ECLI:NL:RBAMS:2026:467
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- H. J. Tijselink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bewonersparkeervergunning wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft op 18 december 2025 een bewonersparkeervergunning aangevraagd voor een kenteken, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening toe te kennen die hem de vergunning zou verlenen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en stelde vast dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend indien er sprake is van onverwijlde spoed, dat wil zeggen dat onomkeerbare gevolgen dreigen die niet kunnen worden afgewacht tot de bodemprocedure is afgerond.
Verzoeker voerde aan dat de afwijzing zijn kinderen raakt en het gelijkheidsbeginsel, omdat het parkeren van de auto drie kilometer verderop leidt tot problemen met het vervoeren van de kinderen naar school en andere activiteiten. Ook wees hij op het risico van naheffingsaanslagen en mogelijke wielklem of wegslepen van het voertuig.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoeker onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van een spoedeisend belang of onomkeerbare gevolgen. Het besluit betreft de afwijzing van een aanvraag en raakt geen bestaand recht. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder toekenning van griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bewonersparkeervergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.