Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.Samenvatting
2.De procedure
3.De feiten
[naam 2]), [naam 3] ( [functie 2] HSR, hierna:
[naam 3]) en [naam 4] ( [functie 3] HSR) een gesprek plaatsgevonden over de geschilpunten. HSR heeft per e-mail van 3 mei 2024 verslag gedaan van dit gesprek. Kort samengevat, staat hierin dat:
- MH Dienstverlening heeft toegezegd dat zij aan HSR € 80.000,- zal betalen ter vergoeding van, onder andere, brandstof;
- MH Dienstverlening heeft toegezegd dat zij aan HSR € 35.000,- zal betalen voor de aanpassing van een zeefmachine van HSR die door MH Dienstverlening gebruikt is voor een proef bij een ander bedrijf (Braam Recycling B.V., hierna:
- MH Dienstverlening heeft aangegeven dat zij bereid is mee te denken over het verlies van € 600.000,- dat HSR dat jaar gemaakt had bij Tata Steel.
PBM’s) heeft besteld (totaal: € 20.500). HSR stelt voor de hiervoor genoemde kosten (€ 80.000 + € 35.000 + € 20.500 = € 135.500) te verrekenen met de kosten die MH Dienstverlening heeft gemaakt voor de aanschaf van een loods en heftruck van € 11.000,-. Ook stelt zij voor dat MH Dienstverlening aan HSR € 200.000,- crediteert ter tegemoetkoming voor het door HSR geleden verlies in 2024. HSR geeft aan dat als MH Dienstverlening hiermee akkoord gaat, dit een opening biedt naar een verdere samenwerking.
[naam 5]), namens MH Dienstverlening op deze e-mail gereageerd. Voor zover hier relevant, geeft [naam 5] hierin het volgende aan:
- Over de eerste post van € 80.000,- inzake een te hoog berekend tontarief en de compensatie in de kosten van Q1 2023 kan worden gesteld dat deze zijn verrekend.
- MH Dienstverlening zal de kosten voor de reparatie van de zeefmachine vergoeden, na ontvangst en controle van de werkorder, bijbehorende materialen en de verkoopfactuur.
- MH Dienstverlening zal de post van € 15.000,- voor gereedschap aan HSR vergoeden, na overleg en controle van de inkoopfacturen.
- Tussen MH Dienstverlening en HSR bestaat de afspraak dat zij de kosten voor PBM's voor 50% draagt. Na overleg en controle van de inkoopfacturen, zal MH Dienstverlening 50% van de post van € 5.500,- (dus: € 2.750,-) vergoeden.
- De aangekochte loods, kantine en kantoren op het aannemerscentrum en de heftruck (post van € 11.000,-) blijven voorlopig in eigendom van MH Dienstverlening.
- MH Dienstverlening gaat niet akkoord met het voorstel aan HSR € 200.000,- te crediteren voor geleden verlies.
(€ 61.490,- excl. btw)
(€ 19.586,97 excl. btw)
€ 178.122,- van HSR. Daarbij verzoekt zij MH Dienstverlening een bedrag van € 48.000,- te crediteren vanwege inefficiënt werken voor Tata Steel.
project Slakzand).
(ii) zich te onthouden van verdere lasterlijke uitlatingen over MH Dienstverlening aan Tata Steel en (iii) aan Tata Steel een rectificatie te sturen van de gedane beschuldigingen. Daarnaast stelt zij HSR aansprakelijk voor de schade die zij hierdoor lijdt, alsmede voor de schade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van de opzegging van de overeenkomst en het door HSR afhandig maken van voor MH Dienstverlening werkzame zzp’ers.
4.Het geschil
- i) HSR veroordeelt om aan MH Dienstverlening te betalen een bedrag van
- ii) HSR veroordeelt om aan MH Dienstverlening te betalen een bedrag van € 544.500,- aan schadevergoeding wegens het niet in acht nemen van een redelijke opzegtermijn, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met wettelijke rente;
- iii) voor recht verklaart dat HSR zich met haar e-mails van 6 mei 2024, 7 mei 2024 en 25 juni 2024 onrechtmatig jegens MH Dienstverlening heeft uitgelaten;
- iv) HSR verbiedt onrechtmatige uitlatingen over MH Dienstverlening te doen, op welke wijze dan ook, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per onrechtmatige uitlating;
- vi) HSR gebiedt om de rectificatie genoemd onder 4.1. onder (v) onmiddellijk, althans binnen twee werkdagen na betekening van het vonnis, uit te doen spreken zonder commentaar dat de inhoud van de rectificatie ontkracht, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat HSR hier niet aan voldoet;
- vii) HSR veroordeelt om aan MH Dienstverlening te betalen een bedrag van € 300.494,75 aan (im)materiële schadevergoeding, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met wettelijke rente;
- viii) HSR veroordeelt om aan MH Dienstverlening te betalen een bedrag van € 6.775,- aan buitengerechtelijke incassokosten;
- ix) HSR veroordeelt in de proceskosten van MH Dienstverlening, inclusief nakosten.
€ 135.758,94 + € 544.500,- + € 300.494,75 + € 6.775,- = € 987.528,69, vermeerderd met de gevorderde wettelijke (handels)rente en kosten.
5.De beoordeling
€ 178.327,10 open aan onbetaalde facturen. MH Dienstverlening verwijst hiervoor naar het overzicht dat zij bij dagvaarding heeft overlegd. MH Dienstverlening heeft hierop een (onbetwiste) vordering van HSR van € 42.568,16 in mindering gebracht en vordert in deze procedure betaling van het restant van € 178.327,10 - € 42.568,16 = € 135.758,94, althans een in goede justitie te bepalen bedrag. De vordering van MH Dienstverlening uit hoofde van onbetaalde facturen is weergegeven in figuur 1.
figuur 1hiervoor) niet betwist. Gelet op artikel 149 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), moet de schuld uit hoofde van deze facturen daarom als vaststaand worden beschouwd. MH Dienstverlening heeft recht op betaling van deze facturen, vermeerderd met wettelijke handelsrente.
figuur 2(zie 5.50 hiervoor). Beide verrekeningsverweren worden door MH Dienstverlening betwist.
figuur 2. De rechtbank zal daarom per vordering nagaan of deze voor verrekening in aanmerking komt.
(€ 74.402,90), de monteurskosten (€ 19.404,-) en de doorbelasting energiekosten
(€ 11.990,19) niet op eenvoudige wijze kunnen worden vastgesteld en daarom niet voor verrekening in aanmerking komen. Zij licht dit toe.
€ 15.000, (iii) transportkosten - € 900,- en (iv) overheadkosten van 10% - € 5.590
(totaal: € 61.490,- incl. / € 74.402,90 excl. btw). Deze vordering wordt door MH Dienstverlening betwist. MH Dienstverlening stelt dat deze herstelkosten al door HSR aan MH Dienstverlening zijn gefactureerd en dat HSR deze kosten nu dubbel in rekening brengt. Daarnaast betwist zij dat de door HSR in rekening gebrachte kosten allemaal voor vergoeding in aanmerking komen. Zij wijst erop dat de offerte van Wirtgen Group, die HSR ter onderbouwing van de reparatiekosten heeft meegestuurd, ook kosten bevat voor werkzaamheden die in februari en maart 2024 hebben plaatsgevonden, terwijl de zeef pas op 4 april 2024 door MH Dienstverlening werd gebruikt. Daarnaast betwist MH Dienstverlening dat afgesproken is dat MH Dienstverlening ook de posten genoemd onder (ii) tot en met (iv) aan HSR zou vergoeden en wijst zij erop dat HSR zowel bij MH Dienstverlening, als bij Braam, al transportkosten voor de zeef in rekening heeft gebracht. HSR heeft dit niet gemotiveerd betwist. Dit betekent dat de vordering van HSR uit hoofde van de zeefmolen niet eenvoudig kan worden vastgesteld.
6.De beslissing
13 mei 2026.