Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4586

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
81/379760-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36b SrArt. 36c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen en bezit van professioneel vuurwerk en verboden wapens

De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van het voorhanden hebben en opslaan van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk in de periode van 3 maart tot en met 15 april 2025, alsmede voor het medeplegen van het vervoeren van professioneel vuurwerk vanuit Duitsland naar Nederland op 29 december 2025. Daarnaast is verdachte veroordeeld voor het bezit van een valmes, ploertendoder, boksbeugel en taser.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte samen met een medeverdachte professioneel vuurwerk heeft opgeslagen op meerdere locaties in Amsterdam, waaronder een garagebox en zijn woning, en dat hij beschikkingsmacht had over het vuurwerk. Ook het vervoer van vuurwerk vanuit Duitsland werd bewezen geacht, waarbij verdachte bewust was van het vuurwerk in de auto. Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat het vuurwerk en de wapens van hem waren.

De rechtbank benadrukt de gevaarzetting van het bezit en gebruik van professioneel vuurwerk, vooral in woonwijken, en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht. De rechtbank spreekt verdachte vrij van het medeplegen van het ter beschikking stellen van vuurwerk op 4 maart 2025 wegens onvoldoende bewijs.

Het inbeslaggenomen vuurwerk en wapens worden onttrokken aan het verkeer, terwijl een inbeslaggenomen telefoon aan verdachte wordt teruggegeven. De rechtbank volgt het reclasseringsadvies en acht toezicht niet noodzakelijk.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, voor medeplegen van bezit en opslag van professioneel vuurwerk en bezit van verboden wapens.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummers: 81/379760-24 (zaak A) en 81/352744-25 (zaak B) (ter terechtzitting gevoegd)
Datum uitspraak: 7 mei 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1992,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres 1] ,
hierna te noemen: verdachte.

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 april 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.R. Paardekooper, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.E.D. de Koning, advocaat in Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.
De zaak is tegelijk op de zitting behandeld met de ter terechtzitting gevoegde zaken tegen medeverdachte [medeverdachte] , parketnummers 81/092823-25 en 81/352613-25.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort samengevat – tenlastegelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
ten aanzien van zaak A:
1. het medeplegen van het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk aan een ander op 4 maart 2025 te Amsterdam;
2. het medeplegen van het opzettelijk opslaan en voorhanden hebben van professioneel vuurwerk in de periode van 3 maart 2025 tot en met 15 april 2025 op de adressen [adres 2] en [adres 3] ;
3. het voorhanden hebben van een valmes, ploertendoder en boksbeugel op 29 maart 2025 te Amsterdam;
4. het voorhanden hebben van een taser op 29 maart 2025 te Amsterdam;
ten aanzien van zaak B:
1. het medeplegen van het opzettelijk voorhanden hebben van professioneel vuurwerk op 29 december 2025 te Amsterdam.
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in
bijlage Ivan dit vonnis. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

3.Waardering van het bewijs

3.1.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich - overeenkomstig zijn schriftelijk requisitoir - op het
standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten in zaak A en zaak B kunnen worden bewezen.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
Zaak A:
Feit 1:
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te
worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Het tapgesprek dat verdachte op 4 maart 2025 met de medeverdachte (hierna: [medeverdachte] ) heeft gevoerd is onvoldoende om tot de vaststelling te komen dat verdachte samen met een ander professioneel vuurwerk aan een ander ter beschikking heeft gesteld. Dit kan evenmin worden afgeleid uit de stills van de camerabeelden, aangezien hieruit niet blijkt dat er contact is geweest tussen verdachte of [medeverdachte] en een ander, laat staan van een overdracht van professioneel vuurwerk.
Feit 2:
Verdachte dient ook te worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk dat is aangetroffen in de garagebox bij de woning op het [adres 2] . Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat [medeverdachte] vuurwerk bewaarde in de garagebox aan het [adres 2] , maar niet welk en hoeveel vuurwerk dit was. Evenmin blijkt dat verdachte beschikkingsmacht had over dit vuurwerk. Hij had geen sleutel van de box en geen zelfstandige toegang tot de box.
Ten aanzien van het professioneel vuurwerk dat is aangetroffen in de garagebox bij de woning op de [adres 1] en op de [adres 3] heeft verdachte verklaard dat dit vuurwerk van hem is. Niet bewezen kan worden dat [medeverdachte] wetenschap of beschikkingsmacht had over dit vuurwerk, zodat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen.
Feit 3 en feit 4:
Ten aanzien van de bewezenverklaring van deze feiten refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank
Zaak B:
De raadsvrouw heeft zich, kort samengevat, op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Verdachte, die als bijrijder zat in de auto waarvan [medeverdachte] de bestuurder was, had geen wetenschap van en geen beschikkingsmacht over het vuurwerk dat op 29 december 2025 in die auto is aangetroffen. Het vuurwerk was niet direct zichtbaar vanaf de passagiersstoel.
3.2.
Het oordeel van de rechtbank
Zaak A
Feit 1: Vrijspraak ter beschikking stellen professioneel vuurwerk
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het medeplegen van het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk en overweegt daartoe als volgt.
Uit het tapgesprek dat verdachte op 4 maart 2025 om 17:18 uur met zijn neef [medeverdachte] heeft gevoerd (tapgesprek pag. A087) blijkt dat verdachte tegen [medeverdachte] zegt dat hij over een paar minuten een afspraak heeft en dat “diezelfde gozer” om zeven uur “weer één” komt halen. Verdachte heeft deze persoon gevraagd om rond “half 7 6 uur” te komen. In het dossier bevinden zich stills van camerabeelden van 4 maart 2025 (pag. A84 en A85) waarop is te zien dat er rond 18:25 uur een grijze personenauto arriveert en tot stilstand komt in de nabijheid van de boxingangen aan het [plaats 1] . Deze auto blijft hier minder dan een minuut staan. Op de stills is vervolgens een persoon te zien die iets vasthoudt, wat lijkt op een witte tas.
De rechtbank overweegt dat op de stills van de camerabeelden niet is te zien of er contact is of een overdracht plaatsvindt tussen verdachte en/of [medeverdachte] en de bestuurder van de auto. De rechtbank is dan ook van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte op 4 maart 2025, al dan niet samen met [medeverdachte] , professioneel vuurwerk aan een ander heeft overdragen.
Feit 2: Bewezenverklaring (medeplegen) voorhanden hebben en opslaan van professioneel vuurwerk
De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde. De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden. [1]
[adres 2] (medeplegen)
Op 28 maart 2025 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de garagebox aan het [adres 2] . [2] De woning en de garagebox behoorden toe aan de ex-vriendin van [medeverdachte] . Bij het openen van de garagebox zagen verbalisanten direct twee bruine kartonnen dozen op elkaar gestapeld staan. Op deze dozen stond onder meer de tekst COBRA 50/3. [3] Uit onderzoek door het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk (hierna: COV) blijkt dat het aangetroffen vuurwerk in de dozen professioneel vuurwerk betreft, te weten: 300 stuks Super Cobra 6. [4] [medeverdachte] heeft tijdens het politieverhoor verklaard dat het vuurwerk dat in de garagebox op het [adres 2] was opgeslagen van hem is. [5]
De vragen die door de rechtbank beantwoord dienen te worden, zijn of verdachte wist dat in de garagebox professioneel vuurwerk aanwezig was en zo ja, of hij hier beschikkingsmacht over had. De rechtbank overweegt daarover het volgende.
Op 26 februari 2025 is een tap aangesloten op het telefoonnummer [telefoonnummer] , destijds in gebruik bij verdachte. [6] Ook is een peilbaken geplaatst onder de Seat Leon (hierna: de Seat) waar verdachte gebruik van maakte. [7] Uit de tapgesprekken en de peilbakengegevens komt het volgende naar voren.
Op 3 maart 2025 om 09:49 uur heeft er tussen verdachte en [medeverdachte] een telefoongesprek plaatsgevonden. In dit gesprek geeft verdachte aan dat hij flessen aan het inwisselen is, omdat hij “de kofferbak nodig heeft voor vanavond”. Vervolgens blijkt uit latere tapgesprekken dat [medeverdachte] op 3 maart 2025 om 19:18 uur op station Bijlmer is.
Uit de peilbakengegevens blijkt dat de Seat op 3 maart 2025 om 19:12 uur arriveert in de omgeving van station Bijlmer en om 19:20 uur vanaf station Bijlmer wegrijdt. Op basis hiervan ontstond het vermoeden dat verdachte tussen 19:12 uur en 19:20 uur [medeverdachte] had opgehaald bij het station Bijlmer.
Uit de peilbakengegevens is vervolgens gebleken dat de Seat op 3 maart 2025 om 21:21 uur aankomt bij de Visvijver Roversheideplas in Limburg, vlakbij de Duitse grens, en daar om 22:11 uur wegrijdt. Om 23:58 uur vindt er een telefoongesprek plaats tussen verdachte en een gebruiker van een onbekend telefoonnummer, waarin verdachte aangeeft dat hij samen met “ [medeverdachte] ” is. Op 4 maart 2025 om 00:03 komt de Seat aan in Amsterdam, waarbij de auto ter hoogte van het [plaats 1] blijft stilstaan. [8]
Op 5 maart 2025 om 18:36 uur vindt een telefoongesprek tussen verdachte en [medeverdachte] plaats. Uit dit gesprek blijkt dat verdachte tegen [medeverdachte] zegt dat hij “een van die dingen in dat ding wilde gooien/zetten” en aan [medeverdachte] vraagt hoe laat hij kan komen om “dat ding weg te zetten”. Verdachte zegt vervolgens tegen [medeverdachte] dat hij naar zijn box moet lopen. Uit de peilbakengegevens blijkt dat de Seat om 18:48 uur arriveert in de omgeving van de kruising [plaats 2] en de [plaats 3] , in de directe nabijheid van het [plaats 1] . [9]
Op de gevorderde camerabeelden van 5 maart 2025 is te zien dat de Seat om 18:48 uur tot stilstand komt voor de garagebox op het [plaats 1] en dat er twee mannen kartonnen dozen vanaf de auto richting de garagebox tillen. [10]
Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij wist dat in de garagebox vuurwerk lag opgeslagen. [11]
Op grond van de tapgesprekken, het uitpeilen van de auto van verdachte nabij de Duitse grens, de camerabeelden en de omstandigheden waaronder het vuurwerk is aangetroffen, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte wist dat in de garagebox professioneel vuurwerk, te weten 300 Cobra’s, was opgeslagen en dat hij hierover de beschikkingsmacht had. Dit heeft hij in nauwe en bewuste samenwerking gedaan met [medeverdachte] .
De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte opzettelijk samen met [medeverdachte] professioneel vuurwerk heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad.
[adres 1]
De rechtbank acht bewezen dat verdachte op deze locatie opzettelijk zwaar vuurwerk voorhanden heeft gehad. Zij overweegt hierover als volgt.
Op 28 maart 2025 is tijdens een doorzoeking in de garagebox op de [adres 1] vuurwerk aangetroffen. [12] . Uit onderzoek door het COV is gebleken dat het aangetroffen vuurwerk professioneel vuurwerk betreft, te weten:
- 2 stuks Panzerfaust 1;
- één Romeinse kaars (1,2” 8S Roman Candle). [13]
Op de [adres 1] staan zowel verdachte als zijn ouders en zus ingeschreven Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat het vuurwerk dat in de kelderbox op de [adres 1] is aangetroffen van hem was. [14]
[adres 3] (medeplegen)
Op 29 maart 2025 is tijdens een doorzoeking van de woning aan de [adres 3] op het balkon een grote hoeveelheid vuurwerk aangetroffen. [15] De woning betreft het verblijfadres van verdachte, waar ook zijn partner en hun (destijds vijf en thans zeven) kinderen wonen.
Het aangetroffen vuurwerk betreft professioneel vuurwerk, te weten:
- 39 stuks zwaar knalvuurwerk (Barracuda, Profi Cannon Shot - Big Boy, Gigant Maroon, Cobra 17, Cobra 8, Signalrakete, Napolitaanse bom, Screamin’ Eagle, Shock Bull Dog, Dumbum 50, Super Cobra 17 en Cobra 6); [16] - 40 stuks knalvuurwerk (Cobra Trate); [17] - 9 stuks mortierbommen (Blitzknallbombe, Shell BC75, Shell DVG CS80, 4 inch shell en 3 inch shell); [18] - 4 stuks vuurpijlen (Signalrakete). [19]
Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat het vuurwerk dat in de woning aan de [adres 3] is aangetroffen van hem was. [20]
Uit een getapt telefoongesprek dat verdachte op 28 maart 2025 met zijn partner (hierna: [persoon 1] ) en 12-jarige dochter (hierna: [persoon 2] ) heeft gevoerd, blijkt dat [persoon 1] aan verdachte meedeelt dat de politie voor de deur staat en vraagt naar de sleutel van de box. Hierop zegt verdachte tegen [persoon 2] dat hij ‘twee of drie zakken in haar kamer heeft en dat zij alle kleren erop moet gooien’. Wanneer [persoon 2] aan verdachte meedeelt dat haar kast stuk gaat als zij alle ‘bommen’ op de planken van haar kast zet, zegt verdachte dat zij de ‘bommen’ in haar kleren moet stoppen en haar kleren erop moet gooien. [21] Daarnaast blijkt uit een getapt telefoongesprek van 29 maart 2025 omstreeks 16.27 uur dat [persoon 1] aan verdachte mededeelt dat ene ‘ [persoon 3] ’ vuurwerk heeft weggehaald uit de slaapkamer van [persoon 2] , maar dat hij is vergeten om het vuurwerk van het balkon weg te halen. [22]
Uit voornoemde tapgesprekken blijkt dat [persoon 1] , [persoon 2] en ‘ [persoon 3] ’ op de hoogte waren van het vuurwerk dat zich op de [adres 3] bevond, dat ‘ [persoon 3] ’ vuurwerk heeft weggehaald uit de woning en dat verdachte aan [persoon 2] aanwijzingen heeft gegeven hoe zij het vuurwerk aan het zicht van de politie moest onttrekken. De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] en dat daarmee sprake is van medeplegen van het opzettelijk voorhanden hebben en opslaan van professioneel vuurwerk in de woning aan de [adres 3] .
Professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik
De rechtbank stelt ten aanzien van al het aangetroffen professionele vuurwerk vast dat dit bestemd was voor particulier gebruik. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij het vuurwerk in bezit had voor eigen gebruik en dat hij ook wel eens vuurwerk verkocht. [23] Aan verdachte is geen vergunning afgegeven voor het bezitten of verhandelen van zwaar professioneel vuurwerk. [24]
Feit 3 en feit 4: bewezenverklaring voorhanden hebben wapens
Op 28 maart 2025 zijn tijdens de doorzoeking van de woning gevestigd aan de [adres 3] in de slaapkamer van verdachte een valmes, een ploertendoder, een boksbeugel en een taser aangetroffen [25] . Het valmes, de taser en de ploertendoder lagen in een mandje in de kledingkast van verdachte en op de bodem van de kledingkast is de boksbeugel gevonden. De aangetroffen wapens zijn door een opsporingsambtenaar onderzocht. Hieruit is gebleken dat het valmes, de ploertendoder en de boksbeugel wapens zijn van categorie I en de taser een wapen is van categorie II en dat deze wapens strafbaar zijn gesteld volgens de Wet Wapens en Munitie. [26] Ter terechtzitting heeft verdachte bekend dat deze wapens van hem zijn. [27]
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte de wapens, zoals ten laste gelegd, voorhanden heeft gehad.
Zaak B
Bewezenverklaring medeplegen voorhanden hebben professioneel vuurwerk
Op 29 december 2025 treffen verbalisanten even na 4:42 uur aan de [adres 3] een grote hoeveelheid vuurwerk aan in een Opel, waarin verdachte en [medeverdachte] zitten. [28] De verbalisanten zien dat verdachte aan de bestuurderskant van de Opel uitstapt en dat [medeverdachte] aan de passagierskant uitstapt. [29] Als de verbalisanten door de ramen van de Opel kijken, zien zij op de achterbank vier losse staven vuurwerk liggen, waarop onder andere de tekst ‘Signalrakete 901’ staat. Na het openen van de achterbak zien de verbalisanten dat deze vol ligt met vuurwerk. Ook achter de bestuurdersstoel treffen de verbalisanten vuurwerk aan. [30] Uit onderzoek door het COV is gebleken dat het aangetroffen vuurwerk in de auto professioneel vuurwerk betreft, te weten:
- 2 stuks mortierbommen (Golden Chrys w/Tail 3 inch en Shell Kulista 3 inch);
- 3 stuks vuurpijlen (Signalrakete 901 2024);
- 30 stuks zwaar knalvuurwerk (Honey Badger, Black Thunder, Tuono Gold, Dumbum 50;
Caramelia 16g, Cobra 8 en Diego);
- 20 stuks knalvuurwerk (Black Widow). [31]
[medeverdachte] heeft tijdens het politieverhoor verklaard dat hij het aangetroffen vuurwerk in de auto op 29 december 2025 in Duitsland heeft opgehaald en dat het vuurwerk van hem is. [32]
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of kan worden vastgesteld dat ook verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van het aangetroffen vuurwerk en hij er beschikkingsmacht over had. De rechtbank overweegt daarover het volgende.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij niet met [medeverdachte] is meegegaan naar Duitsland en dat hij geen vuurwerk heeft zien liggen op de achterbank van de auto. Hij verklaart dat [medeverdachte] hem heeft opgehaald op de [adres 1] om samen een sigaretje te roken en vervolgens heeft afgezet op de [adres 3] .
De rechtbank vindt deze verklaring niet aannemelijk en overweegt hierover als volgt.
Uit onderzoek naar de historische verkeersgegevens van de telefoonnummers van verdachte en [medeverdachte] blijkt dat hun telefoons op 28 en 29 december 2025 gebruik hebben gemaakt van zendmasten nabij de Nederlands-Duitse grens en dat de telefoon van verdachte tussen 22:56 uur en 01:40 uur gebruik heeft gemaakt van zendmasten in Duitsland. Na 2:10 uur hebben beide telefoons weer gebruik gemaakt van zendmasten in Nederland. [33]
Verdachte heeft ter terechtzitting geen verklaring gegeven voor het feit dat zijn telefoon gebruik heeft gemaakt van zendmasten in Duitsland.
Naar het oordeel van de rechtbank kan het, gelet op deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, niet anders dan dat verdachte en [medeverdachte] samen naar Duitsland zijn gegaan en dat zij daar samen het vuurwerk hebben opgehaald. De rechtbank is daarmee van oordeel dat verdachte wist dat er vuurwerk in de auto aanwezig was en dat hij hierover beschikkingsmacht had. Ook is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] met betrekking tot het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk. Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank hiervoor in zaak A heeft overwogen, stelt de rechtbank tevens vast dat dit professionele vuurwerk bestemd was voor particulier gebruik.

4.Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte
ten aanzien van het in zaak A onder 2 tenlastegelegde:
in de periode van 3 maart 2025 tot en met 15 april 2025, te Amsterdam, opzettelijk,
- tezamen en in vereniging met een ander in de garagebox bij de woning op het [adres 2] , 300 stuks zwaar knalvuurwerk (Cobra 6),
- in de garagebox bij de woning op het [adres 1] , 2 stuks zwaar knalvuurwerk (Panzerfaust 1) en een Romeinse kaars (1,2’’ 8S Roman Candle),
- tezamen en in vereniging met een ander, in de woning op de [adres 3] , 39 stuks zwaar knalvuurwerk (Barracuda, Profi Cannon Shot-Big Boy, Gigant Maroon, Cobra 17, Cobra 8, Signalrakete, Napolitaanse bom, Screamin’ Eagle, Shock Bull Dog, Dumbum 50, Super Cobra 17 en Cobra 6, 40 stuks knalvuurwerk (Cobra Irate), 9 stuks mortierbommen (Blitzknallbombe, Shell BC75, Shell DVG CS80, 4 inch shell en 3 inch shell en 4 stuks vuurpijlen (Signalrakete),
zijnde professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad.
ten aanzien van het in zaak A onder 3 tenlastegelegde:
op 29 maart 2025, te Amsterdam meerdere wapens van categorie I, onder 1° en 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een valmes, een ploertendoder en een boksbeugel, voorhanden heeft gehad.
ten aanzien van het in zaak A onder 4 tenlastegelegde:
op 29 maart 2025, te Amsterdam, een wapen van categorie II, onder 5° van de Wet wapens en munitie, te weten een taser, voorhanden heeft gehad.
ten aanzien van zaak B:
op 29 december 2025, te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk,
- 2 stuks mortierbommen (Golden Chrys w/ Tail 3 inch en Shell Kulista 3 inch),
- 3 stuks vuurpijlen (Signalrakete 901 2024) en
- 30 stuks zwaar knalvuurwerk (Honey Badger, Black Thunder, Tuono Gold, Dumbum 50, Caramelia 16g, Cobra 8 en Diego) en
- 20 stuks knalvuurwerk (Black Widow), zijnde professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd.
Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5.Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een
rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6.Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de straffen en maatregel

7.1.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor elk afzonderlijk feit zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 72 uur, te vervangen door 36 dagen hechtenis (in totaal dus een taakstraf voor de duur van 360 uur, te vervangen door 180 dagen hechtenis), met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van drie jaar.
7.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om aan verdachte een taakstraf op te leggen in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.
7.3.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich in de periode van 3 maart 2025 tot en met 15 april 2025 schuldig gemaakt aan het (medeplegen van het) voorhanden hebben en opslaan van een zeer grote hoeveelheid professioneel vuurwerk.
Daarnaast heeft verdachte zich op 29 december 2025 schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk, waarbij hij samen met [medeverdachte] professioneel vuurwerk vanuit Duitsland naar Nederland heeft vervoerd met de auto.
Professioneel vuurwerk is als zodanig gekwalificeerd omdat het veel gevaarlijker is dan consumentenvuurwerk. Naast brandgevaar en explosiegevaar bij de opslag, brengt ook het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk risico’s mee; niet alleen voor degene die het vuurwerk tot ontbranding brengt, maar (juist) ook voor eventuele omstanders of voorbijgangers. Het ongecontroleerd bezit van dergelijk zwaar vuurwerk in een woonwijk vormt een gevaar voor zowel goederen als personen. Het handelen van verdachte was bijzonder gevaarzettend voor hemzelf, zijn ouders en zus, zijn vrouw, zijn kinderen en voor omwonenden. De rechtbank neemt het verdachte bijzonder kwalijk dat hij aan zijn twaalfjarige dochter heeft gevraagd om de “bommen” in haar kleren te stoppen en te verstoppen in haar kledingkast. Op deze wijzen heeft hij zijn minderjarige dochter op volstrekt onverantwoorde wijze betrokken bij zijn illegale en gevaarlijke activiteiten.
Ook door professioneel vuurwerk los in de achterbak van een auto te vervoeren, hebben verdachte en [medeverdachte] een gevaarlijke situatie gecreëerd. De gevolgen van een aanrijding met andere weggebruikers of objecten op de openbare weg zouden immers desastreus kunnen zijn. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij kennelijk niet heeft nagedacht over de eventuele gevolgen van zijn handelen.
Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een valmes, een ploertendoder, een boksbeugel en een taser. Het ongecontroleerde bezit hiervan brengt in het algemeen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en kan gevoelens van onveiligheid in de maatschappij veroorzaken. Dat verdachte wederom een gevaarlijke situatie heeft gecreëerd blijkt wel uit het feit dat de wapens zijn gevonden in een niet afgesloten kledingkast in de woning waar ook zijn kinderen wonen.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad)
van verdachte van 3 maart 2026. Hieruit blijkt dat verdachte in het verleden is veroordeeld voor overtreding van het Vuurwerkbesluit, maar recentelijk niet is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Echter, nadat de voorlopige hechtenis van verdachte in zaak A op 28 april 2025 was geschorst, heeft verdachte zich op 29 december 2025 opnieuw schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk. De rechtbank houdt hiermee rekening in het nadeel van verdachte.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 16 maart 2026. Hieruit blijkt dat de reclassering constateert dat verdachte zich bewust is van de gevolgen van het delictgedrag en lijkt te beseffen dat hij door zijn eigen gedrag zijn baan bij [bedrijf] is kwijt geraakt en relatieproblemen kreeg. Hij maakt de indruk dat hij ook de risico’s inziet van het in huis hebben van professioneel vuurwerk. De reclassering ziet de zorg voor zijn (inmiddels) zeven kinderen als beschermende factor. Verdachte wil samen met zijn partner een betrokken vader zijn. Omdat verdachte in december 2025 (zaak B) opnieuw in aanraking is gekomen met justitie wegens het voorhanden hebben van illegaal vuurwerk, kan het risico op recidive door de reclassering echter niet worden ingeschat. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen, omdat zij geen meerwaarde zien in toezicht of interventies. De rechtbank zal dit advies van de reclassering overnemen.
Op te leggen straf
Bij het bepalen van de op te leggen straf beoogt de rechtbank recht te doen aan de ernst van de feiten, rekening houdend met wat in soortgelijke zaken wordt opgelegd. Bij de strafoplegging kan de rechtbank niet enkel rekening houden met de persoonlijke belangen van verdachte. De rechtbank wil ook de ernst van de feiten tot uitdrukking te brengen en een signaal afgeven aan de maatschappij dat dergelijke gedragingen niet kunnen worden getolereerd. De rechtbank is van oordeel dat de eis van de officier van justitie aan deze strafdoelen onvoldoende recht doet en dat een (grotendeels onvoorwaardelijke) gevangenisstraf de enige passende straf is. Alles afwegende acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en een proeftijd van twee jaar, passend en geboden.

8.Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
ten aanzien van zaak A:
- 18 kilogram vuurwerk (goednummer: G6637247),
- één telefoontoestel (goednummer: G6643862),
- één gasfles (goednummer: G6636831),
- één gasfles (goednummer: G6636843),
- één stuk vuurwerk (goednummer: G6636846),
- twee stuks vuurwerk (goednummer: G6636848),
- één zak vuurwerk (goednummer: G6636850),
- één stroomstootwapen (goednummer: G6639243),
- één wapen (goednummer: G6639246),
- één ploertendoder (goednummer: G6639247).
- één valmes (goednummer: G6639248).
8.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het inbeslaggenomen telefoontoestel wordt verbeurdverklaard. Het inbeslaggenomen vuurwerk en de inbeslaggenomen wapens dienen te worden onttrokken aan het verkeer.
8.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de inbeslaggenomen
goederen.
8.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal het inbeslaggenomen vuurwerk en de inbeslaggenomen wapens onttrekken aan het verkeer, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het bewezenverklaarde is begaan en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
De rechtbank gelast de teruggave van het inbeslaggenomen telefoontoestel aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daar niet tegen verzet.
Omdat verdachte ter terechtzitting afstand heeft gedaan van de inbeslaggenomen gasflessen zal de rechtbank daarover geen beslissing geven.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:
14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;
9.2.2.1 van de Wet milieubeheer; en
1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

10.De beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het tenlastegelegde onder feit 1 in zaak A niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder feit 2, 3 en 4 in zaak A en het tenlastegelegde in zaak B heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
ten aanzien van feit 2, gedachtestreepje 1 en 3 (zaak A):
medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd
ten aanzien van feit 2, gedachtestreepje 2 (zaak A):
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan
ten aanzien van feit 3 (zaak A):
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd
ten aanzien van feit 4 (zaak A):
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
ten aanzien van zaak B:
medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een gedeelte, groot
3 (drie) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Beslag
Verklaart
onttrokkenaan het verkeer:
- 18 kilogram vuurwerk (goednummer: G6637247),
- één stuk vuurwerk (goednummer: G6636846),
- twee stuks vuurwerk (goednummer: G6636848),
- één zak vuurwerk (goednummer: G6636850),
- één stroomstootwapen (goednummer: G6639243),
- één wapen (goednummer: G6639246),
- één ploertendoder (goednummer: G6639247).
- één valmes (goednummer: G6639248).
Gelast de
teruggavevan één telefoontoestel (G6643862) aan [verdachte] .
Dit vonnis is gewezen door
mr. C.M. Berkhout, voorzitter,
mrs. F. Dekkers en G.J.M. Kruizinga, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. A.M.M. Leuven en S.L. van Tellingen, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 mei 2026.
[...]

Voetnoten

1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024253819 van 31 maart 2025, p. B 002 t/m B 004.
3.Idem.
4.Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk (hierna: COV) met nummer 2024253819 van 10 april 2025, pagina C 001 – C 010.
5.Proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2024253819 van 15 april 2025, p. E 101.
6.Proces-verbaal van bevindingen met documentcode 20611364 van 27 februari 2025 , p. A 030 t/m 032.
7.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024253819 van 17 maart 2025 , p. A 053 t/m 057.
8.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024253819 van 17 maart 2025 , p. A 053 t/m 057.
9.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024253819 van 19 maart 2025, p. A 076 t/m p. A 078; Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024253819 van 10 april 2025, p. A 082.
10.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024253819 van 19 maart 2025, p. A 088 t/m A 092.
11.Proces-verbaal ter terechtzitting van 9 april 2026, inhoudende de verklaring van [verdachte] .
12.Proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2024253819-16 van 28 maart 2025, p. B 012.
13.Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van het COV met nummer 2024253819-A van 10 april 2025, p, C 032 - C 048.
14.Proces-verbaal ter terechtzitting van 9 april 2026, inhoudende de verklaring van [verdachte] .
15.Proces-verbaal binnentreden in woning met nummer PL1300-2024253819-22 van 12 april 2025, p. B 029 en p. B 030.
16.Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van het COV met nummer 2024253819-1 van 10 april 2025, in het bijzonder pagina’s C 066 en C 068; C 070 en C 073; C 074 en C 076; C 077 en C 078; C 080 en C 081; C 083 en C 084; C 086 en C 087; C 089 en C 090; C 092 en C 094; C 095 en C 098
17.Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van het COV met nummer 2024253819-1 van 10 april 2025, in het bijzonder pagina’s C 105 en C 108.
18.Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van het COV met nummer 2024253819-1 van 10 april 2025, in het bijzonder pagina’s C 056 en C 058; C 060 en C 062; C 063 en C 065
19.Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van het COV met nummer 2024253819-1 van 10 april 2025, in het bijzonder pagina’s C 083 en C 084,
20.Proces-verbaal ter terechtzitting van 9 april 2026, inhoudende de verklaring van [verdachte] .
21.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2025079828 van 11 april 2025, p. A 133 t/m p. A 135.
22.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2025079828 van 1 april 2025, p. A 106 en A 107.
23.Proces-verbaal ter terechtzitting van 9 april 2026, inhoudende de verklaring van [verdachte] .
24.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024253819 van 21 januari 2025, p. A 025.
25.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2025079828 van 16 april 2025, p. A 199.
26.Proces-verbaal technisch onderzoek wapen met nummer PL1300-2025079828 van 24 april 2025, p. A 213-A 216 (valmes); Proces-verbaal technisch onderzoek wapen met nummer PL1300-2025079828 van 24 april 2025, p. A 217-A 219 (boksbeugel); Proces-verbaal technisch onderzoek wapen met nummer PL1300-2025079828 van 24 april 2025, p. A 220-A 222 (ploertendoder), Proces-verbaal technisch onderzoek wapen met nummer PL1300-2025079828 van 24 april 2025, p. A 223-A 226 (stroomstootwapen).
27.Proces-verbaal ter terechtzitting van 9 april 2026, inhoudende de verklaring van [verdachte] .
28.Zaaksdossier 2025327490, proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300 BVH 2025327490-12 van 29 december 2025, p. B 001 en p. B 002 en B 040.
29.Zaaksdossier 2025327490, proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300 BVH 2025327490-24 van 30 december 2025, p. B 007.
30.Zaaksdossier 2025327490, proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300 BVH 2025327490-12 van 29 december 2025, p. B 001 en p. B 002 en B 040.
31.Zaaksdossier 2025327490, proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van het COV met nummer 2025327490 van 6 januari 2026, p. B 068 - B 069, p. B 089 - B 091, p. B 092 - B 094, p. B 098 - B 100, p. B 101 - B 102, p. B 103 - B 104, p. B 105 - B 106, p. B 107 - B 108, p. B 109 - B 110, p. B 112 - B 113 en p. B 114 - B 116.
32.Zaaksdossier 2025327490, proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL1300 BVH 2025327490-14 van 29 december 2025, p. C 018.
33.Zaaksdossier 2025327490, proces-verbaal van bevindingen met nummer 2025327490 van 18 februari 2026, p. B 192 t/m p. B 196.