Eiseres, een studente die vanuit Iran naar Nederland is gekomen, verzocht de Minister van Onderwijs om haar prestatiebeurs om te zetten in een gift of om de diplomatermijn met terugwerkende kracht te verlengen. De minister wees deze verzoeken af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelt dat het gehanteerde toetsingskader niet duidelijk is en het besluit onvoldoende gemotiveerd is. Tevens is onvoldoende ingegaan op de persoonlijke en medische omstandigheden van eiseres.
De rechtbank erkent de bijzondere omstandigheden waaronder eiseres heeft gestudeerd, waaronder taalbarrières en het ontbreken van een sociaal netwerk, en benadrukt dat zij uiteindelijk haar opleiding succesvol heeft afgerond. De rechtbank stelt dat verweerder de verzoeken zorgvuldig en deugdelijk moet beoordelen en motiveren, en dat het bestreden besluit daaraan niet voldoet.
De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin expliciet wordt ingegaan op de persoonlijke en medische omstandigheden van eiseres en de motieven voor afwijzing van de verzoeken. Tevens moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden. Er is geen aanleiding voor een bestuurlijke lus of het zelf voorzien in de zaak.