ECLI:NL:RBAMS:2026:4671
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunningen dakopbouw wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
In deze bestuursrechtelijke zaken beoordeelt de rechtbank Amsterdam de beroepen van omwonenden tegen twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam betreffende omgevingsvergunningen voor een dakopbouw en een wijziging daarvan op een locatie in Amsterdam.
De eerste vergunning betrof een dakopbouw bovenop de vierde verdieping, de tweede een wijziging van een eerdere vergunning voor een bouwwerk op de derde verdieping en de dakopbouw op de vierde verdieping. Eisers stelden dat het college de besluiten onvoldoende had gemotiveerd en niet zorgvuldig had voorbereid, onder meer vanwege het ontbreken van participatie en onjuiste toepassing van het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelt dat het college ten onrechte de definitie van dakopbouw heeft beperkt en dat de vergunningen in strijd zijn met het bestemmingsplan. Ook is de motivering onvoldoende en is de participatie niet adequaat geweest. De beroepen worden gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en het college opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Eisers krijgen het griffierecht vergoed, maar geen overige proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de omgevingsvergunningen voor de dakopbouw wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid en beveelt het college een nieuw besluit te nemen.