezien de voorwaarde waaronder deze is ingesteld niet is vervuld.
Proceskosten
4.7.
Verweerders hebben verzocht om Het Concertgebouw te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank ziet daartoe, voor zover het het verzoek van Het Concertgebouw betreft, geen aanleiding. Het is niet aan Het Concertgebouw te wijten dat Verweerders niet eerder een dagvaarding tot vernietiging van het BAVA-besluit hebben uitgebracht, waardoor het verzoek tot machtiging op dit moment moet worden afgewezen.
4.8.
De proceskosten, voor zover betrekking hebbende op het verzoek van Het Concertgebouw, zullen daarom worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De rechtbank
Ten aanzien van het verzoek tot machtiging omzetting van Het Concertgebouw
5.1.
wijst het verzochte af,
5.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt
Ten aanzien van de tegenverzoeken van Verweerders
5.3.
bepaalt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt, zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure,
5.4.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
woensdag 20 mei 2026 om 10.00 uur,teneinde Verweerders de gelegenheid te bieden hun stellingen zo nodig aan de op de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels aan te passen,
5.5.
bepaalt dat het door Verweerders te nemen processtuk uiterlijk de dag voor genoemde rolzitting om 12.00 uur (in tweevoud) ter griffie ontvangen moet zijn,
5.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. V.G.T. van Emstede, rechter, bijgestaan door mr. S.D. Gerick, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2026.