Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[gedaagde 1] ,
2.
ALL ROUND SHIPPING B.V.,
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 januari 2026, met producties,
- de incidentele conclusie tot afgifte van bescheiden ex artikel 195 Rv Pro, met één productie,
- de conclusie van antwoord in het incident.
2.De feiten voor zover van belang in het incident
€ 25.000. [gedaagde 1] heeft de onderneming vanaf 1 januari 2024 voortgezet. In dit verband heeft hij op 15 februari 2024 de vennootschap All Round Shipping B.V. opgericht.
3.De vordering in de hoofdzaak
- [gedaagde 1] veroordeelt tot betaling van € 25.000,00;
- All Round Shipping B.V. dan wel [gedaagde 1] veroordeelt tot betaling van € 30.645,50;
- All Round Shipping c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 1.328,58 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- All Round Shipping c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de wettelijke handelsrente, de proceskosten en de nakosten.
4.Het geschil in het incident
.All Round Shipping c.s. hebben bovendien al een groot deel van de gevraagde stukken in hun bezit. Zij kunnen de stukken namelijk uit het softwaresysteem halen, waarvan zij van [eiser] het gebruiksrecht hebben gekregen.
5.De beoordeling in het incident
All Round Shipping c.s. heeft. [eiser] heeft verder bij de dagvaarding al facturen van het softwarebedrijf overgelegd. In het licht daarvan had All Round Shipping c.s. moeten toelichten waarom zij niettemin overlegging van (meer of andere) facturen wensen. Dit hebben zij niet gedaan. Daarom zal het verzoek op dit punt worden afgewezen wegens gebrek aan belang.
6.De beslissing
- alle stortingsbewijzen van contante bedragen afkomstig van de onderneming;
- alle facturen verzonden aan klanten van All Round Shipping, voor zover [eiser] daarover beschikt;
- alle gewijzigde of opnieuw verzonden facturen, voor zover [eiser] daarover beschikt.
3 juni 2026voor conclusie van antwoord.