In februari 2020 gaf eiseres opdracht aan gedaagde voor de renovatie van haar badkamer, inclusief het plaatsen van tegels, meubels en een inloopdouche. Na oplevering ontstonden vanaf april 2021 vochtplekken in het plafond van de keuken onder de badkamer, veroorzaakt door lekkage. Gedaagde voerde herstelwerkzaamheden uit, maar de lekkage bleef terugkeren.
Deskundigenonderzoek door Van Beek en Polygon concludeerde dat de lekkage voortkwam uit ondeugdelijk aangebrachte kitvoegen, een te laag geplaatste douchegoot en onvoldoende contact van vloertegels met het lijmbed. Gedaagde erkende deels de gebreken, maar stelde dat onderhoud en schoonmaakmiddelen mede oorzaak waren en dat er met instemming van eiseres was gewerkt.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst, dat hij in verzuim was gesteld en dat eiseres recht had op vervangende schadevergoeding. De herstelkosten van badkamer en plafond werden begroot op €6.577,96, buitengerechtelijke kosten op €703,90 en proceskosten op €1.390,19, alles te vermeerderen met wettelijke rente.
Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen binnen de gestelde termijnen, met uitvoerbaarheid bij voorraad. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.