Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1.De procedure
- het tussenvonnis van 3 september 2025, waarbij een mondelinge behandeling is
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 december 2025,
2.De feiten
3.Het geschil
€ 8.400.198,56, vermeerderd met de contractuele rente vanaf 23 april 2024, dan wel de wettelijke handelsrente van 15% per jaar vanaf 4 mei 2024, dan wel een andere handelsrente te rekenen vanaf 4 mei 2024, en mee te werken aan het passeren van een akte van levering,
€ 8.400.198,56, vermeerderd met een contractuele rente vanaf 23 april 2024, dan wel de wettelijke handelsrente van 15% per jaar vanaf 4 mei 2024, dan wel een andere handelsrente vanaf 4 mei 2024, en mee te werken aan het passeren van een akte van levering,
,de hiervoor onder (i) respectievelijk (ii) genoemde verplichting niet naleeft, met een maximum van €1.000.000,-,
€ 6.775,- aan buitengerechtelijke incassokosten,
4.De beoordeling
Convent Capital” moet worden gelezen als CC I en “
Vennootschap” als Ducate Group:
Indien (…) Convent Capital de Optieaandelen op grond van dit Artikel 8.2 niet geheel aanvaardt zal de Vennootschap op eerste verzoek van [eisende partij] de Optieaandelen inkopen tegen betaling van de koopprijs zoals uiteengezet in dit Artikel 8.2.”blijkt echter, zoals door Convent Capital c.s. aangevoerd, dat ook CC I dan nog de mogelijkheid heeft het aanbod tot koop van de optieaandelen niet te aanvaarden en dat in dat geval de optieaandelen door Ducate Group dienen te worden ingekocht. Uit de transcriptie van het telefoongesprek dat [naam 3] en [naam 1] op 12 december 2023 hebben gevoerd, blijkt dat ook [naam 1] de slotzin van artikel 8.2 van de SHA toen zo las (zie 2.11).
schriftelijkmet
allepartijen bij de SHA dient te worden overeengekomen. Allereerst is niet gesteld of gebleken dat een dergelijke schriftelijke overeenkomst bestaat. Daarnaast blijkt uit de stelling van [eisende partij] bovendien niet dat [eisende partij] met alle bij de SHA betrokken partijen afspraken over doorbetaling van de rente zou hebben gemaakt. [eisende partij] noemt immers slechts CC I en Ducate Group als partijen waarmee een mondelinge afspraak zou zijn gemaakt, maar stelt niet dat ook de andere bij de SHA betrokken partijen daarmee zouden hebben ingestemd. Ook om deze reden kan de vordering van [eisende partij] tot betaling van een doorlopende rente van 15% niet slagen.
uiterlijkin artikel 8.4 wordt [eisende partij] gevolgd in haar stelling dat partijen in dat artikel een uiterste betalingstermijn als bedoeld in artikel 6:83, sub a, BW zijn overeengekomen. Vast staat dat Ducate Group niet binnen 10 dagen na de uitoefening van de Put Optie door [eisende partij] de optieaandelen heeft afgenomen en de Uitoefenprijs aan [eisende partij] heeft voldaan.
de uitstelvan de levering en betaling of afstand deed van het recht op vertragingsschade. Ook de door [eisende partij] genoemde e-mails van [naam 1] van 8 mei 2024 en 24 september 2024 duiden daar niet op. Convent Capital c.s. betwist weliswaar de e-mail van 8 mei 2024 ontvangen te hebben, maar ook uit de e-mail van 24 september 2024 blijkt een al langer bij [naam 1] bestaand ongenoegen met het voortduren van uitstel van de levering en betaling
alles te doen wat nodig is om alle door [eisende partij] gehouden gewone aandelen in het kapitaal van Ducate Group af te nemen” zo ruim geformuleerd is dat dit het risico van executiegeschillen met zich brengt. Ook om die reden is de gevorderde dwangsom niet toewijsbaar.