Uitspraak
1.De procedure
- de e-mail van [gedaagde] , ontvangen op 14 januari 2026 om 10:00 uur,
- de conclusie van repliek van 26 februari 2026 met producties en daarbij gedeponeerde usb-stick met video-opname.
Rechtbank Amsterdam
Op 6 september 2025 maakte gedaagde gebruik van de parkeergarage van Q-Park in Amsterdam en verliet deze door middel van treintje rijden, waarbij hij achter een andere auto onder de slagboom doorreed zonder te betalen. Q-Park vorderde betaling van het verschuldigde parkeergeld, een schadevergoeding en buitengerechtelijke incassokosten.
Gedaagde voerde verweer dat hij leed aan een longontsteking en daardoor niet opzettelijk onrechtmatig handelde. De kantonrechter stelde vast dat er een geldige parkeerovereenkomst was en dat de algemene voorwaarden, waaronder het verbod op treintje rijden en de vastgestelde schadevergoeding, niet oneerlijk waren.
De kantonrechter wees het verweer van gedaagde af en oordeelde dat de vorderingen van Q-Park toewijsbaar zijn. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het parkeergeld, de schadevergoeding, de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten, alsmede de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van parkeergeld, schadevergoeding, incassokosten en proceskosten wegens treintje rijden in parkeergarage.