Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 april 2026 in de zaken tussen
[eiser 1] en [eiser 2] uit [plaats 1] , eisers,
het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn, verweerder,
de burgemeester van Uithoorn, verweerder,
Als derde-partijen nemen aan de gedingen deel:
[naam 1] uit [plaats 3] ,
de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid).
Samenvatting
Procesverloop
per jaar.
mr. F.K. van Wijk, (destijds) de gemachtigde van verweerders, vergezeld door
[naam 3] (juridisch medewerker) en [naam 4] ([functie] van de Omgevingsdienst) en [naam 5] , [naam 6] en
[naam 7] ([functie] bij Het GeluidBuro) namens [naam 1] .
Beoordeling door de rechtbank
23 januari 2022, een rapport van Event Acoustics van 30 januari 2023 en een advies van de Omgevingsdienst van 9 mei 2024.
De deskundige van Het GeluidBuro heeft erkend dat hij in zijn berekening een fout heeft gemaakt vanwege een onjuiste projectering van de nokhoogte in zijn akoestisch onderzoek. [15] Op de zitting heeft hij gezegd dat correctie van die fout ertoe leidt dat het maximaal toelaatbare geluidniveau met 1 dB(A) moet worden verminderd. Bent u het eens met deze conclusie?
Volgens de deskundige van Sain milieuadvies is de deskundige van Het GeluidBuro ten onrechte alleen uitgegaan van het ‘popmuziekspectrum’. Op basis daarvan is het maximaal toelaatbare geluidniveau vastgesteld op 87 dB(A) [16] . Volgens de deskundige van de Omgevingsdienst betekent dit dat maximaal 93 dB(C) [17] toelaatbaar is. Omdat is uitgegaan van het popmuziekspectrum, moet namelijk met een factor van +6 worden gerekend om het maximaal toelaatbare aantal dB(C) te bepalen. Bij muziek in het ‘dancespectrum’ is bij hetzelfde dB(C) niveau, het aantal dB(A) lager. Als muziek in het ‘dancespectrum’ wordt gespeeld, dan blijft volgens de deskundige van de Omgevingsdienst het maximaal toelaatbare aantal dB(C) 93, wat betekent dat het maximaal toelaatbare aantal dB(A) lager ligt dan 87. De rechtbank verzoekt u te beoordelen of dit juist is en of het voorgaande volgt uit het besluit tot oplegging van de maatwerkvoorschriften. Meer concreet: volgt uit het besluit dat maximaal 93 dB(C) mag worden geproduceerd, ongeacht het muziekspectrum?
Is de strafcorrectie voor herkenbaar muziekgeluid juist toegepast? [18] Zo nee, wat heeft dat voor gevolgen voor het maximaal toelaatbare geluidniveau in [naam 1] ?
STAB concludeert op basis van berekeningen met het gecorrigeerde geluidmodel dat de modelfout met een onjuiste nokhoogte op een enkel beoordelingspunt leidt tot een 1 dB hogere geluidbelasting in de avondperiode. Voor de overige beoordelingspunten en voor de nachtperiode heeft de modelfout geen effect. In de nachtperiode leidt de correctie daarom niet tot een aanpassing van het maximaal toelaatbare geluidniveau in de grote zaal.
In antwoord op vraag 2 van de rechtbank stelt STAB dat uit het bestreden besluit niet volgt dat maximaal 93 dB(C) mag worden geproduceerd, ongeacht het muziekspectrum. In de maatwerkvoorschriften is geen dB(C) waarde vastgelegd. Het verschil tussen dB(A) en dB(C) is voor het popmuziekspectrum weliswaar 6 dB, maar in het maatwerkvoorschrift is dit verschil niet vastgelegd en is niet bepaald dat geen muziek met een ander geluidspectrum dan popmuziek ten gehore mag worden gebracht. Bovendien doet het verschil van 6 dB zich voor in de grote zaal en is het verschil ter plaatse van de gevels van de woningen [adres 2] en [adres 3] niet bepaald.
De strafcorrectie voor herkenbaar muziekgeluid is niet juist toegepast. De straffactor moet namelijk na het berekenen van het geluidniveau opgeteld worden bij het gevonden totale geluidniveau op de gevel. Het GeluidBuro heeft de straffactor vóór berekening opgeteld bij de bronnen voor muziekgeluid van de grote en kleine zaal. Dit kan gevolgen hebben voor het maximaal toelaatbare geluidniveau in de [naam 1] . Bij een duidelijk hoorbaar muziekkarakter ter plaatse van de gevel van de woningen, zou het maximaal toelaatbare geluidniveau in de grote zaal van de [naam 1] verder moeten worden beperkt.
Conclusie en gevolgen
niet-ontvankelijk. Voor het overige zijn de beroepen gegrond. De rechtbank vernietigt daarom alle bestreden besluiten. [21]
2 april 2024 en 3 juli 2024 respectievelijk € 1.399,06 en € 907,50 inclusief btw toegekend. Dit komt neer op een bedrag van € 2.306,56.
Beslissing
AMS 24/3634 en AMS 24/3883 (op het bestreden besluit II in AMS 23/1401 na);
AMS 24/3895, AMS 24/3896, AMS 24/3897 en AMS 24/3883 € 187,-);
mr. M.W. Speksnijder, leden, in aanwezigheid van mr.M.M. Mazurel, griffier.