ECLI:NL:RBAMS:2026:4662
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herstel van gebrek participatie bij omgevingsvergunning voor horecaterras
De zaak betreft een omgevingsvergunning voor het wijzigen en vergroten van een onbebouwd horecaterras aan een adres in Amsterdam. De Huurdersvereniging stelde beroep in tegen het besluit van het college om de vergunning te verlenen, vanwege het ontbreken van verplichte participatie.
In een eerdere tussenuitspraak stelde de rechtbank vast dat het college het gebrek aan participatie moest herstellen. Het college gaf de vergunninghouder de gelegenheid alsnog de verplichte participatie uit te voeren, wat is gebeurd door het verspreiden van bewonersbrieven en het opstellen van een participatieplan. De Huurdersvereniging voerde aan dat de participatie onvoldoende was en dat er sprake was van een bebouwd terras in strijd met het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelt dat de herstelpoging van het college toereikend is en dat de participatie op juiste wijze is uitgevoerd volgens de Participatiehandreiking. De bezwaren over het bebouwde terras kunnen via handhaving worden behandeld en zijn niet geschikt voor vernietiging van de vergunning. Hoewel het college de hersteltermijn overschreed, is de aanvullende motivering toch betrokken bij de beoordeling zonder dat de belangen van de Huurdersvereniging zijn geschaad.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan de Huurdersvereniging.
Uitkomst: Het gebrek aan verplichte participatie is hersteld, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft met aanvullende motivering.