Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4492

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
AMS 25/5881
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag gesloten buitenwagen wegens ontbreken medische noodzaak

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een gesloten buitenwagen, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen op 11 april 2025. Het bezwaar van eiser tegen deze afwijzing is eveneens ongegrond verklaard in het besluit van 11 september 2025. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank Amsterdam.

De rechtbank heeft het beroep op 22 april 2026 mondeling behandeld, waarbij eiser niet aanwezig was maar wel vertegenwoordigd door een gemachtigde. Het college heeft verweerd dat uit de medische adviezen van Argonaut, uitgebracht op 5 juni 2024 en 3 januari 2025, blijkt dat er geen medische noodzaak bestaat voor een overdekt vervoersmiddel, ondanks de mobiliteitsbeperkingen van eiser.

De rechtbank oordeelt dat de adviezen van Argonaut zorgvuldig, inzichtelijk en begrijpelijk zijn gemotiveerd en dat eiser geen nieuwe medische stukken heeft overgelegd die het advies zouden kunnen weerleggen. Daarom is het beroep ongegrond verklaard, wat betekent dat eiser geen gelijk krijgt, het griffierecht niet wordt terugbetaald en geen proceskostenvergoeding wordt toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een gesloten buitenwagen is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een medische noodzaak.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/5881
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. S. Akkas),
en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college

(gemachtigde: mr. J.C. Smit).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een gesloten buitenwagen.
1.1.
Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 11 april 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 september 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het college van 11 september 2025 op 22 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college. Eiser was niet aanwezig.
1.4.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank verklaart het beroep van eiser ongegrond
.Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. Verweerder kijkt of het noodzakelijk is dat iemand gebruik maakt van een gesloten buitenwagen. Argonaut heeft daartoe twee adviezen uitgebracht op 5 juni 2024 en op 3 januari 2025. Eiser heeft beperkingen in zijn mobiliteit en daarom is er positief advies voor een scootmobiel. Uit de stukken is niet gebleken van een medische noodzaak voor een overdekt vervoersmiddel. Verweerder mag uitgaan van de rapportages als die zorgvuldig tot stand zijn gekomen, inzichtelijk zijn en begrijpelijk zijn gemotiveerd, tenzij de aanvrager door middel van medische stukken aannemelijk maakt dat het advies niet klopt. Eiser heeft in beroep geen nieuwe stukken ingediend die maken dat moet worden getwijfeld aan de adviezen van Argonaut. Ook de in bezwaar overgelegde stukken, die door verweerder bij de besluitvorming zijn betrokken, hadden niet tot een ander oordeel moeten leiden. Gelet hierop heeft verweerder terecht geen gesloten buitenwagen toegekend.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
5. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026 door mr. L. Dolfing, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Simonis, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.