Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4605

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
11268824 CV EXPL 24-10820
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 Richtlijn oneerlijke bedingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Prijsbeding dierenarts niet transparant en oneerlijk, vordering afgewezen

De Universiteit Utrecht, Faculteit Diergeneeskunde, vordert betaling van een factuur van een spoedbehandeling van een kat bij de besloten vennootschap Bilanciobudget B.V., als bewindvoerder van de eigenaar. De kantonrechter stelt vast dat het prijsbeding in de overeenkomst niet transparant is omdat voorafgaand aan de behandeling geen duidelijke prijsinschatting is verstrekt.

Hoewel de dierenarts stelt dat het spoedeisende karakter en het nachtelijke tijdstip een schriftelijke kosteninschatting onmogelijk maakten, is dit niet komen vast te staan. Er is wel gesproken over mogelijke behandelingen, maar niet over de kosten daarvan. De notities van de behandelend arts tonen aan dat er rekening is gehouden met de beperkte financiële middelen door alleen de blaas van de kat te legen, maar ook hierover is geen prijsinformatie gegeven.

De kantonrechter volgt de eerdere beoordeling in het tussenvonnis dat het prijsbeding oneerlijk is en dat de gedaagde partij daardoor niet gebonden is aan de overeenkomst. Dit leidt tot afwijzing van de vordering. De proceskosten worden begroot op nihil en de eisende partij wordt in het ongelijk gesteld.

Uitkomst: De vordering van de dierenarts wordt afgewezen wegens een niet-transparant en oneerlijk prijsbeding.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11268824 CV EXPL 24-10820
vonnis van: 1 mei 2026
fno.: 480
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
de publiekrechtelijke rechtspersoon Universiteit Utrecht: Faculteit Diergeneeskunde
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
gemachtigde: Flanderijn & Van Eck gerechtsdeurwaarders,
tegen
de besloten vennootschap Bilanciobudget B.V. in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde] wonende te [woonplaats]
gevestigd te 3882 TP Putten, Hoge Eng-West 25 a,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 27 februari 2026,
- de akte van eisende partij.
1.2.
Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft gedaagde partij niet gereageerd op de akte van eisende partij.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In voornoemd tussenvonnis is geoordeeld dat het prijsbeding niet transparant en, zonder nadere concretisering, ook oneerlijk is, waarbij is uitgelegd welke consequenties dit zal hebben. Eisende partij is in de gelegenheid gesteld zich hierover nader uit te laten. Daarnaast is eisende partij in de gelegenheid gesteld zich over de oneerlijkheid van eventueel andere bedingen in de overeenkomst uit te laten en over de gevolgen van het buiten toepassing laten van de eventueel oneerlijk bevonden bedingen.
2.2.
Eisende partij heeft bij akte, kort gezegd, aangevoerd dat zij betwist dat er sprake zou zijn van enig oneerlijk beding, zij zorgvuldig heeft gehandeld, zeker gelet op het spoedeisende karakter van de zorg en het nachtelijke tijdstip van het bezoek. Gedaagde partij heeft zich gemeld bij eisende partij en verklaarde dat zijn kat met spoed zorg nodig had. Gelet op het spoedeisende karakter is er geen schriftelijke kosteninschatting gemaakt, wat wel normaal is. Voorafgaand aan de intake is wel met gedaagde partij besproken welke behandelingen de kat mogelijk nodig zal hebben. Voorts is gedaagde partij gewezen op de tarieven van eisende partij en op de omstandigheid dat er geen concreet bedrag genoemd kon worden omdat het totaalbedrag afhankelijk is van een aantal factoren. Uit de overgelegde notities van de arts die de kat heeft behandeld, blijkt dat, gelet op de beperkte financiële middelen van gedaagde partij, besloten is om ’s nachts alleen de blaas van de kat te legen.
2.3.
Uit de bij akte gegeven nadere toelichting volgt nog steeds niet dat eisende partij, voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst, gedaagde partij heeft geïnformeerd over de (bij benadering te verwachten) prijs. Dat dit niet mogelijk was door de spoedsituatie is niet komen vast te staan. In tegendeel. Eisende partij stelt dat er is gesproken over welke behandelingen er mogelijk nodig waren. Niet gesteld of gebleken is waarom er in dat gesprek niet ook een inschatting van de kosten van die behandelingen kon worden gegeven. Uit de notitie van de behandelend arts blijkt voorts dat voordat de kat werd behandeld, gelet op de financiële situatie van gedaagde partij, is afgesproken om in eerste instantie alleen de blaas van de kat te legen. Dat hierbij ook de kosten van het leegmaken van de blaas is medegedeeld, blijkt niet uit deze notitie, terwijl ook hier niet gesteld of gebleken is waarom dit niet mogelijk zou zijn geweest.
2.4.
Wat eisende partij in haar akte heeft aangevoerd, leidt daarom niet tot een ander oordeel dan in het tussenvonnis al is beslist. In r.o. 2.5 en 2.6 van het tussenvonnis is kort gezegd met betrekking tot het prijsbeding al geoordeeld dat het niet transparant is, omdat niet uit de overeenkomst of ander stukken blijkt dat de totale prijs voorafgaand aan de behandeling is vermeld. Nu met de nadere toelichting nog steeds niet kan worden vastgesteld dat de (bij benadering te verwachten) prijs, zoals blijkt uit de factuur, voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze aan gedaagde partij is verstrekt, wordt het prijsbeding als oneerlijk aangemerkt. Gedaagde partij heeft de economische gevolgen van het sluiten van de overeenkomst immers niet goed kunnen inschatten. Nu het prijsbeding oneerlijk is, is gedaagde partij daaraan niet gebonden. Dat volgt uit artikel 6 lid 1 van Pro de richtlijn. Als gevolg daarvan kan de onderhavige overeenkomst niet blijven voortbestaan.
2.5.
De kantonrechter begrijpt dat dit verstrekkende gevolgen heeft voor eisende partij. Het doel van de richtlijn is echter om oneerlijke bedingen uit consumentenovereenkomsten te laten verdwijnen en eerlijke concurrentie tussen handelaren te bevorderen. Om dat doel te bereiken dienen sancties onder meer afschrikkend te zijn, zoals door het Hof van Justitie van de Europese Unie al herhaaldelijk is bevestigd. Verwacht wordt dat daardoor de handelaar ertoe wordt aangezet zijn onjuiste werkwijze, opzettelijk of onopzettelijk gehanteerd, aan te passen.
2.6.
De vordering wordt op grond van het voorgaande afgewezen.
2.7.
Eisende partij wordt bij deze uitkomst als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.J. Evers en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026.